bouwmeestersoppad.reismee.nl

(1) rondreis 2015 Nieuw Zeeland deel 1

Rondreis NIEUW ZEELAND 2015. Vertrekdatum 17 oktober. De thuiskomst is gepland op 14 december. Het huren van de camper en de vlucht regelden we bij Travel-Home in Geldrop. We vliegen met Malaysia Air.

De onrust heeft nu toegeslagen.. links en rechts liggen lijstjes.. staan tassen klaar.. We gaan aan de andere kant van de aardbol ontdekken hoe het is om links te rijden in een camper. We hebben al zoveel gehoord over dit land, we willen het nu zelf gaan zien en beleven! Zaterdag rond twaalf uur is onze vertrektijd op Schiphol, bestemming Nieuw Zeeland. We hebben een tussenstop in Kuala Lumpur op Maleisië. Na zo’n dertig uur reizen landen we in Auckland. Het is daar dan heel laat in de avond. Het hotel is al geregeld. Daar blijven we een dag of drie om uit te rusten, de tassen te herpakken en te ontdekken wat we vergeten zijn.. en natuurlijk om de stad te verkennen.

Helemaal uitgerust halen we na die dagen de inmiddels al gehuurde camper op en gaan rondreizen. Eerst op het Noordereiland en daarna hebben we nog een aantal weken overgehouden voor het Zuidereiland. We moeten daar zo tegen half december de camper weer inleveren in Christchurch. De planning is om op maandag 14 december in de vroege ochtend weer op Schiphol aan te komen. Precies op tijd om het kerstgevoel te pakken te krijgen..

DEEL 1

We vertrokken om 12.15 uur. een half uurtje te laat… maar met 11.834 km te gaan, dan is dat te verwaarlozen denk ik… Na 12 uur en 25 minuten vliegen was het in Kuala Lumpur 6.50 uur in de ochtend.. Vochtig warm was het daar, wel een prachtige luchthaven… We vertrokken weer om 9.30 uur en die dag ging qua tijd ook weer snel voorbij, want we konden de klok onderweg nog een keer 6 uur vooruit zetten.

 

Nadat we binnen 24 uur twee keer de zonsondergang hadden beleefd werden we ’s nachts tegen half een weer losgelaten. Inmiddels helemaal gedesoriënteerd wat betreft tijd en moe van het lange zitten regelden we de shuttlebus van het hotel en daar kwamen we tegen tweeën op onze kamer. Maar… alles prima verlopen, hazenslaapjes gedaan tijdens de vlucht, de koffers stonden meteen klaar en we werden uiterst hartelijk ontvangen in het hotel.

Het bed was zacht, maar elk soort bed was prima geweest… We sliepen tot de volgende ochtend half acht. Toen waren de benen helemaal uitgerust, het hoofd nog niet echt..

Na het ontbijt gingen we met een taxi naar de grote stad, Auckland. Ons hotel lag  dichter bij het vliegveld dan bij de stad en dat bleek niet echt handig.. De bevolking hier is heel vriendelijk! Een beetje Amerikaans vriendelijk.. Ik bedoel dat je soms even twijfelt of het wel allemaal echt gemeend is.. Wij nuchtere Hollanders zijn daar duidelijk anders in en daar wordt je je hier dan wel goed van bewust… Het doet allemaal wel heel leuk aan. Als ik me verslik in een slokje water, vraagt de serveerster meteen of het toch wel goed met me gaat en ze verontschuldigt zich dan meteen dat het daar in de zaak ook wel erg waait…

Het is hier nu lente! En qua kleding zie je hier hetzelfde als bij ons in de lente. Korte broeken, blote benen, teenslippers, maar ook mensen in een stevige winterjas.. of een dikke trui. Het is ook nog frisjes, met het zonnetje erbij wordt het pas lekker.. Maar de blauwe regen staat al prachtig in bloei.

We zien veel erg grote, wat getinte mensen. Na alle foto’s die ik van de Maori’s heb gezien denk ik dat deze mensen of Maori zijn, of het toch enigszins in de genen hebben.. Deze types hebben allemaal een bermuda aan en dat is dan meteen ook een hele flinke maat. Ik verbaas me steeds nog om de omvang van de kuiten! Enorm! Zowel bij de mannen als bij de vrouwen.. Maar we zien ook veel Aziatische types in de stad. Die zijn dan weer precies het andere uiterste..

De stad Auckland is mooi. We lieten ons bij de haven afzetten.

Daar staan veel wolkenkrabbers, maar ook nog oude gebouwen. Een van eerste reclames op zo’n hoog flatgebouw die ik zag was van de RABO bank. Dan heeft onze boerenleenbank het toch ook maar ver geschopt zo helemaal naar Nieuw Zeeland!

Het centrum is een mooie mix van zowel wolkenkrabbers als oude gebouwen. Ze noemen het dan ook Skycity. Met natuurlijk de Skytower. Deze is met z’n 328 m het hoogste gebouw op het zuidelijk halfrond. Dat gingen we natuurlijk eens bekijken. In een wip waren we op de etage met uitzicht. Dat was op zo’n 200 meter hoogte. Je kunt daar rondlopen en hebt dan vele kilometers zicht.

Je ziet dan alle vulkanen waartussen de stad Auckland is gegroeid. Ook het zicht op de stad zelf is bijzonder, zo bovenop al die wolkenkrabbers.

Na nog een kopje thee twee etages hoger in het restaurant was het weer tijd om terug te gaan naar het hotel.

Ook de tweede dag lieten we ons door een taxi afzetten, nu bij het museum in de stad. Daar begonnen we met een dans show van de Maori’s.

Tussendoor werd wat verteld over hun cultuur en gebruiken. Daarna bekeken we een paar uur alles wat met hun geschiedenis en leven te maken had. Wat het meeste opviel is wel hun kunstnijverheid. De houtsnijkunst is bijzonder. De gevels en dakranden waren helemaal versierd met houtsnijwerk. Maar ook binnen zag je dat terug op de steunbalken. De wanden waren gemaakt van gevlochten riet of gras met smalle takjes daardoor geweven. In de loop van de middag liepen we terug naar het centrum en deden nog wat parken aan. Het Albertpark ligt in het centrum en is hoewel behoorlijk heuvelachtig, prachtig aangelegd. Daar zagen we onze eerste ijsvogel!!

 

Verder zagen we hier net als in Australië bloeiende clivia’s, Afrikaanse lelies, perken van vlijtig liesje en lobelia. De papagaaibloem is hier ook overal, al bloeiend te zien.

We hadden weinig last van een jetlag, we voelden ons goed. We dineerden in het hotel, want nog een keer naar de stad terug was geen optie. Dat moest met een taxi of eerst met de hotelshuttle naar het vliegveld en dan vandaar met een bus. Op loopafstand was verder geen gelegenheid om iets te eten.. We gingen op tijd naar bed, want de volgende dag konden we onze camper ophalen.

Nu had ik net verteld dat we geen problemen hadden met de jetlag… Dat gevoel verdween toen er de laatste nacht in ons hotel tegen 24 uur de telefoon begon te rinkelen.. Beiden waren we klaarwakker en dat bleven we zo’n beetje de rest van de nacht…

‘s Morgens gingen we, het was 21 oktober, om 9 uur de camper halen! Er stond er een voor ons klaar, een KEA. Een vrij nieuwe wagen met nog geen 20.000 km op de teller. Na enkele controles konden we onze tassen erin zetten en daar gingen we. Enigszins gespannen, want… voor het eerst weer links rijden! Toen bleek dat deze auto niet harder wilde rijden dan zo’n 30 km per uur keerden we snel weer om richting afleverdepot. Nu bleek dat hij nog op cruise control stond… en daar gaat hij hier niet af alleen met gas geven of remmen zoals bij ons, bleek dus. Nadat dit was opgelost gingen we echt op pad. Heel veel boodschappen doen bij de Countdown supermarkt want je moet toch weer een soort van huishouden starten.

En daar gingen we. We hadden als bestemming PIHA. Dit ligt zo’n 66 km ten westen van Auckland. Gert was druk met het uitzoeken wat er allemaal aan knopjes en wijzertjes op het dashbord zaten. Ongemerkt, voor hem, stuurde hij dan wat teveel naar links. We hadden nogal een bochtige weg in de bergen en naast de doorgetrokken streep links van mij was er alleen een erg diepe afzink.. Ik zat in een soort kramp maar op te letten of we niet over die lijn gingen. Naar mijn gevoel misten we lantaarnpalen en verkeersborden op een haartje… Tussendoor werd ik wel op de hoogte gehouden van de vogels onderweg… ijsvogel, mina, tui

De camping in PIHA zag er goed uit. Door de ruiten van de camper zagen we de Tasmanzee.. Het was weer een frisse, bewolkte dag. De heuvels rondom waren begroeid met planten die je ook in het nevelwoud ziet, de mooiste daarvan is wel de varenboom.

In dit gebied heb je zwarte stranden. Na een kopje thee gingen we eens kijken waar we de spullen uit onze tassen konden opbergen en wat we nu eigenlijk allemaal aan boord hadden meegekregen. Dat lukte allemaal vrij aardig tot ik het bed wilde maken… Het werd een soort puzzel. Ik bleef maar en kussens en een plank te kort komen… Uiteindelijk bleek dat we de tafel uit het zitje van voorin nodig hebben voor het bed. Heel onlogisch omdat dat zitje voorin nu juist is om te zitten als de ander naar bed is.. Een dag later ontdekten we dat maar één van de drie pitten van het gasstel werkt… Het is wel even wennen zo’n andere camper.. Maar we zijn natuurlijk ook wel erg verwend!

 We sliepen heerlijk op ons geïmproviseerde bed. We hadden dan ook best wat slaap in te halen. Fris en fruitig gingen we weer op pad. We reden door een mooie omgeving naar het noorden. Ook nu hadden we geen lange rit gepland. We reden naar MURIWAI BEACH. Daar nestelt een grote kolonie Jan van Genten op de rotsen. Vanaf de parkeerplaats wandelden we naar enkele uitzichtpunten en zo konden we mooie foto’s maken.

 

Ze waren net in het stadium van verliefd zijn en takjes zoeken voor het nest. Er werd heel wat geknuffeld… op z’n Jan van Gents dan! Er werd ook een rots bezet door een grote groep wit voorhoofd sterns. Om onduidelijke redenen vlogen die regelmatig met z’n honderden tegelijk op. Dan leek het steeds even een sneeuwbui van witte veertjes!

We kampeerden op het Motorcamp in Muriwai. Een prachtig terrein met weer uitzicht op de zee, nog steeds met zwart strandzand. En ook wifi, dus daar vandaan kon ik jullie het eerste verslag sturen. Een Eastern Rosella kwam even van heel dichtbij onze camper bekijken.

Dit is een prachtig gekleurde parkiet. We hoorden in de vele bomen die op de camping stonden de Tui roepen. Een heel apart geluid produceert deze vogel, heel doordringend.  We bleven daar één nachtje en vertrokken op vrijdag 23 oktober via HELLENSVILLE reden we naar WELLSFORD. Een prachtig landschap, zelf noemen ze het “een rollend landschap”. Groene heuvels in diverse hoogtes. De wegen stijgen en dalen dan ook snel achter elkaar en zijn behoorlijk bochtig, af en toe leek het wel wat op een achtbaan. Het landschap deed me al denken aan de films “In de ban van de ring”. Ik zag de Hobbits daar wel lopen met hun grote blote voeten.. In Wellsford deden we nog wat boodschappen. We mistten onder andere nog knijpers, waslijn, afwasteiltje, thermoskan. Daarna lunchten we op ARANGA Beach. Hier zagen we voor het eerst weer witte stranden. Een mooi plekje was het daar!

Om op onze camping te komen moesten we een stukje terugrijden naar TROUNSON KAURI PARC. Een prachtige camping!

Zaterdag was een hele dag regen. Dus dat werd lezen.. onder andere de informatie over het land en ook werd de e-reader opgestart. In de avond deden we een Kiwiwandeling in het donker in het Trounson Kauri Park. We kregen allemaal een zaklamp en zo liepen we in het donker door het bos. De gids voorop met een rode lamp en wij in een rijtje erachteraan. Voor we vertrokken liet hij ons het geluid horen van een mannetjes en dat van een vrouwtjes kiwi. We stonden nog bij de informatieborden waar ons werd uitgelegd wat deze dieren eten, hoe ze jongen krijgen en grootbrengen. Wat hun natuurlijke vijanden zijn. En wat er zoal in de Nieuw-Zeelandse natuur is misgegaan door het uitzetten van dieren uit andere landen. Ook de Kiwi is daar het slachtoffer van geworden. In het gebied waar we waren komt de bruine kiwi voor. Dat is de grootste van de drie soorten. We luisterden naar de uitleg en ja hoor, we hoorden een kiwi roepen… Het werd een mooie wandeling. Het was spannend zo in het donker in het bos speuren onder en tussen de bomen. De gids wees ons de grootste Kauriboom van dat gebied aan. Een reus van ongeveer 1200 jaar oud. Ook de “Four Sisters” Een Kauriboom die onder twee stammen had en zo’n anderhalve meter boven de grond splitsten die ook nog eens in twee stammen. Zeer indrukwekkend! En natuurlijk de spinnen, heel wat ook erg grote engerds.. Verder de glimwormpjes geven altijd een apart sfeertje in zo’n bos. Maar helaas de kiwi liet zich nog een paar maal horen evenals de …uil. Maar gezien hebben we ze niet.

Zondag gingen we weer verder met als verste doel CAPE REIGNA, het noordelijkste puntje van het Noordereiland.

We wilden via een binnenweg van zo’n 7 km naar de hoofdweg nr. 12. De gps had dat niet helemaal goed begrepen en stuurde ons zo’n 43 km over gravelweg naar KAIKOHE. Het eerste deel was prachtig, de weg goed. We reden op een soort holle weg met de meest mooie begroeiing erlangs. De varenbomen waren heel hoog maar ook een soort yuga’s op stam. Het was genieten!

Maar er kwam maar geen eind aan die onverharde weg. Het werd smaller en bochtiger af en toe langs glooiende weilanden en soms weer door bossen. En over smalle één auto brede bruggetjes. Op de kaart konden we niet terug vinden waar we nu eigenlijk waren en waar we naar toe reden. Het landschap golfde, maar de weg ook. Deze liep steeds behoorlijk schuin af naar de binnenbocht. Af en toe leek het wel het circuit van Francochamps.. Na al die kilometers waar wij toch zeker heel erg van het landschap genoten waren we ook wel weer blij om uiteindelijk in een stad en op het asfalt uit te komen.

We reden door naar de noordpunt. Daar komen twee zeeën bij elkaar. De Tasmanzee en de Pacific ocean. Aan het schuim op het water kun je zien dat ze daar botsen. In de Maori mythologie is deze plaats een heilig oord, waar de zielen van de gestorvenen voor hun laatste reis naar het legendarische Hawaiki vertrekk en. Ze laten zich van een pohutukawa-boom, die op de helling van deze kaap groeit de diepte in glijden.

Na hier even te hebben gewandeld en rondgekeken reden we naar het zuiden waar we een Holidaycamp vonden in HOUHORA HEADS. Gert ontdekte dat de kalkoenen die we onderweg op de weilanden zien in groepjes van 4 à 5 een wilde soort is. Verder zagen we weer enorm veel geelgorzen, de ijsvogel zie je hier regelmatig op de stroomdraden langs de weg. De oostelijke Rosella zagen we toen we nog op de binnenweg reden. Verder hadden we nog veldleeuwerikken, vinken, putters, mussen, merels, zanglijsters, kiekendief, welkomszwaluw, witkopreiger, en wat eenden. Opvallend in dit rijtje is wel dat er veel Europese soorten bij zitten…

Het rijden begint te wennen. Gert kent door al die bochtige wegjes inmiddels de auto prima. En ik kan nu ook ontspannen, durf zelfs al af en toe op de kaart te kijken…

We bleven een nachtje op deze camping. De volgende bestemming was de BAY of ISLANDS. Met de ferry gingen we van Opua naar Okiato. We hadden als camping weer een van de Top Ten Holidayparken uitgezocht in RUSSELL Deze lag op 200 m van het stadje en dichtbij het beginpunt van de uitstapjes. We stonden op een plekje bovenaan en hadden vandaaruit een prachtig zicht op de lagune met de eilandjes. We raakten niet uitgekeken!

Dinsdag de 27e hadden we ’s middags een boottocht in de Bay of Islands geregeld. Op zoek naar en eventueel zwemmen met dolfijnen. Een Orca zouden we ook goed tegen kunnen komen. Ik had m’n badpak al aan en had me ook opgegeven om te gaan zwemmen als we in een groep dolfijnen terecht zouden komen. Ik was best gespannen… hoe zou dat gaan?  Maar met zeker zo’n 25 mensen aan boord zal er toch wel een zijn die me zal redden? Gert niet natuurlijk, want die moet foto’s maken… De dagen daarvoor hadden ze niet één dolfijn of Orca gezien. Maar wij wel! Een flinke groep met bottle-nose dolphins.

De kapitein kondigde ze al aan met de mededeling dat er niemand mocht meezwemmen, omdat er zich een pasgeborene in de groep bevond. Er waren drie redenen waarom er niet mocht worden meegezwommen. Als er baby’s waren, als ze sliepen en als ze aan het fourageren waren. Ze hadden dat namelijk als stelregel om de dieren zo min mogelijk te verstoren. We konden ze prachtig zien. Zwemmen, springen, duiken en de moeder samen met haar jong. Prachtig, hoe sierlijk ze door het water glijden en wat een lieve kop hebben ze. Toch jammer dat we niet mochten zwemmen met ze… “s Avonds hebben we heerlijk gegeten bij Sally’s aan de haven en zo al genietend het zonnetje in het water zien zakken.

 

De volgende dag kwam er ’s morgens al om 9 uur een mobiele hulpdienst naar ons gasstel kijken. Want op één pit koken en de tweede laten branden door met een vinger de knop ingeduwd te houden werkt niet echt lekker bij het koken. Helaas kon hij het ook niet afdoende repareren.

Dus vertrokken we met een extra dopje wat bij die ene pit de vinger moest vervangen weer naar de volgende bestemming: PURIRI BAY. Dit is een camping van de DOC [Department of Conservation].

Deze camping ligt helemaal aan de punt van een schiereiland in de Bay of Islands. We zijn er vast de dag daarvoor tijdens de vaartocht dicht in de buurt geweest. Het is een prachtig gelegen camping aan de rand van een lagune.

Dat kleine witte stipje op de foto is onze camper!

De Jan van Genten duiken zo voor je neus het water in. De red-billed-gull is in grote getale aanwezig aan de rand van het water en de mannetjes hebben duidelijk het voorjaar in het hoofd en lopen de hele dag de vrouwtjes te verleiden. Er lopen twee eendenmoeders met ieder zo’n 7 en 10 kuikens over de camping te paraderen en ook daar loopt een mannetje achteraan die duidelijk last heeft van een hoog hormoongehalte. Hij probeert die jonge moedertjes al weer te pakken… Misschien dat daarom een elftal jonge eendjes hun heil hadden gezocht bij Gert en hem hadden geadopteerd als vader en hem dus overal achterna liepen..

We genoten van het uitzicht maar deden ook nog een wandeling helemaal naar de punt. Deze liep door een dicht sub-tropisch bos. Prachtig wat een planten en bomen dat daar groeien en ook planten op de bomen.. En overal varens en varen-bomen! En af en toe doorkijkjes op de kust en de oceaan. Het pad was zo steil dat er heel wat trappen waren aangebracht. Een mooie oplossing en de wandeling is zeker een aanrader, wat een prachtig natuurgebied! 

De volgende dag werden we wakker en hoorden de regen op het dak tikken. Toen was het plan snel gemaakt. Via gravelroads reden we weer door bossen en ook door een flink moeras naar Kawakawa. We waren daar op de heenweg ook al door gekomen maar helaas niet goed opgelet. Daar heeft Friedenreich Hundertwasser namelijk vele jaren gewoond. Hier heeft hij ook zijn laatste Hundertwasser gebouw gerealiseerd, het openbare toilet. We konden het bezichtigen en gebruiken…

Aangezien het bleef regenen besloten we om maar meteen door te rijden naar Auckland waar we morgen [vrijdag 30-10] een afspraak hebben met het afleverstation van de camper om de gasplaat te laten repareren.

We waren in Auckland om onze kookplaat te laten herstellen. Dat was snel gepiept. Binnen 20 minuten waren we weer op pad. Het was een mooie rit binnendoor via de Pacific Coast. We passeerden Miranda, Thames en TAPU en vonden een camping wat meer het binnenland in. Aan het water was wel een camping, maar dan met veel vaste boys. Een gróóót kamp! Wij vonden een lief campinkje buiten Tapu, op de weg naar COROGLEN. Mooi gelegen in de natuur “Tapu Creek campervanpark”. Alles aanwezig en de campingmevrouw opende voor mij speciaal het damestoilet. Want zo zei ze, because an olderly lady should not go to the men’s bathroom… Dit waren haar woorden.

De volgende morgen gingen we naar een bijna op loopafstand gelegen spirituele watertuin. (Rapaura Wathergardens) Nu zijn wij eigenlijk niet zo van het spirituele, maar we vonden het prachtig! Ik weet niet of je als vrouw ook verliefd kunt worden op varens, maar ik geloof dat dat met mij gebeurd is… Wat een prachtige varens zijn er hier in Nieuw Zeeland.

 

En op een mooi plaatsje in deze tuin, aan een stille vijver, overschaduwd door varenbomen, sta ik even stil…. Af en toe valt er dan een druppel van die varenbladeren in het spiegelende water en maakt daar mooie kringen… dan zou je er zo maar iets spiritueels bij kunnen gaan voelen… Maar back to earth, ze hadden ook een café en heerlijke koffie en taart.. oei, ik denk niet dat we die nog lekkerder gaan krijgen!

We startten de auto weer en stopten in COROMANDEL. Een stadje met een wild-west sfeer. Je kon er heerlijk lunchen en ik nam: Green lipped mussels. Alleen de naam doet je niet meteen het water in de mond lopen, maar ik kan zeggen ze smaakten voortreffelijk!

We reden nog naar het volgens de informatie meest gefotografeerde supermarktje en daarna vonden we een plekje op een top 10 camping. Dit is een keten door heel Nieuw Zeeland. Het zijn over het algemeen goed geoutilleerde campings. Met ook de mogelijkheid om wifi te nemen, weliswaar tegen betaling. Ik deed daar m’n wasje. We stonden aan de kust( Hauraki Gulf) dus het wapperde lekker droog aan de droogmolen.

De mevrouw in de Wathergardens had ons het toeristische treintje aanbevolen, dus dat gingen we doen op zondagmorgen. ’s Avonds hadden we al een gezellige babbel met Jaap op skype. Zondagmorgen in alle vroegte, voor ons dan.. zat Stan al klaar voor de camera van de laptop. Hij herkende ons heel snel en hij probeerde om ons rozijntjes te voeren door het scherm van de computer. Dat was dus een speciale ervaring! Het vertrekpunt van het treintje lag dichtbij de camping (Driving Creek Railway). De beeldhouwer, Barry Brickell was daar, op die plek in 1973 gaan wonen. Hij had voor z’n werk klei nodig die hij uit de bergen haalde. Een andere interesse van hem was treintjes. Maar dan een waar hij zelf in mee kon rijden. Zo combineerde hij z’n werk, beelden boetseren van klei met z’n hobby: een trein laten rijden. Hij bouwde zelf een smalbaan spoorweg door de bergen en vervoerde zo zijn klei naar zijn atelier. Zo breidde het traject van de spoorbaan zich verder uit, inmiddels 3 km lang.

Hij had een lening gesloten bij de bank toen hij z’n project begon. Omdat het maar niet lukte om die schuld af te betalen regelde hij, op voorstel van de bank dat de trein gebruikt kon worden om toeristen door de bergen te vervoeren naar een mooi uitkijkpunt, The Eyefull Tower.

Met de opbrengsten daarvan betaalde hij niet alleen zijn lening af, maar plantte hij ook van zijn winst inheemse bomen in de omliggende bossen. Er zijn er inmiddels al zo’n tienduizend aangeplant. Het was een mooie ervaring en het uitzicht op de hoge toren was prachtig! Om de belevenis compleet te maken dronken we koffie tegenover het station van het treintje en zaten daar lekker te genieten in het zonnetje omgeven door werkstukken van Barry Brickell. Het was een apart verhaal over deze man!

Later op de dag vonden we een camperplaats, tot onze verrassing zagen we dat hij ook werd aanbevolen door Ilmy en Joop, Anzac Bay in BOWENTOWN. Mooi gelegen aan een inham van een lagune. Ook daar was het weer heuvelachtig, dus toen ik de volgende morgen begon met m’n hardlooprondje had ik er weinig fiducie in… Maar al lopend vond ik een mooi voetpad langs de rand van de lagune. Helemaal vlak, dus had ik een mooi rondje van bijna 12 km.

Op mandag ging het gebeuren.. in MATAMATA gingen we the movieset location: The Hobbiton bekijken. Gert heeft het boek niet gelezen en de films niet gezien. Ik beide wel. Dus voor mij zaten er meer punten van herkenning in. Maar de gids die ons rondleidde had er een prachtig verhaal bij. Hoe de regisseur, Peter Jackson deze plek had gevonden.. de onderhandelingen met de boer: Alexander. Hij noemde op verschillende plaatsen fragmenten uit de film en dat werkte heel beeldend! Ik genoot!!!!

Na dit genieten hadden we een lunch in het stadje en toen ging het door naar ROTARUA waar we weer een Top Ten camping aandeden. Bij het Blue Lake, een heilige plaats voor de Maori! In deze regio komen we ook voor het eerst redelijk wat Nederlanders tegen. Leuk om van hen te horen wat ze al hebben gedaan en nog gaan doen.

De campings, niet alleen de Top Ten, zijn prima. Allemaal hebben ze er een goede keuken erbij. Met potten en pannen, servies en bestek. Ook eettafels en stoelen, vriezers en koelkasten., magnetrons en gasbbq’s die dan weer meestal buiten staan. Meestal zelfs ook afwasmiddel, schuursponsjes en theedoeken! Maar.. ook de Freedomcampings zijn prima. Meestal is er een openbare toilet bij. Maar deze zijn vrijwel altijd net als al de openbare toiletten in Nieuw Zeeland heel goed. Schoon en voorzien van papier, fonteintje en zeep.

We hebben alle folders doorgelezen, want we wilden de geisers zien, de modderpotjes en ik wilde ook iets meer zien van de Maori’s. We besloten een bezoek te brengen aan Te Puia. Dit is een park waar alles een beetje bij elkaar te vinden is. De geiser geeft twee keer per uur een hoge uitstoot, het zag er mooi uit.

De modderpotten konden we ook bekijken, we kenden ze natuurlijk al van Costa Rica. Maar het blijft bijzonder om de aarde zo aan het koken en stomen te zien. Verder hadden we nog een optreden van de Maori’s die erg enthousiast over hun cultuur vertelden.

We bezochten nog de houtbewerkingsschool waar alleen leerlingen werden aangenomen van Maori afkomst. En ook nog de weverij waar je zag hoe ze van bladeren draad maakten en hiermee weefden.

Later die dag reden door naar Arapuni, dit ligt dicht tegen het N.P. :Het Maurigatautari Eco Island Trust. We zochten een Freedomcamping, er stonden er drie aangegeven op de kaart. We reden en reden en vonden niets… Toen, na vele kilometers op binnen weggetjes maar teruggereden naar PUTARURU waar we een motel vonden waar een camperplaats bij was. Het deed allemaal een beetje Amerikaans aan. Zo’n motel als je ook wel in films ziet. Ze komen met auto aan.. verdwijnen in het motel, gordijnen dicht.. Maar op de binnenplaats stonden ook campers met zicht op de verhuurde kamers en daar vonden wij ook ons plekje voor die nacht. De volgende ochtend was er geen enkele bewoner meer te zien. Niet van de kamers en niet van de campers.. Alleen wij waren nog over!!!

Helaas was de volgende dag een echte Hollandse regendag. Het begon ’s nachts al. Ik werd er wakker van en wilde de mat snel binnen  leggen.. eerst snel iets aangetrokken… deur open.. mat gepakt, die al door en door nat bleek.. waar laat je die dan??? Op het randje gelegd en toen oh.. help, we hebben een schuifdeur en om die midden in de nacht dicht te doen… Dat kan namelijk alleen met een harde klap… Waar ben ik toch aan begonnen… Resultaat: de mat werd niet natter, ik viel al snel weer in slaap en Gert lag zo ongeveer de rest van de nacht wakker! En allemaal voor niets….

De regendag maakte dat we de wandeling in het natuurpark oversloegen en meteen doorreden naar de Waitomo Caves. Daar maakten we een boottocht door een grot en zagen de glimwormen zitten aan het plafond. Het leek een prachtige sterrenhemel. Die glimwormen zijn dus lange, dunne wormen die tegen het plafond zitten en lange draden hebben hangen vanaf hun plekje. De lengte van de draden is 30 tot 50 cm. Het lichtje zit in het achterlijf van de larve en is om insecten te lokken. Als die tegen zo’n draad vliegen blijven ze plakken, net als in het web van een spin. De larve begint op dat moment dan zijn draad op te eten als een soort spaghetti en verorbert zo ook z’n prooi! Wat zit de natuur toch weer bijzonder in elkaar! Na deze ervaring gingen we een grot verder, The Araneri Cave en daar leidde een zéér vriendelijke man ons rond door een labyrint van prachtige Stalag-tieten en -nieten.

Toen we eenmaal een eind in de grot gelopen waren vroeg hij ons alles wat we bij ons hadden en ligt gaf uit te zetten. Zo stonden we toen ineens met zo’n twintig mensen in het volledige donker. Zo donker dat er ook werkelijk helemaal niets is te zien en ook niet te horen. Een hele speciale ervaring was dat… Na afloop, het was inmiddels opgehouden met regenen, deden we nog een wandeling door een druipend rainforest. En ook hier keek ik weer mijn ogen uit! Wat een overdaad aan planten en vooral varens. Overal waar je keek groeiden planten. Natuurlijk op de grond, maar ook tegen stammen en takken en op planten groeiden weer andere…. Wat kan ik daar altijd van genieten!

 

En nu, want we zijn inmiddels op donderdag aangekomen, hebben we een dagje rondgekeken en gewandeld bij Mount Doom. Reden we eerst door de bekende grazige weiden ineens werd het landschap wat ruiger. Hogere bergen en plotseling zagen we een enorme besneeuwde krater opdoemen achter de groene weides.. Het bergmassief van Tongariro N.P. Met daarin Mount Doom ( filmlocatie uit The Lord of the Rings.) Het gebied was vroeger van de Maori’s, maar zij hebben het indertijd overgedragen aan de Britse Kroon. Inmiddels is het verklaard tot werelderfgoed. In de film van the Lord of the Rings komt het nationale park voor als het duistere Mordor en Mount Ngauruhoe als de Doemberg.

De Engelse Mount Doom. Wij liepen hier een wandeling van zo’n twee uur over deze “historische grond” en lieten ons imponeren door deze vulkaan en de ruige omgeving, waarvan je kon zien dat de stenen gestolde lava zijn!

Nu staan we op een camperplaats aan het Lake Taupo. We staan aan de rand en kijken uit op de contouren van de vulkanen aan de overkant van het meer. Wat een plekje om met zo’n uitzicht je eten te koken… en langzaam gaat het zonnetje onder en kleurt de hemel rood met daarin scherp de contouren van de bergen afgetekend!

We rijden hier inmiddels aan de linkerkant van de weg of we in ons leven nooit anders gedaan hebben… Iedere dag vertrekken we van onze overnachtingsplaats en weten dan nog niet waar deze dag zal eindigen. Wat we wel weten is dat iedere dag weer iets nieuws brengt!

 

 

 

(2) rondreis 2015 Nieuw Zeeland deel 2

Reisverslag Nieuw Zeeland november 2015 DEEL 2

We kampeerden op een Freedomcamping bij het Lac Taupo, met zicht op de besneeuwde toppen van het Mt. Ngauruhoe.

Er liep een mooi wandelpad langs de uitlopers van het meer. Toen ik opstond rond 6.30 uur was het in de camper 4 graden Celsius. Buiten bleek er toch wat nachtvorst te zijn geweest. Het gras was wit en stijf bevroren. Maar het zonnetje kwam al snel op en zo liep ik mijn kilometers in de frisse ochtendlucht met zicht op een besneeuwde Mount Doom! Na het ontbijt reden we naar NAPIER.

 

Een stad aan zee, het kan hier bijna niet anders… Deze stad werd op 3 februari 1931 ineens met 40 vierkante kilometer uitgebreid door een vulkaanuitbarsting voor de kust die het land daar 3 meter omhoog stuwde waardoor het boven de zeespiegel kwam te liggen… Op dit nieuwe stuk grond is een hele nieuwe wijk gebouwd, voor een groot deel in de Art Deco stijl.

Het is leuk om hier wat rond te kijken. Ze verhuren zelfs jaren dertig auto’s die mooi in het straatbeeld passen. Hier at ik voor de eerste keer een Whitebait omelet. Verschillende wurmachtige vissen die nog in een vroeg stadium van ontwikkeling zijn worden voor de kust met een heel fijnmazig net uit zee geschept en per liter verkocht. Ze zijn namelijk te klein en te vochtig om los te verkopen. Deze smurrie kleine visjes wordt toegevoegd aan geklopte eieren; na het bakken is het resultaat een smeuïge omelet die naar vis smaakt. In de haven van NAPIER lag een Nederlands cruiseschip, “Noordam” uit Rotterdam met 2000 gasten aan boord. De middenstand in Napier was er blij mee vertelden ze.

Na ons uitstapje in de stad zochten we een campsite  op de Clifton Road een aantal km buiten NAPIER. Het Freecamp Clifton Road Reserve. We stonden weer met ons snuf aan de Pacific Ocean. Helaas was die te koud om er meer dan de tenen in te steken… De volgende dag moesten we vroeg op, want Gert had gereserveerd voor een tractortocht naar CAPE KIDNAPPERS. Deze kaap staat bekend om zijn kolonies Jan van Genten. We hadden ze natuurlijk al helemaal in het noorden gezien maar… deze vogels zijn zo mooi daar wilden we nog een tochtje aan wijden. We vertrokken om 7 uur, twee uur voor eb.

Drie tractors achter elkaar met achter iedere tractor een platte kar met daarop zo’n 20 mensen. Twee karren werden vol gezet met een scoutinggroep met hun begeleiders. We hadden leuke chauffeurs die in waren voor een lolletje en zeker die met de kinderen erop maakten menig extra rondje door de branding!

Het kiezelstrand was soms zo smal dat er wel door de golven gereden moest worden. We gingen langs een prachtige rotskust waar de verschillende aardlagen goed zichtbaar waren. Een laag , de onderste met schelpen, de vroegere zeebodem. Dan een laag dik aangeperst zand dat het uiterlijk had van steen, maar het verpulverde zo in je handen. Ook een laag as die de aarde ooit bedekt had na een vulkaanuitbarsting. Het werd ons allemaal leuk en ook aanschouwelijk uitgelegd. Wat ook mooi te zien was is dat de aardplaten de hele “rots”-wand schuin omhoog drukken. Ik kan er altijd van genieten al die vormen en structuren die zich aftekenen op zo’n wand. Ik heb er dan ook menig foto geknipt. Want niet alleen de structuren maken het zo mooi, ook al die aardetinten van lichtgrijs tot aan terrarood op die plekken waar dan weer ijzer in zit.  

We kwamen natuurlijk niet voor die wand alleen. De tractors stopten bij het puntje van het schiereiland. Daar restte ons alleen nog een klim naar de vuurtoren, waar een hele kolonie Jan van Genten van dichtbij te bekijken was. Dat was ook weer een unieke ervaring, we hebben ze natuurlijk al vaak gezien en waren altijd onder de indruk van hun duiktechniek, maar om nu zo dichtbij ze te staan en te zien hoe de eerste nestel perikelen zich ontwikkelen… ook weer heel bijzonder. We konden ze bijna aanraken, maar niet een leek ons ook maar te zien… Zo’n 4000 van die vogels zo dichtbij…

Ik heb niet geteld hoeveel keer ik op dat knopje van de camera heb gedrukt… en dan deed Gert ook nog eens z’n best, dus dat wordt nog wel een avondje foto’s  uitzoeken!

De terugweg deden we in het zonnetje en zo hadden we een prachtig uitstapje wat al met al zo’n vier uur had geduurd. Diezelfde dag reden we naar WELLINGTON, waar we voor de volgende dag de ferry hadden besproken. De omgeving van Wellington is ook weer op enkele plaatsen gebruikt in de film The Lord of the rings. Met name het Elfenbos Rivendel en ook de tuinen van Isengard lagen in Upper Hutt. Er is daar nu niets meer van al die opnames terug te vinden…

Wij vonden wel dat hoe meer naar het zuiden hoe meer het landschap veranderde. Geen golvend heuvelachtig groen landschap meer maar meer dalen met bergruggen. Nog wel groene weides, maar droger. Wel nog steeds veel schapen, meer zelfs wel dan in het noorden. Wat we hier in Nieuw Zeeland ook zien zijn Hollandse koeienrassen. De Lakenvelder en de Blaarkop zie je hier regelmatig in grote groepen in de weides. En laatst kregen we bij ons toetje een lange vinger. Ik weet niet of dat een specifiek Hollands product is maar zo voelt het wel…Wat ik ook nog steeds bijzonder vind is de hoeveelheid nationaliteiten die hier allemaal met een camper onderweg zijn. En niet alleen ouderen, zelfs veel jongeren. Die hebben dan meestal iets meer haast dan wij, omdat die het hele programma in één maand moeten afdraaien… Leuk om zo met al die verschillende mensen op pad te zijn. Want natuurlijk doe je allemaal dezelfde hoogtepunten en kom je elkaar soms weer eens tegen.

Zoals ik zei gaat het rijden prima! Er zitten hier stickers tegen de autoruit, zowel bij de bestuurder als bij de bijrijder, die melden.. KEEP LEFT Links fahren

Nieuw Zeeland Zuidereiland.

Zondag 8 november. We moesten weer vroeg op… Om 6.30 stond de wekker. De boot vertrok om 9.00 uur, maar we moesten één uur voor die vertrektijd in de rij gaan staan… Alle voertuigen gingen er eerst op en de ferry werd afgevuld met campers.

Toen we op volle zee waren, de Cook Strait heet het hier, werd het panoramadek op de 10e verdieping gesloten vanwege harde wind. Het ging inderdaad flink tekeer op zee, maar op de boot was geen extra beweging waar te nemen.

 

De overtocht duurde drie en een half uur. De binnenkomst op het Zuidereiland was prachtig door de Marlborough Sounds. Het deed een beetje denken aan de fjorden in Noorwegen. Op de boot troffen we nog drie andere Nederlandse stellen die we ook al eerder eens op een camping hadden ontmoet. We arriveerden in PICTON en vandaar ging het over een mooie slingerende bergweg met prachtige uitzichten naar NELSON.

In HAVELOCK namen we de lunch in “de Mosselpot”. Heerlijke groenlipmosselen geserveerd buiten op het terras. Havelock is Greenlipped Musselcapitol of the world!!! En zo smaakten ze ook!

De eindbestemming voor die dag was RICHMOND. We hadden daar weer een top ten camping en hoopten op een goede internetverbinding. We keken uit naar het wekelijkse contact met de kleinzoon. En we wilden afscheid nemen van Jaap, die dat weekend voor een maand naar Vietnam vertrok… Maar helaas, voor de eerste keer stelde een top ten camping ons teleur. Het lukte niet…. Vanuit Richmond reden we door naar Cape Farewell. We hadden een rit door de hoge bergen. Het was heel jammer dat het in het begin van de dag mistig was en we alle uitzichtpunten konden overslaan.. En later ontaardde het in een echte regendag.. dus de laatste tien kilometer op de gravelwegen waren al niet echt leuk meer…

We werden hartelijk ontvangen op het Wharariki Beach Holiday Park. Een heerlijk enthousiast jong meisje vertelde ons dat ze de vorige dag op het strand dichtbij de spelende jonge seals had gezeten.. En ook vertelde ze dat het de volgende dag een superdag zou worden … ze had het net op het weerbericht gezien.. een mooie zonnige dag! Dus we wilden haar graag geloven en boekten meteen voor twee nachten. Die dag deden we nog een wandelingetje naar het strand en vonden het er heel mooi! Wat een natuurgebied! Mooi strand en duinen, prachtige uitzichten!

En om op het strand te komen liepen we weer door mijn favoriete varenbos… Vol verwachting doken we die avond het bedje in…

En inderdaad, we werden wakker met een stralend blauwe lucht. Het was een eco-camping en dat zag je bij het openen van de gordijnen meteen. Twee paarden liepen tussen de campers door en de pauwen lieten hun rauwe luide roep duidelijk horen… De toiletten waren daar ouderwetse poepdozen. Geen probleem, ze zaten prima. Papier en een wastafeltje bij de hand. Alleen zat er een ventilatiesysteem op wat merkbaar zorgde dat alle luchtjes meteen werden afgevoerd.. Resultaat was wel dat de lucht onder je billen zo snel werd afgevoerd dat je je kunt indenken dat je er op die plek misschien verkouden van zou kunnen worden… Ze zeggen toch altijd.. pas op voor tocht?

We deden een wandeling over de groene heuvels, bekeken door grazende schapen. We klommen over trapjes die de weilanden van elkaar scheidden. Koeien keken ons met hun trouwe grote ogen na en wij genoten, want na iedere heuvel hadden we weer een ander fantastisch uitzicht op een binnenmeer, een rivier of de zee. Het pad voerde ons door weer een mooi bemost nevelbos en eindigde op een rots aan zee.

Eenmaal die afgedaald kwamen we op een klein strand tussen een paar rotsen in met een mooi uitzicht op de rotsen in zee. Maar.. het was nog vloed en onze terugweg lag voorbij de volgende rotsen.. Na veel geklim en geklauter kwamen we toch op een punt waar we op het afgaand tij moesten wachten om verder te kunnen… Het werd een heel avontuur! Terug op ons “eigen” strand zagen we een paar Seals ( zeeberen) liggen. Toen ik wat te dichterbij kwam voor een foto werd papa zeebeer boos… Deze seals zijn enkele maten groter dan onze zeehonden, de vacht is ook veel ruwer.

’s Middags gingen we nog een keertje terug naar het strand bij eb. Maar het waaide vreselijk hard, we werden compleet gezandstraald. En geen jonge zeehondjes in de kleine plasjes… Later zagen we in een binnenriviertje nog twee jonkies spelen en poetsen! Laat ik nu op de terugweg aan de rand van het bos een orchidee zien. Althans dat dacht ik… Het bloemetje was zo klein dat ik er wel acht foto’s voor nodig had voor ik er een had waarop het bloemetje een beetje duidelijk was te zien. In de camper heb ik meteen gezocht in het plantenboek en jawel, goed gezien, de Onion orchid!

De dag daarop werd een “rij”dag. We moesten om naar de oostkust te gaan dezelfde weg weer terug hebben. Dus wat we een paar dagen daarvoor in de mist deden daar konden we nu genieten van de uitzichten. En nu kwamen we dus ook weer langs de Mosselpot en laat dat nou net tegen lunchtijd wezen…

Wat mij hier in Nieuw Zeeland opvalt is de aanduiding voor toiletten. Soms staat er op het bordje Bathroom, je verwacht dan bijna ook een bad of douche in die ruimte.. Soms wordt het aangeduid als Restroom. Je zou dan weer een soort van sofa’s verwachten om lekker languit te kunnen relaxen, maar niets is minder waar.. Misschien staat dat “rest” voor op “je gemak” zitten..

Het was inmiddels flink gaan regenen toen we door de fruitschuur van het Zuidereiland reden. Hop, wijngaarden, kiwikwekerijen, en appels, peren en aardbeien. We reden door mooie berglandschappen, maar de groene heuvels met schapen en de zee zijn nooit ver weg hier. Langs de kust een paar kilometer voor onze bestemming, KAIKOURA zagen we weer Seals. Ze lagen in grote aantallen op de rotsen voor de kust. Ik heb nog wel een stukje gefilmd in de regen… We hadden een flinke rit gehad 397 kilometers!

We werden wakker met de regen die op het dak tikte. Maar het werd droog en na een half uurtje besloot ik toch maar te gaan lopen. En ja hoor twintig minuten was ik op pad en daar begon het weer. Geen schuilmogelijkheden en toen die er wel waren was ik inmiddels te nat om stil te gaan staan. Doornat kwam ik weer bij ons campertje. De schoenen hebben er een hele dag over gedaan om enigszins droog te worden. Ik was na een warme douche daar eerder mee klaar…

Je kunt hier maar kiezen uit allerlei soorten activiteiten. Op enkele kilometers voor de kust ligt een afgrond waar de zeebodem een diepte van 1000 meter bereikt. Op deze plek zorgen koude zeestromingen voor rijke visgronden. De walvissen en zeevogels komen op deze natuurlijke rijkdommen af! In het verleden lokte dit walvis- en robbenjagers. De  hoogtijdagen van de walvisvangst eindigden rond 1920. In 1964 werd er voor de laatste keer een walvis gedood voor de kust van Kaikoura. Intussen leveren de immense zoogdieren weer veel geld op maar nu vanwege de toeristen die er op af komen.

Dus kun je hier walvissen gaan spotten, op een boot, vanuit een vliegtuig of helicopter. Je kunt dolfijnen gaan zien of met ze zwemmen. Je kunt ook met Seals gaan zwemmen. Je kunt gaan kajakken, raften etc. Maar wij gaan niets van dat alles doen… Wij gaan op een boot zeevogels zoeken… Maar deze regendag gaan we voornamelijk zorgen dat we droog en warm blijven. Het is een aardig stadje en het eerste souvenirverzamelen is begonnen.. We hopen op beter weer morgen en gaan dan de zee op voor de vogels! Op vrijdag de dertiende…

We meldden ons netjes op tijd en degene die ons instrueerde over de gang van zaken vroeg nog naar onze eerdere ervaringen met varen op zee, want de zee was die dag nogal ruw.. De walvistochten waren voor de hele dag afgezegd. En inderdaad, de zee was zoals het wel bezongen wordt in liedjes over de woelige baren. Twee van de acht mensen hebben alleen schuin buiten boord hangend vanuit hun ooghoeken de geweldige albatrossen kunnen zien.. Wat een vogels, een spanwijdte van 3 meter. Ze komen prachtig langs zeilen met hun smalle vleugels.

 

De schipper voer eerst een flink stuk buitengaats en hing toen een korf met visafval buiten de boot. En dan willen ze wel komen… En als toetje zwommen er ineens ook nog een groep Dusky Dolphins rond de boot. Dit zijn kleine dolfijnen die mooi springen en duiken.

 

Het was echt een hele mooie ervaring. We boften, er was wel een harde wind wat de zee heel ruig maakte, maar verder was het droog met een zonnetje!

Op zaterdag gingen we weer verder richting WESTPORT. Ligt Kaikoura aan de oostkust, Westport ligt aan de westkust. Dus deze rit voerde ons dwars over het eiland. We moesten dit wel zo doen, want ten noorden van deze twee steden ligt een groot berggebied waar geen weg doorheen gaat. We hadden een prachtige rit, we keken onze ogen uit naar al die prachtige landschappen. Groene weides met schapen op heuvels met op de achtergrond hoge bergtoppen met sneeuw bedekt. En brem, heel veel bloeiende brem, soms wel een hele helling vol.. Er werd regelmatig gestopt om een foto te maken en steeds bleek het gewoon niet mogelijk om zoveel moois op een foto vast te leggen.

 

Westport is bekend om de pelsrobbenkolonie. Die vind je op Cape Foulwind. Daar gaat een wandelpad hoog over een rotsachtige klip. Hier zie je vanuit de hoogte een kolonie zeeberen ronddartelen in zee en in de rotspoelen. En omdat het nu lente is zag je dat de voortplanting ook de nodige aandacht kreeg. We vonden een mooie camping direct aan de kust en we mochten zelf ons plaatsje kiezen, dus dat werd er een met zicht op zee. We stonden helemaal perfect voor de zonsondergang. Maar, Pluvius was ons ook nu niet goed gezind. We stonden nog geen half uur toen het al weer met bakken uit de lucht kwam vallen, en het zonnetje en ook de mooie sterrenhemel waar we ons op hadden verheugd, noppes, nada!

En ook de zondagmorgen was grijs en nat. Gelukkig hadden we een goede internetverbinding en konden we gezellig bijkletsen met Harm, Katrien en de bijna belangrijkste.. Stan! Hij loopt nu en dat konden we zo even met eigen ogen aanschouwen.

We draaiden daarna de voorstoelen weer in de rijstand en deden eerst de Countdown supermarkt aan voor de wekelijkse boodschappen. De tank werd nog even volgegooid met diesel. Die kost hier om en nabij de 80 eurocent de liter. Maar er komt nog dieseltax bij.. alleen weten we niet precies hoe dat in z’n werk gaat! We hebben nog een paar weken om dat uit te zoeken..

Over een prachtige kustweg, die soms op zeeniveau lag, maar soms ook een blik vanuit de hoogte gunde op de blauwe zee, reden we naar PUNAKAIKI. Het is hier een rotsachtige kust met veel kleine inhammen, met grote rotsblokken in zee voor de kust. De weg heet de Great Coast Road en het deed ons allemaal erg terugdenken aan de Great Ocean Road in Australië. We stapten geregeld uit om te genieten van het woeste geweld van die blauwe Tasman Sea. In enkele kleine baaien kon je zien dat die woeste golven in de loop der tijd bijzondere vormen hadden uitgeslepen in de rotswanden. In Punakaiki stopten we om de pancakes te gaan bekijken. Er is een wandelpad over en langs de rotsen zo loop je naar heel apart gevormde rotsen, eigenlijk net hoge stapels pannenkoeken..

Maar de zee heeft ook flinke gaten onderin de rotsen geslagen en als het hoogtij is komt het water met kracht deze gaten in waardoor grote pluimen waternevel door de rotsspleten omhoog stuwen. Een apart verschijnsel, blowholes noemen ze ze.

Hierna volgden we de Great Coast Road verder zuidwaarts. Er liggen meerdere picknickplaatsen op mooie uitzichtpunten langs deze weg. Het noordelijkste deel van deze weg vonden we wel het meest bijzonder! We kwamen door het stadje GREYMOUTH maar stopten pas in HOKITIKA Daar hadden we onze 21e overnachtingsplaats. Nu ik dit opschrijf moet ik ook vreselijk hard nadenken hoe die camping er ook weer uitzag. Want, ja je slaapt bijna overal maar één nacht en dan ga je al weer op weg naar de volgende. Maar ik weet het al weer HOKITIKA is een stadje waar veel jade wordt bewerkt. Dit is een groene steen, die hier in de bergen gevonden wordt. Vaak in enorme blokken waarvan een leek aan de buitenkant echt niet kan zien hoe prachtig groen dat hij binnenin is. De Maori”s bewerkten deze steen vroeger al. Natuurlijk waren er teveel winkels waar je jade sieraden kon kopen! We hebben er een toerke gedaan, maar het leek allemaal wel erg veel op elkaar en het bleek geen kwestie van even een kopen aan de bron is voordelig. Ze wisten goed van prijzen.

Na een nachtje lekker slapen, want dat doen we prima in ons campertje, ging alles weer aan boord en vervolgden we de weg zuidelijk. Al snel vielen we weer stil, LAKE MAHINAPUA. Langs de weg staan op veel plaatsen bordjes waarop is aangegeven dat je er een wandeling kunt doen, hoever in afstand en in looptijd. En of er een toilet aanwezig is. Dat is hier goed geregeld. Ook kleine wandelingetjes van 10 en 20 minuten worden aangegeven. Dat is wel leuk, want die breken de reistijd leuk. Nu stopten we dus bij een flink meer waar een DOC camping was. Dat wil zeggen dat je er vrij in de natuur kunt kamperen. Meestal is er wel een soort brievenbus waar ze een bijdrage in verwachten voor onderhoud van het terrein en het reinigen van de toiletten. Goed geregeld allemaal!

 

De wandeling voerde ons weer door een Rainforest en ik kan er maar geen genoeg van krijgen, echt genieten kan ik in die bossen. Zoveel verschillende varens en even zoveel verschillende mossen. Gert heeft het over vijftig tinten groen… De omgevallen bomen blijven liggen en worden langzaam verteerd door insecten en planten. Na deze wandeling stopten we al snel weer voor een Tree Top Walk. Hier hadden ze hoog een hele constructie gemaakt waardoor je als het ware over het bos heen liep. Nu kon je zien hoe de orchideeën hoog in de boomtoppen groeien. Helaas geen bloemen, want deze bloemen bloeien pas in de herfst, dus dat was pech voor Elsje.. Ik moet zeggen dat ik het ook wel spannend vond om zo hoog over open roosters te lopen.. de uitzichten maakten veel goed!

We passeerden het stadje ROSS waar in 1909 een 3,1 kg zware goudklomp werd gevonden, de tot op de heden de grootste ooit gevonden in Nieuw Zeeland. Ook nu nog wordt er goud gevonden, men vermoedt dat er nog een goudlaag onder het dorpscentrum ligt… We lieten Ross voor wat het was en besloten door te rijden via Kakapotahi, Pukekura, Harihari en Whataroa naar Okarito. Wat een namen hè, je moet eens proberen om die snel achter elkaar te zeggen en ze dan later nog een keer te herhalen.. zonder te spieken… Dat laatste wil ons maar niet lukken… Zo is het de gewoonte  als je je aanmeldt op een nieuwe camping dat ze vragen wat je die dag hebt gedaan en wat je vorige overnachtingsplaats was… Moeilijk, iedere keer weer…

We besloten om te gaan kijken in OKARITO omdat daar volgens de beschrijving enorm veel zeevogels te observeren zouden zijn. Helaas niet een gezien; we deden daar nog een wandeling, eerst naar het strand waar een enorme hoeveelheid aangespoeld hout lag en daarna nog een beboste helling op met een uitzichtpunt. Ook hier weer veel mossen, die erom vroegen om gefotografeerd te worden.. Laat ik nu later in de camper zien dat ik met die macro-opname van mos ook een orchidee had gefotografeerd. Hij staat er niet eens zo gek op. Het is dan ook maar een minibloemetje natuurlijk maar toch… bijzonder!

We hadden hier aan de kust kunnen overnachten, maar het was nog vroeg en erg veel was er verder ook niet te beleven dus gingen we door via Franz Jozef Glacier, een best toeristisch plaatsje, naar FOX GLACIER. In deze laatste plaats vonden we onze camping voor die nacht. Van daaruit konden we de volgende dag omhoog rijden en de gletsjer vrij dicht benaderen. Het laatste stuk ging natuurlijk te voet.

Al lopend passeerde je bordjes waarop je kon zien hoe ver de gletsjer ooit kwam. Dan heeft hij wel heel veel ingeleverd… Het was weer grijs weer, de gletsjer ligt in een grijze omgeving.. De sneeuw op de gletsjer is in de loop der tijd stoffig grijs geworden.. Dus, hoe kan het anders, onze foto’s lijken wel gemaakt op de zwart/wit stand.

Natuurlijk hadden we met een vliegtuigje of helikopter omhoog kunnen gaan en vanuit de lucht is hij prachtig om te zien. Dat bewijzen alle foto’s in het dorp en de folders wel. Maar inmiddels kennen nu heel wat mensen deze gletsjer omdat er deze week een helikopter met daarin  6 passagiers is verongelukt.

Het volgende onderdeel van die dag stemde vrolijker. Een wandeling door weer een mooi, zo niet nog mooier rainforest bij LAKE MOERAKI naar het strand: MONRO BEACH waar we Fiordland Crested Penguins konden vinden. En we konden ze goed zien. We bekeken hoe ze uit zee werkelijk kwamen aangespoeld en zich dan met hun bekende schuifelpasjes, de bovenste vinnen wijd uitstaand al waggelend een weg zochten naar hun nesten, langs en over de rotsen. Het lopen leek wel wat weg te hebben van de manier waarop Stan zich nu door de kamer beweegt… Maar ook hier waren de pinguïns dus druk bezig met de voortplanting. Na deze mooie ervaring liepen we door het bos weer terug naar de camper.

Op de heenweg had ik al wat stapeltjes witte kiezels gezien, maar nu zag ik er nog meer, sommige in een mossig nisje tussen boomwortels of op een mooi plekje tussen de rotsblokken. En op de bovenste steen lag dan een hartje of een mooi vlindertje. We zullen nooit weten wie die stapeltjes er zo bewust heeft neergelegd, maar mij gaf het een fijn gevoel dat iemand die een bos, dat van zichzelf al zo mooi is, nog bijzonderder heeft gemaakt!

Die nacht sliepen we in HAAST. Vreemd is dat dit nu een plaats was waar niets was, open en winderig. In de stad zijn we niet geweest… en deze kan ik me nu nog goed herinneren.. misschien omdat er dus ook echt niets was.. Nee, dit is toch ook weer niet waar. Er is daar wel een informatiecentrum van DOC. Met een mooie tentoonstelling van het leven in vroegere tijd in dit gebied. Maar ook met een informatiefolder met daarop aangegeven welke wandelingen je kunt doen langs de Haast Highway. En die weg stond als volgende op het programma. Nu weet ik niet of jullie net als ik bij het horen van de naam Highway denken aan brede asfaltwegen, minstens vier banen breed.. Maar wij zijn er inmiddels achter gekomen dat iedere weg die geasfalteerd is en waarop auto’s kunnen rijden hier een highway wordt genoemd. Ook al is die weg soms maar anderhalve auto breed..

Goed de Haast highway dus, van Haast naar Wanaka. Volgens de folder konden we daar wel 15 uitstapjes langs plannen. En ik moet zeggen, het was leuk en soms mooi, niet alles héél spectaculair maar het werd zo een gezellige dag, met mooie uitzichten op besneeuwde bergen.

We reden langs een rivier, dronken koffie op het getipte adres van het informatiecentrum in een informatiecentrum.. waar je ook nog lekker kon lunchen en gaandeweg de dag bleek dit onze eerste hele “zon”dag. Echt van het opstaan tot de avond was gevallen… Ook dat zorgde natuurlijk voor een speciaal gevoel. In WANAKA lieten we ons verrassen door het geweldige uitzicht over het intens blauwe meer naar de hoge, besneeuwde toppen aan de horizon. Zonnende mensen op het strand. Volle terrassen! ZOMER! We hebben de camper op z’n plekkie gezet, de camping ligt daar tegen het centrum aan en na een hele korte verkenning van de winkelstraten vonden we een mooi plaatsje op een terras en daar zijn we niet meer weggegaan voor de avond viel en het uiteindelijk te koud werd zonder trui… Een prachtige dag voorbij!

Inmiddels werd het 19 november en reden we via CROMWELL naar QUEENSTOWN. Het landschap veranderde naar Queenstown toe. Het werd wat ruiger, de bergen rotsiger ( is dat een bestaand woord?) Veel wijngaarden in de omgeving van Cromwell en ook veel fruitboomgaarden. Op de landkaart kan ik zien dat de omgeving van Queenstown met z’n hoge donkere, bijna dreigende bergruggen is gebruikt in veel films. Natuurlijk ook weer in The Lord of the Rings met verschillende scenes of Middle Earth. In Queenstown konden we in het drop-off adres van onze camper de vuile handdoeken en lakens inleveren en de schone in ontvangst nemen. Goed geregeld, kopje koffie erbij en een lekker schoon bedje..

Het was weer een heerlijke dag, daarom besloten we maar door te rijden richting Fiordenkust. Het Fiordland National Park. Het grootste N.P van Nieuw Zeeland, 12.500 km2. Er lopen wandelpaden in en één enkele gravelroad. Verder zijn alleen de fjorden toegankelijk per boot.. Het park omvat 14 Nieuw-Zeelandse fjorden, ze zijn omringd door tot 2700 m hoge bergen. Ze werden gevormd door gletsjers van de laatste ijstijd, die zo’n 15.000 jaar geleden eindigde. De meer dan 1000 meter dikke ijsmassa sleet in het grondgesteente U-vormige trogdalen uit. Nadat het ijs zich had teruggetrokken drong de stijgende zee binnen in de dalen.

Er is hier keus om een boottocht te doen vanuit Milford Sound, of vanuit Dougtful Sound. Wij kozen voor de laatste omdat deze schijnbaar nog wat minder toeristen trekt en de vaartocht ook langer is. Volgens het boekje voor natuurliefhebbers de beste keus. En onder die groep scharen we ons ook wel…. Maar eerst nog een nachtje slapen want het was een lange rit van Wanaka naar MANAPOURI. Wel weer genoten van alle uitzichten op het landschap en het weer was ook goed, veel zon en droog! Iets wat we met de boottocht ook goed zouden kunnen gebruiken!

We wisten het meteen bij het wakker worden… regen! Maar we gingen toch, in het regelkantoor verzekerden ze ons dat regen niet nadelig is. Er zijn dan meer en vollere watervallen. En het weer kan ieder moment veranderen dus alles was nog mogelijk! Het uitstapje bestond uit twee delen:  eerst een vaartocht over Lake Manapouri naar de ondergrondse waterkrachtcentrale. Hier werden we overgezet in bussen. Voor de rit van het meer naar het fjord nemen de bussen de 20 km lange weg over de 670m hoge Wilmot Pass, die bij de bouw van de waterkrachtcentrale is aangelegd. Dit is een van de steilste onverharde wegen van het land waarover touringcars rijden.. Bij de oplevering was hij vanwege het moeilijke terrein ook een van de duurste wegen… De weg heeft 2 NZ dollar per centimeter gekost..

Boven op de Pass mochten we even uitstappen om het doorkijkje op het Doubtful fjord te fotograferen. De buschauffeur vertelde er meteen bij dat we boften, want meestal is er helemaal niets te zien van het uitzicht vanwege regen, lage wolken en mist. Het schijnt dat het hier twee van de drie dagen regent…. Maar we hadden een prachtige boot en een geweldige natuurgids aan boord die ons veel vertelde over de geschiedenis van dit gebied, de natuur en de dieren die er voorkomen. Het weer wisselde, we konden droog foto’s maken van de pinguïns en de pelsrobben.

De natuur is overweldigend, zo’n groot gebied waar nooit mens kan komen. Prachtige contouren van de bergen die lijken op te rijzen uit het water.

We voeren tot de Tasman Sea, daar bleven we op een veilige afstand van vandaan, want we merkten aan het toenemen van de wind dat we in de buurt van de open zee kwamen. Voor het eerst voelden we daar de boot ook enigszins schommelen en stampen. Het bleef een natte druilerige dag. Met veel, heel veel prachtige watervallen. Vanaf dat we weer terug in Manapouri waren heeft het niet meer geregend..

De volgende dag wilden we eigenlijk nog geen afscheid nemen van dit prachtige gebied en besloten om de Te Anau-Milford Highway te rijden. Het weer was niet beter dan die dag daarvoor maar ach! Eerst brachten we een bezoekje aan een Bird-Sanctuary in Te Anau. Daar zagen we de Takahe. Dit is een enorme, ontzettend blauwe hoen. Hij komt van nature voor in Nieuw Zeeland, maar is helaas bijna uitgestorven. Hier hebben ze er twee die ooit gewond binnen zijn gekomen. Maar ze broeden en brengen elk jaar een jong groot dat dan weer uitgezet wordt in een gebied zonder vijanden, dus dieren die op hen jagen. Het was leuk om te zien en te horen met hoeveel zorg de dieren hier werden omringd. Zo hadden ze ook een koppel Kaka’s die vanwege allerlei gebreken niet meer terug de natuur in konden, maar hun jongen werden nadat ze waren grootgebracht wel weer in veilige gebieden uitgezet. Een Kaka is een grote papegaai die in het regenwoud huist. Maar ze hadden ook een Canadese gans op een nest eieren zitten.. dat vond Gert dan weer wat minder… Het is een groot probleem hier in Nieuw Zeeland dat vrijwel alle inheemse dieren het onderspit delven aan de ingevoerde soorten. Voornamelijk de wezel en ratten bedreigen veel vogels.

De Milford Highway, wat voerde die weg ons door een adembenemend landschap. En nu zagen we door alle regen en lage bewolking nog maar de helft. Heel bijzonder, we hadden een folder met alle bezienswaardigheden en wandelingen langs de weg. Ik kan wel zeggen dat ik nog nooit van m’n leven zoveel watervallen zo dicht bij elkaar heb gezien als hier.. Bergwanden waar er gerust twaalf bijna naast elkaar naar beneden denderen… En wat we daar ok zagen, de Kea. Dit is een bergpapgaai. Het dier is helemaal niet schuw, er staan ook overal bordjes met Don’t feed the Kea. Ze gaan op elke auto zitten en rijden soms een stukje mee, wat een heel koddig gezicht is. Gert wilde een foto maken toen er zo’n Kea op onze camper zat. Daar staat namelijk met grote letters Kea op, de merknaam van deze camper. Helaas.. mislukt!

We sliepen in TE ANAU. En gingen ’s avonds uit eten in het stadje wat op loopafstand was van de camping. Zondag, 22 november, gisteren… reden we naar het zuiden en staan nu in INVERCARGILL. We reden langs de kust en lieten ons af en toe even loswaaien op het strand en doken dan weer snel de auto in want met 8 graden was het een winderige koude dag. Maar zodra we de bergen de rug toekeerden hebben we geen regen meer gehad. En hier in Invercargill heb ik het verslag geschreven en genoten we van een vrije, droge dag!

Dus weer wat bijgekomen vertrokken we dinsdag 24 november naar de Catlins. We hadden ook hier weer een folder waar alle wandelingen en bezienswaardigheden langs de South Scenic Road op stonden aangegeven. Zo wandelden we in Waituna Lagoon, een moerasgebied. In de hoop de Fernbird te ontdekken.. In de boekjes staat al dat je hem vrijwel nooit ziet maar wel regelmatig kunt horen. Beide was niet het geval, jammer.

Wel zagen we zonnedauw, een vleesetend plantje en de slakjes in het slik. Het volgend uitstapje was Waipapa point. Daar zagen we zeeleeuwen op het stand. Twee dikke roerloze enorme bulten, diep in slaap. Nu staan er overal borden… kijk uit.. stoor ze niet, want ze kunnen agressief zijn… Dus op gepaste afstand hebben we ze bekeken. Een niet zo klein jong kwam even overeind en schurkte zich, een meter of drie verder, lekker tegen papa en mama zeeleeuw aan. Einde voorstelling…

Er zwom er nog een dicht bij de kust, die lag lekker te buitelen in het water. Er stond een straffe wind en aan de boompjes langs de kust kun je goed zien dat dat vandaag niet voor het eerst was en uit welke hoek de wind meestal komt..

De volgende stop was bij Curio Bay. We waren net 120 km onderweg, dus dat was nog niet zo ver, maar hier lag een Holiday camping op zo’n mooi plekje dat we besloten maar te blijven overnachten daar. En toen de dame die ons inschreef op de camping vertelde dat we de pinguïns vanaf 18.00 uur op het strand konden zien, wisten we dat we goed gekozen hadden. De camping lag in de ronding van een baai. In de baai lieten zich regelmatig dolfijnen zien.. stond in de beschrijving, de zeeleeuwen waren een regelmatige bezoeker van de camping.. en de geeloogpinguïns waren op twee stranden regelmatige bezoekers! Er daar stonden we die avond dus midden tussenin..

Tegen 18.00 uur liepen we in het zonnetje, we hadden die dag prachtig weer, naar het betreffende stukje strand en namen plaats op de rotsen.. We waren niet de enigen en niet de eersten. Het werd wachten.. allemaal met het zicht op zee. Want iedereen verwachtte ze uit de golven te zien komen.

We zaten met een Nederlands stel uit Waalwijk gezellig de vakantie ervaringen door te nemen.. En zo zaten we daar al gauw een uur. Het werd wat killer, er werden jassen gehaald en zo zaten we er al weer twee uur. We hadden een mooi uitzicht op de branding die op verschillende plaatsen met veel kracht op de rotsen beukte. Hoge fonteinen van water had dat tot gevolg!

Het zonnetje ging onder, we raakten wat uitgepraat, het licht viel weg en nog geen pinguïn gezien! Ik gaf het op en liep terug de camping op en was daar nog net op tijd om te zien hoe een volwassen zeeleeuw een langsrijdend campertje aanviel.. Nou ik kan jullie verzekeren dat iedereen de voorgeschreven afstand meteen in acht nam. Wat een agressief beest, en snel en groot… En dat zo op de camping, op de weg naar de toiletten… Een drie kwartier later kwam Gert terug van het strand met mooie foto’s van de geeloogpinguïns. Ze waren niet uit zee gekomen, maar uit de bosjes achter de wachtende mensen.. de echte volhouders. Ze hadden daar al die tijd stilletjes achter ons zitten wachten…

 

Ik heb nog regelmatig die dag de baai gecheckt, maar geen dolfijnen..

De volgende morgen begon bewolkt. Na het aankleden ging ik eerst even het strand en de baai controleren. Laat daar een mooi licht boven zee zijn, dat werd weerspiegelt op het natte strand van de branding.

En op het strand… tjee, twee pinguïns. Rennen terug naar de camper om Gert te waarschuwen en de camera te halen. Het was een prachtige ervaring om ze zo mooi te kunnen observeren. De meeste mensen sliepen nog. Op een gegeven moment had ik de camera gewoon op het strand gezet en liet ik de film lopen. Ik zat er op m`n hurken achter. Ineens wijzigden de pinguïns hun koers en kwamen regelrecht op me af… te dichtbij voor de film, maar ik heb ze diep in de ogen kunnen kijken.

 

Ze waren helemaal niet bang van de mensen. Wat een bijzondere ervaring!!! Ze waren met z’n tweetjes, we vermoeden dat het een stelletje was. Ze waren uit zee naar de duinen gelopen om te kijken of er onder de begroeiing een mooi plekje was om een nest te maken. Ze inspecteerden verschillende struiken, maar keerden uiteindelijk terug naar zee en verdwenen weer in de golven…

 

Na deze prachtige ervaring smaakte het ontbijt ons opperbest! We namen het foldertje met de uitstapjes weer ter hand en bekeken zo de MacLean Falls. Volgens de beschrijving de mooiste van Nieuw-Zeeland. En inderdaad, mooi maar ook een mooie wandeling door het bos waar we nu eens de boomfuchia goed konden zien. Het zijn dezelfde bloemen als bij ons de fuchia, maar het zijn inderdaad flinke stammen met een schilferende bast.

Gert vond ook nog een orchidee, maar helaas nog in knop dus niet te determineren. Er volgde nog een boardwalkwandeling door een Estuary met weer kans op een Fernbird… wel gehoord, maar helaas niet gezien.. We kochten een nieuwe gasfles in Owaka enlunchten daar ook maar meteen. Het was weer een lekkere zonnige dag geworden. In Suratbay zagen we tijdens een wandeling weer zeeleeuwen een tukkie doen op het strand.

Op Nugget Point sjouwden we omhoog naar de vuurtoren en zagen we in de diepte tegen de rotsen aan de pelsrobben weer liggen. Die hadden daar een mooi ongestoorde plek op de rotsen. Daar broedden ook lepelaars, de spotted shags, de red billed gulls, de kelp gulls en de white fronted terns. Dus al met al een drukte van belang op die rotsen, die onbereikbaar waren voor mensen.

Onze camping voor die nacht vonden we in KAKA. Vanaf Kaka volgden we de Kaka Point Road naar het noorden. Om bij de Sinclair Wedlands te komen moesten we een gravelroad nemen van 13 km. Een behoorlijk stoffige toestand. We stuitten nog op een kudde schapen die net met behulp van een paar bordercollies verweid werden. En verderop nog een kudde kalveren die begeleid door twee boeren op quads naar de wei onderweg waren. Het Sinclair wetland, een 315 ha groot gebied met meren en moerassen was een mooi gebied om door te wandelen. Mooie uitzichten op de rondom liggende bergen met velden bloeiende brem. En weer hoop op de Fernbird natuurlijk. En laten we nu, op de terugweg, bijna weer rond, hem zien, vliegen, zitten en horen fluiten… en nog op de foto ook! Succesje!

De TomTom, leidden ons weer verder naar de route. Nu heet hij hier Nevman, maar spreekt bijna gewoon Nederlands. Deze weet altijd wel slimme binnendoor weggetjes, die niet altijd even handig zijn voor een camper... Wij hadden het plaatsje Brighton ingevoerd, aan de kust. Volgens de boeken de moeite waard. We waren blij dat de Nevman ons niet die hele gravelroad terug liet rijden. We waren te vroeg blij geweest. We belandden weer op een achtbaan. Jammer dat ik dit niet aan jullie kan laten zien, maar zo golvend als de bergen zijn zo golvend was ook onze gravelroad. Steil omhoog en pas als je over de top was kon je zien dat de weg weer steil naar beneden verder liep om verderop weer net zo steil omhoog te gaan. Ik kreeg de neiging om, net als ik iedereen bij m`n laatste eftelingbezoek zag doen bij die steile afdalingen, m`n armen ophoog te gooien en te gillen… maar daar werd Gert dan weer niet blij van.. Die was steeds weer benieuwd of we de top wel zouden halen… Pffff na vele, vele kilometers door deze achtbaan attractie reden we op een verharde weg Brighton binnen. We hoopten op een café en koffie maar daar zag het niet meteen naar uit. De auto die achter ons reed attendeerde ons op een lekke achterband.. En ja hoor, echt helemaal plat!

De hulplijn van het verhuurbedrijf werd geraadpleegd en die zorgde dat de Road-assistence onze band kwam vervangen door de reserve band. Binnen een half uur was dat geregeld en konden we bij een Tyrecentrum in Dunedin de kapotte weer laten oplappen. Een scherp steentje van de gravelroad had zich er dwars doorheen geboord… We zochten voor de nacht een plaatsje op de camping in PORTOBELLO op het Otago Penninsula.. We konden nog even het dorp bezichtigen en kwamen terecht bij een bowlingcenter. Dat is een vierkant stuk kunstgras waarop niet wordt gebowld zoals wij dat kennen maar gekoersbald… Met wel 10 stellen tegelijk. Het was leuk om dit zo eens aan de gang te zien. De regen had ons inmiddels ook weer gevonden.

En ook de volgende dag werden we wakker met regen. Jammer nu we net weer in een prachtig natuurgebied zitten… We reden naar het puntje van het Peninsula, daar is namelijk het Royal Albatros Center gevestigd. Hier deden we een rondleiding. Zo zagen we vanuit een uitkijkpunt dat vroeger door de militairen als artilleriestelling voor de kustverdediging werd gebruikt de albatrossen op de nesten zitten. We zagen ze aan komen vliegen en hoe de stelletjes elkaar begroetten. We hoorden het verhaal over hun manier van leven. Het was allemaal erg leuk om te horen en we genoten ook van het enthousiasme waarmee het werd gebracht! Helaas leverde het ons geen mooiere foto’s op van deze vogels, omdat alles achter glas werd geobserveerd om deze dieren zo min mogelijk te storen. Na de lunch daar bleek het nog steeds te regenen en niet echt zachtjes… Dus hebben we de andere mooie strandjes en baaitjes maar gelaten voor wat het was en hebben de camper op de camping in DUNEDIN gezet. En daar onze telefoons weer aangesloten op de WIFI en weer even bijgekletst met Jaap in Vietnam, Harm en zijn gezin en de vriendinnen in Oosterhout. Meteen was de hele wereld weer onder bereik!

Deze zaterdag, 28 november, zijn we een dagje Dunedin in geweest, hebben wat geshopt en het was daar Schotse dag dus we hebben meteen een beetje Schotse cultuur gesnoven. Morgen gaat het weer verder langs de oostkust naar het noorden. Nog heel wat mooie plekjes te gaan… duimen maar voor weer een paar dagen mooi weer. We zagen dat in Dunedin, net als in de meeste stadjes, er altijd overkappingen zijn aan de voorkant van de winkels. Zodoende kun je ook bij regen redelijk droog winkelen… En wij denken dat ze dat echt niet gedaan hebben omdat het hier altijd zonnig is…

We staan nu op een drukke stadscamping. Wij hebben een KEA camper en gisterenavond kwamen er nog vier van dezelfde campers de camping opgereden… Het is dan een hele klus om in het donker, na het laatste sanitair bezoek, je eigen campertje weer terug te vinden.. Ik heb me tijdens de reis één keer vergist en stapte de verkeerde in.

Gelukkig ’s morgens vroeg maar toch.. Toen ik binnen stapte ontdekte ik vreemde mensen aan ons tafeltje en ik zag de foto van Stan niet hangen… Al die campers zijn identiek, dezelfde gordijnen, dezelfde handdoeken, theedoeken.. bekleding! En er zijn wat mensen met campers onderweg! Je rijdt allemaal ongeveer dezelfde route vanaf dezelfde folders. Dus zo zie je ook regelmatig dezelfde mensen weer terug op de campings. Het is toch wel een bijzonder leven, iedere dag weer op een andere camping, ander sanitairgebouw. De ene dag staat de camper wat voorover, dan weer eens over de hele lengte uit balans… Gisteren hadden we een warme nacht van 23 graden. Vannacht was het 4 graden… Wat het weer betreft is er geen peil op te trekken. De temperaturen wisselen heel sterk maar ook de zon en regendagen wisselen elkaar in een snel tempo af. De helft van de meegenomen kleding is nog niet uit de kast geweest… Ik draag al 7 weken hetzelfde rode vest… lekker warm! Ik had maar één echt warm vest meegenomen….

(3) rondreis 2015 Nieuw Zeeland deel 3

Nieuw Zeeland rondreis 2015 deel 3

Het was lekker weer toen we zondag wakker werden. We reden eerst naar de Botanische Tuin.

Prachtig was hij, mooi aangelegd en veel informatie. Hoewel we er nu wel weer eens achter kwamen dat Nieuw Zeeland niet zo heel veel heeft te bieden aan bloeiende planten… althans in dit seizoen. Bomen en varens zeker wel. Daar blijf ik me maar over verbazen... En wat ze er ook hadden… een café en dan weten we inmiddels, dan is er ook altijd een onwijs grote keus in gebak en muffins. Zo ook nu weer, het was zondag en ook nog eens Otto’s verjaardag, dus alle reden om iets lekkers uit te zoeken. En dat gaat altijd nogal aardig moet ik zeggen…

Op het Noorder-eiland waren we een eigen onderzoekje gestart naar de kwaliteit van de chocolade muffins.. Daar zijn we op dit eiland mee gestopt, omdat ze die hier gewoon niet hebben… Maar de eindconclusie van dat onderzoek op het Noorder-eiland, want dat willen jullie vast weten… was toch dat je de lekkerste chocolademuffins het best bij Appie Heijn haalt… Hier op het Zuider-eiland zijn we gevallen voor de Carrotcake!! Heel gewoon is het hier ook om zoiets te delen. Je krijgt er gewoon twee messen of vorken bij. Zo ook bij het dessert. Bestel je er een, dan wordt er toch voor twee gedekt. Ze gaan er al van uit dat je deelt… Goed systeem vinden wij… Zo ook als je een restaurant of café binnenkomt; het eerste waar ze mee aankomen is een fles water en twee glazen. Zal weer wennen zijn in Nederland. Al denk ik dat we daar de komende kersttijd weinig in café of restaurant zullen komen…

We hebben de Botanische tuin lekker op ons gemakkie gedaan en daar hadden we dan later weer spijt van toen we in het Ecosantuary in WAITATI waren. Daar hebben ze een mooi natuurlijk terrein helemaal afgezet met stevige hekken rondom. Sluizen zijn er om het terrein binnen te komen.

Daar zagen we de Takahé en de Kaka

En de New-Zealand Pigeon gewoon vrij rondscharrelen of bezig vrij in het bos bomen te slopen.. Maar ook de Bell-bird en de Tui lieten zich daar goed zien…Het bos was weer prachtig met de namen bij de bomen en zelfs de green orchid stond daar in het bos met een naamplaatje erbij… Maar wij hadden hem lekker zelf al eerder een keer gevonden zonder naamplaatje…

We waren nu aan de late kant en nog lang niet uitgekeken toen het park dicht ging… Wat ons hier dan weer duidelijk onder de aandacht werd gebracht is dat de dieren die hier van nature in Nieuw Zeeland voorkomen eigenlijk alleen kunnen overleven in sanctuary’s. De jongen die hier worden geboren worden dan wel weer uitgezet in natuurparken waarvan men weet dat daar geen wezels, ratten, possums, wilde katten, honden of fretten voorkomen. Al die dieren dus die door de Pioneers werden meegebracht. Maar in dit Sanctuary hebben we toch genoten van een badende takahé en een Kaka die op z’n gemakje een boom aan het slopen was. Er waren weinig toeristen en we hadden alle ruimte om te fotograferen en te filmen.. Dus daar gaan jullie nog van meegenieten…We zochten een plekje op een camping in HAMPDEN. Een klein campinkje aan zee, maar prima wat betreft de voorzieningen. De volgende ochtend alweer een zonnetje!!! Zo langzaam komen er toch wat zomerkleren uit de kastjes…

Eerst bezochten we de Moeraki Boulders. Vreemd verschijnsel is dat. Grote bollen van ruim een meter doorsnee zie je daar op het strand en in de branding liggen. Ooit lagen ze op de zeebodem volgens de informatie, 60 miljoen jaar geleden.. Dat is zo lang daar kunnen wij ons niets bij voorstellen. De bollen zijn ontstaan om een organische kern heen. Hetzelfde proces wat je eigenlijk ook bij parels ziet. De grootste bollen hebben daar zo’n vier miljoen jaar over gedaan. Later zijn ze gaan scheuren en in die scheuren ontstond weer kalkvorming. Vandaar de tekening op de buitenkant.

Inmiddels begint er bij de bolders in het brandingsgebied verval op te treden en barsten er enkele open waardoor je een blik hebt in de binnenkant, die met mooie kristallen is afgezet.. Al met al een bijzonder verschijnsel.  En bij de parkeerplaats was weer een café met terras met zicht op de zee, waar wij in het zonnetje genoten van een “long black” en al was er niemand jarig en ook al was het maandag.. toch een muffin deelden…

Verder ging de reis en wel naar OAMARU. Dit is een aardig stadje. Leuk om een beetje rond te flaneren en te winkelen. Vooral het havengebied heeft nog veel gebouwen in de Victoriaanse stijl.

Maar wat ons vooral naar deze plaats trok waren de blauwe pinguins. Dit is de kleinste pinguinsoort, zo’n 25 à 30 cm groot of klein dus…We hadden er al een keertje een zien zwemmen, maar nog niet zien wandelen… Hier in Oamaru hebben ze in een oude steenmijn een opvangcentrum voor deze dieren ingericht. Ze kunnen hier aan land komen. Weliswaar ongestoord, maar dan moet je bij dat ongestoord denken aan “er zijn geen bedreigende dieren zoals  possums etc.” Maar ze komen hier aan land in een soort fuik waar gele lampen op staan en aan weerskanten tribunes. Daar zitten dan mensen die dik betaald hebben om deze dieren in grote groepen te zien wandelen naar hun nesten… Je mag er geen foto’s maken…

Dit alles sprak ons niet zo aan alhoewel ze natuurlijk goed werk doen, want deze kolonie blauwe pinguins, die in 1992 nog 33 broedparen telde is nu uitgegroeid tot meer dan 200 broedparen. En deze nestelen al lang niet meer alleen in de gereed staande nestkastjes, maar overal op het parkeerterrein. En met deze wijsheid kozen wij niet voor een tribuneplaats in het opvangcentrum, maar een wandeling langs de haven. Nu is het wel een nadeel dat deze pinguins de gewoonte hebben pas in of na de schemering aan land te komen.. Hoewel het een koude avond was met een flinke wind van zee hebben we toch zo met z’n tweetjes kunnen genieten van deze diertjes. We ontdekten ze zelf zwemmend in zee en zagen ze tegen de rotsen aan klimmen… Wat een mooie, speciale ervaring weer!

We waren weer klaar voor een nieuwe dag met nieuwe ervaringen… De reis leidde ons deze keer naar MOUNT COOK. We hadden een prachtige rit daar naar toe. Wat een mooie uitzichten op al die besneeuwde bergtoppen. Het was wel een aparte ervaring dat we in een berggebied reden, maar niet op echte bergeweggetjes, We reden steeds door een dal met uizichten op die witte toppen. Afgewisseld met af en toe een prachtig blauw meer en dat zeker in het begin ook nog in het zonnetje…

Maar hoe dichter we bij de gletsjers kwamen hoe bewolkter het werd. Het is ook altijd hetzelfde met die bergen zeiden we tegen elkaar… En op ons einddoel voor die dag, Aoraki Mount Cook Village stapten we uit in de regen! We bekeken het informatiecentrum en toen moest er even overlegd. Blijven we? Er was namelijk een Freedomcamping of gaan we terug? Zouden we de volgende dag nog kunnen wandelen in deze mooie omgeving??? We besloten te blijven en zetten onze KEA onder de Mount Cook met z’n gletsjers…Dit gebergte heeft negentien toppen boven de 3000 meter.. En dan nog eens 140 boven de 2000 meter. Dus.. een heel indrukwekkend gebergte.

We hadden geluk, de volgende ochtend was het half bewolkt en was de hoogste berg bijna uit de wolken. We liepen de wandeling naar het Hooker Lake deels in het zonnetje en telden in één uitzicht wel 6 of 7 gletsjers. Maar ook hier konden we, net als in Noorwegen, zien hoever de gletsjers al waren teruggetrokken op de bergen. Zal Stan  ooit nog gletsjers gaan zien???

  

Wij genoten van dit natuurgeweld om ons heen en beseften maar weer eens al te goed wat een mazzelkonten dat we zijn dat we zo gezond zijn en de middelen hebben om hier te komen. Maar… ook dat we er samen zo van kunnen genieten…

We vertrokken weer naar Lake Tekapo waarvan we gehoord hadden dat dat zeker de moeite waard was.. De uitzichten onderweg waren super. Het bleef een mooi landschap waar we doorheen reden. En nog steeds bijna vlakke weg. Maar het stadje Tekapo was erg toeristisch en had verder weinig te bieden. Wat nu? Want we hebben onze voorgenomen tour al ver voltooid. We hadden nog één optie: de Arthur’s pass. We reden alvast die richting in en stopten om te overnachten in METHVEN. Dat lag mooi in de richting van de Pass. Maar bij het infocentrum daar raadden ze ons zeker niet aan om daarheen te gaan in verband met het slechte weer wat eraan zat te komen…

Nu waren we de harde wind en regen ook wel een beetje zat en zeker in de hoge bergen, omdat je dan door de laag hangende wolken rijdt en geen zicht hebt… Zo besloten we om de volgende dag af te zakken naar het schiereiland bij Christchurch omdat die omgeving op de planning stond en daar zou het komende dagen mooi weer zijn..

En dat was zo! We hebben hier, in AKAROA twee volle dagen echt vakantie gevierd! Zonnetje, slenteren door een toeristisch stadje, veel terrasjes waar we er ook maar een enkele van geprobeerd hebben… Bij een wandeling langs het meer ontdekten we een grote rog in het water. De vis was zeker wel een meter breed! En we hebben ook een tuin bezocht die werkelijk heel bijzonder was. Ik moet er gewoon de foto’s bij doen om jullie een indruk te geven hoe mooi het daar was. Want als ik vertel dat het een tuin was met veel figuren, uitgevoerd in een mozaïk van tegels, keramiek en glas en dat alles te midden van smaakvol uitgezochte bloemen, planten en bomen, dan hebben jullie vast geen idee hoe dat dat er dan uit kan zien…. Ik heb er vreselijk lopen genieten… Geweldig!

          

En nu is het dan zaterdagavond. Nog een weekje hebben we de camper!

 

FINALE!!!

Vorige week waren we op Banks Peninsula bij Christchurch. Daar zijn we terecht gekomen omdat dat zo’n beetje de enige plaats op rijafstand was waar we nog kans konden hebben op een beetje zon… Dat is prima gelukt! We hebben daar echt twee dagen vakantie gevierd, terrasjes, shoppen op de boulevard, buiten eten.. Maar intussen bekroop ons toch ook het gevoel van is de reis nu voorbij?? Wordt het nu alleen nog wachten tot we de camper in kunnen leveren? Want we zaten daar zo’n 70 km van het inleveradres… En na zo’n twee dagen begint het bij ons dan weer te kriebelen.. is er nog iets te beleven? Nog iets te bekijken? Hebben we nog iets overgeslagen wat we nog kunnen doen?? En jawel, de Arthur’s Pass hadden we overgeslagen i.v.m. slecht weer. En deze zou nog wel in de resterende dagen passen.. Het weerbericht vertelde dat de kans op goed weer redelijk aanwezig was. In de bergen weet je het immers nooit zeker..

Zondagmorgen, 6 december werden we wakker met de regen tikkend op het dak, een inmiddels redelijk vertrouwd geluid. Als we buiten richting bergen keken zagen we daar donkergrijze wolken boven en tussen hangen… Maar we gingen toch en dat bleek een goede beslissing. Gaandeweg de dag klaarde het op en uiteindelijk reden we in het zonnetje door de pas. Onderweg deden we korte wandelingetjes naar watervallen, look-outs, natuurpaden en het informatiecentrum. We genoten van alle prachtige natuur om ons heen. Wat een mooi landschap was het waar we door reden en weer heel verschillend van alle andere die we eerder zagen.

We troffen de Kea weer op de parkeerplaatsen proberend het rubber van de auto’s te slopen. Vreemd hoor, deze vogels zie je altijd tussen of op de auto’s. Toch zijn het echte papagaaien om te zien…

Op het natuurpad zagen we mooie bloemen, bekende en onbekende en laat ik daar nu ook een orchidee tussen vinden… White fingers!

We genoten zo onderweg dat we op het laatst nog even haast moesten maken om in Greymouth nog een plaatsje te vinden op een Top Ten camping. In de hoop op een goede internetverbinding, want het was weer weekend, dus skypetijd! Zo konden we nog even met Stan babbelen en zo was dat een mooie afsluiting van weer een perfecte dag!

En ook in Greymouth werden we weer wakker met regen, maar ook deze dag klaarde weer mooi op en werd een dag voor korte broek met t shirt. We reden nog een keer de Great Coast Road. En wat bleek, andersom was hij zelfs nog mooier. Intussen was de Agapanthus in bloei gekomen. Ons doel was KARAMEA. Dit hadden we vorige keer laten liggen omdat het betekende dat we dan vanaf Westport zo’n 100 km naar het noorden moesten en precies dezelfde weg weer terug. Gewoon omdat het een weg was die alleen naar Karamea ging… We hadden tijd over en zin om nog meer te zien, dus… We zagen opnieuw de mooie bossen met veel varenbomen, en tientallen andere varensoorten.

Tijdens het rijden langs de prachtige kust zagen we weer de hoge golven en rotsen. Er liggen daar ook losse rotsen in zee, waar de golven met hoge schuimkoppen op stuk slaan! We vonden het net zo mooi als de eerste keer dat we het zagen.

In Karamea vonden we een gezellige camping en daar boekten we bij de info site meteen een grottentocht voor de volgende dag. We eindigden die dag op een stoeltje voor de camper, jawel, weer in het zonnetje... We treffen het zo slecht nog niet met het weer! De groene endemische duiven vlogen tussen de bomen en een weka zocht z’n weg tussen de struiken.

We meldden ons de volgende dag bij de ingang van de camping en daar werden we opgehaald door Bill. Hij was onze gids en chauffeur voor die dag. Er kwam nog een Amerikaans echtpaar mee en zo gingen we naar de Honeycomb Hill Caves. We ontdekten tijdens deze excursie dat deze rotsen boven en langs de Oparara rivier een soort van honingraat zijn. Of eigenlijk beter gezegd een gatenkaas. Er zitten dus gaten in de rotsbodem waar duizenden jaren geleden de Moa vogels door naar beneden de grotten in vielen. Grote vogels waarvan we weten dat die zo’n 6oo jaar geleden zijn uitgestorven. Er zijn veel botten van deze vogels gevonden bij het onderzoek van deze grotten. Het was wel een bijzondere dag. Bill bleek een zeer prettige man en hij kon goed vertellen over de historie van de grotten. We kregen een helm op het hoofd met zo’n lampje erop en daar gingen we. We daalden af in een pikdonkere grot met alleen de lichtjes van onze helmen. En natuurlijk met Bill, die ons erdoor leidde. We zagen stalagtieten en -nieten in alle vormen. En de glimwormen, heel dichtbij..

De spinnen gingen voor ons op de vlucht. En natuurlijk lagen her den der nog wat botten van de Moa’s, maar de meeste van deze overblijfselen hadden inmiddels hun weg naar de musea gevonden. Het was een heel aparte ervaring om zo door grotten te gaan. Verschillende gangen, kruip-door-sluip-door en alles in het donker…

 

Bij de excursie hoorde een lunch en Bill dekte de tafel en hij bleek allerlei lekkers meegenomen te hebben. De black flies dachten ook meteen aan lunchen toen wij aan tafel schoven… Maar ook daar had Bill aan gedacht een spuitbusje meegenomen… De dag eindigde met een wandeling naar een soort van arcade in de rotswand boven de rivier. Het wordt wel eentonig, maar om daar te komen moesten we weer door zo’n prachtig Rainforrest.

Bill wees me nog drie verschillende orchideeënsoorten aan. Ik denk dat we hier wel de mooiste bossen ooit hebben gezien! Untouched Rainforrest, geweldig!

Ook deze dag was weer nevelig en koud begonnen en eindigde weer met een heerlijk zonnetje. Het is inderdaad waar gebleken, het gezegde dat je in Nieuw-Zeeland 4 seizoenen op een dag kunt hebben. We lopen met van alles te sjouwen als we weggaan.. Poncho’s, dikke truien, dunne truien, t-shirts en zonnebrandcrème. En maar al te vaak ben je op één dag blij met al die dingen… We mopperen wel eens dat we veel kou en regen hebben, maar als de zon schijnt kun je merken dat hij hier heel wat harder brandt dan in Nederland. Echt in de zon zitten hou je niet lang vol. Wat we zagen was dat op de scholen de kinderen bij het buiten spelen allemaal een hoedje op hebben…

De week begon snel te gaan, alweer woensdag was het toen we een wandeling maakten. We reden nog eens 16 km noordelijker naar Kohaihai. Daar wandelden we naar Scotts Beach. Een mooie wandeling, nu door een bos tegen het strand aan. We kwamen uit op een maagdelijk wit strand, geen enkele toerist, niet op het strand en niet tijdens de wandeling. Sorry.. gelogen, een echtpaar zijn we tegen gekomen. Op de terugweg, net voor we bij de camper waren, ontdekte ik nog een nieuwe soort orchidee. Helaas was het bloemetje nog niet helemaal open, dus moet ik nog even goed zoeken welke het is…

De rest van de dag werd vol gemaakt met weer terug te rijden naar Greymouth waar we op dezelfde camping uitkwamen. Voor het etenstijd was konden we nog even in het zonnetje. Deze keer lieten we ons weer eens verwennen in een restaurant!

Op donderdag zag het er naar uit dat het weer ging meewerken. We kozen ervoor om via de Arthur’s Pass terug naar CHRISTCHURCH te gaan. Want onvermijdelijk wordt dat ons laatste adres. We genoten weer voor de volle honderd procent van de overweldigende natuur tussen de bergen op deze pas.

De contouren en kleuren op de bergen, de formaties, de dalen met de bloeiende brem en lupinen daartussen. Het was met deze gedekte lucht zelfs nog mooier dan in het zonnetje.

En zo arriveerden we op het eind van de middag, inmiddels weer met een volop zonneschijn in Christchurch. We vonden een mooie camping tegen het centrum aan. Dit is onze 40e overnachtingsplaats. Gert heeft de teller van de camper inmiddels 7800 km omhoog gebracht. Alleen al de laatste dagen is daar zo’n 1000 km bijgekomen om Karamea en de Arthur’s Pass te doen. Het is na een aarzelende start een prima camper gebleken. We hebben onze draai er helemaal in gevonden. Vreemd idee dat we hem nu overmorgen gaan inleveren. Het was toch voor twee maanden ons huis.

Van de andere kant, het is ook wel mooi geweest. We hebben het gevoel wel alles gezien te hebben. En ik wordt het zwervend bestaan ook wel wat moe. Iedere dag weer verder. Met een hele stoet andere campers. En iedere avond komt de lange rij dan weer om een plekje op de camping te zoeken. Je deelt met z’n allen een keuken en een paar toiletten en douches. De voorzieningen zijn altijd wel netjes maar niet zo ruim bemeten.. En na al die weken lijkt het me ook wel weer eens fijn om de volgende avond weer op dezelfde plaats in je bed te stappen. Het is ook wel prettig dat je, als je wilt douchen, je niet hoeft af te vragen of je meteen terecht kunt of moet wachten.. En of hij nog een beetje fris is of er lange zwarte haren op de douchebodem of tegen de wanden plakken… Dat zijn van die dingen die je in het begin niet opvallen… Waarvan je de eerste dagen thuis geniet dat je meteen terecht kunt en alles fris en schoon is. Zo is reizen altijd een goede manier om ook thuis weer te beseffen hoe goed je het hebt…

Het is vrijdag 11 december en ons laatste uitstapje is met de bus naar het centrum van Christchurch. We hadden natuurlijk gehoord in 2011 van de grote aardbeving in deze stad. Eigenlijk was dat een van de honderden naschokken, maar deze was met een dramatische uitwerking. Deze laatste schok was echt in het centrum van de stad. Toen we hier naar toe kwamen dachten we dat daar niet zo veel meer van te zien zou zijn, maar niets bleek minder waar… Onvoorstelbaar wat dit met deze stad heeft gedaan. Het hele centrum is nu nog een grote bouwput.

 

Natuurlijk heeft het eerst heel wat werk vereist om al het puin weg te werken. Nu zie je ze bezig met de wederopbouw. En wat daarbij opvalt is dat alle constructie nu in staal worden gemaakt. Er is nog steeds geen centrum. Je kunt winkelen in een verzameling van zeecontainers. Zelfs een restaurantje zit in zo’n container evenals de bank en het infocentrum over de aardbeving. Het is een vreemd gezicht deze containers met etalage en daartussen kerstversiering!

Je merkt aan alles dat ze druk bezig zijn er weer wat van te maken en ook om de mensen op te peppen om er weer in te gaan geloven. Je ziet dat aan lichtreclames, spandoeken en billboards. Het was voor ons een heel bijzondere ervaring om in zo’n stad rond te lopen…Maar het zet je wel aan het denken wat een paniek er op die dag zal zijn geweest… Er was een gedenkplaats met 185 witte, lege stoelen.

Deze symboliseerden de mensen die door deze ramp zijn overleden.

Maar, we deden ook de Botanic Garden. Deze was de moeite waard en had zo te zien geen enkele schade opgelopen in 2011. Het zonnetje scheen en al lopend in een zo mooi aangelegde tuin vergat je even alle ravage om je heen.

Op het nieuwe busstation pakten we weer de bus naar de camping en nu is het dan wel gedaan. Morgen pakken we onze tassen weer. We leveren in de middag de camper in en slapen de laatste nacht in een hotel.

We aten de laatste restjes uit de kasten en koelkast op. Gert diepte de vliegtickets uit de kluis. Nu wordt het dus echt menens.. We hebben het goed gehad. Nieuw Zeeland is een land met veel prachtige landschappen. Achteraf hadden we best nog wat langer op het Noorder eiland rond kunnen kijken. Maar het Zuidereiland vraagt wel het meeste tijd! Heel bijzonder vonden we Curio Bay met de geeloogpinguïns. Kaikoura met de zeevogels, de albatros!  En de wandeling bij Lake Muraki omdat daar het mooiste bos was en we daar de yellow crested pinguïns zagen. Verder nog Cape Farewel met de pelsrobben. Cape Kidnappers met de tractor over het strand naar de Jan van Genten kolonie. Mount Doom, Mount Cook en de Arthur’s Pass. Ik heb de locaties een beetje door elkaar gegooid… Maar er vielen natuurlijk ook dingen tegen… weinig vogels, ook weinig roofvogels en veel Europese soorten. Je ziet hier echt meer lijsters, geelgorzen, mussen en zanglijsters dan thuis. En er waren weinig bloeiende planten. Daarentegen weer ongelooflijk veel varens, waar ik ook echt van genoten heb. Maar ook weer erg veel toeristen die je werkelijk overal tegen komt, want in wezen rij je allemaal hetzelfde rondje en zoek je ’s avonds ook allemaal weer een camping op. De mensen hier zijn vriendelijk, maar zeker niet overdreven. Het is een gemakkelijk land om door te reizen, overal zijn winkels en benzinepompen. Betalen met je “wereld-bankpas” lukte ons nergens, wel met de creditcard. De taal is gemakkelijk te verstaan, als ze tenminste niet te veel dialect spreken!

De terugreis duurde 24 uur langer dan gepland! We vlogen zonder problemen van Christchurch naar Auckland maar daar bleek onze volgende vlucht niet door te gaan omdat het vliegtuig gewoon niet was gearriveerd. Technische problemen! We kregen een hotel voor een dagje, met lunch en diner. Zo vertrokken we ‘s avonds naar Kuala Lumpur. Er daar hadden we natuurlijk onze aansluiting gemist. Ook daar gingen we in een hotel en konden ’s avonds door naar Amsterdam waar we ’s ochtends om half zeven aankwamen. We hadden pech dat er ook treinen uitgevallen waren waardoor we pas tegen het middaguur de sleutel in ons eigen slot staken…. op 15 december.

Costa Rica januari 2015 deel 1

Zaterdag 24 januari. Vertrek van Schiphol 10.15 u. Na 10 uur vliegen was de aankomst in Houston. We hadden 4 uur de tijd om door de douane te gaan, stempel in het paspoort te halen….  bakkie koffie te nemen en de juiste plek op te zoeken om te boarden. 18.45u. vertrokken we naar San José. Daar arriveerden we tegen 22. 00 u. We waren inmiddels 7 uur teruggeschoven in de tijd. We waren moe. De laatste vlucht zaten we erg tegen de buren geplakt. We kregen alleen drinken in het vliegtuig… In het hotel was ook geen gelegenheid om iets te eten, maar eigenlijk waren we daar ook al te moe voor.

We sliepen snel in en waren al vroeg wakker. Dit kwam goed uit want we werden tegen 7 uur opgehaald met een minibus om naar Tortuguero te gaan. Helaas kon je pas vanaf 7 uur ontbijten in het hotel, dus onze maag moest nog even verder gaan met knorren… Al rap na stapten we over in een grotere bus waar al passagiers in zaten. Nog een keer stapten er mensen in en toen zaten we vol en reden we door naar een adres waar we een goed ontbijt kregen. We waren inmiddels al een uur verder en hadden al het e.e.a. van Costa Rica gezien… we passeerden de uitgestrekte wildernis van de Caraïbische laaglanden. We zagen de bergen in de verte liggen met de nevel tussen de toppen. Snelstromende bergriviertjes sommige met heel helder water, andere weer met geel water. Deze laatste kwam van een vulkaan en dat water bevat namelijk zwavel.

Na het ontbijt moesten we nog een uur verder rijden tot Caño Blanco. Daar gingen we op de boot. Inmiddels waren we met zo’n vijfendertig mensen en hadden we ook een reisbegeleider gekregen; Fernando. Hij vertelde zowel in het Spaans, wat de voertaal is in Costa Rica, als in het Engels wat bijzonderheden over het land. We waren met een groep van allerlei nationaliteiten: enkele Amerikanen uit de States, Israëli, Engelsen, Spanjaarden, Fransen en twee Hollanders.

We vaarden ruim een uur  om in Tortuguero te komen. Dit is een dorp dat alleen via water of door de lucht te bereiken is. Het National Park Tortuguero beslaat bijna 19.000 ha van de lagunekust in het noorden. Het grootste deel van het NP dient ter bescherming van het zeeleven, vooral van de tortugas: de schildpadden. De stranden van dit natuurgebied zijn belangrijke nestgebieden van deze schildpadden. Ergens in maart of april komen hier in Tortuguero duizenden lederschildpadden het strand op om hun eieren te leggen.. Tortuguero is een klein dorpje met 400 inwoners. Het is maar een paar straten groot en heeft gekleurde huizen op palen. Er leven vissers maar het is duidelijk dat ook het toerisme hier voor inkomen zorgt.

Wij zaten op Pachira lodge, een mooi aangelegd park met daarin de ruime kamers. Het is er erg groot, de huizen met de kamers staan op palen en je loopt het grootste deel over houten bruggen. Na twee dagen lukte het me nog niet om in één keer vanaf de kamer het restaurant te vinden… Maar zoals gezegd prachtig aangelegd met bloeiende bomen en planten. Tegen de stammen van de bomen groeien ook bromelia’s. Dus eigenlijk verdwaalde je hier voor je plezier…

Hier maakten we voor het eerst kennis met de tropische regenbuien! We zijn er weliswaar in de droge tijd, maar dat wil dus helemaal niet zeggen dat het dan niet regent. Echt wel en ook regelmatig vreselijk hard… De tweede dag dat we in Tortuguero waren gingen we ’s morgens vroeg op pad voor een boottocht. Toen we onze kamer om 5.30 u. verlieten had het een hele nacht afwisselend hard en zachtjes geregend… We stapten op de boot en vanaf dat moment was het droog. We waren met een grote groep en vanaf nu werden we bij iedere activiteit gescheiden in de Spaans en Engelstaligen… Het was allemaal wel een erg massaal gebeuren. Het gebied wordt overspoeld door toeristen die in snelle motorboten doorlopend worden aan en afgevoerd. We zagen tijdens de boottocht wat luiaards, brulapen en spidermonkeys. Veel Iguana’s, dit zijn leguanen. Normaal is hun kleur groen maar vanwege de paartijd zijn de meesten nu oranje gekleurd en ze vallen nu goed op in de bomen. Wat betreft de vogels zagen we een trogon, wel 15 great green macaws (groene ara’s), great black hawk, black vulture, turkey vulture, osprey, purpre gallinule, een hele groep reigers, oeverlopers en veel meer waar ik nu even de namen niet van heb.

Later op de morgen deden we nog een hike door het natte regenwoud tussen de rivier en het park. Iedereen kon in de laarzenhut zijn eigen maat laarzen ophalen. Het was ook niet haalbaar om deze wandeling zonder laarzen te maken, want je zakte geregeld tot en met je kuiten in de modder. We zagen niet heel veel bijzondere dingen maar kregen wel veel uitleg over de planten en bomen in dit gebied. Zo leerden we dat hier geen orchideeën te vinden waren omdat hier geen mos in de bomen groeit. Het is hier een nat tropisch bos en geen nevelwoud waar weer wel mos zou groeien…

We deden heel veel moeite om niet onderuit te gaan in de modder en uiteindelijk is dat iedereen gelukt.  ’S middags gingen we nog mee met een boottoer met weer een andere groep en ook een andere gids. Deze keer zagen we veel meer en vaarden we ook door een mooier gebied.

Net voor het avondeten nam onze eigen gids de groep nog even mee op een wandeling door de eigen tuin op zoek naar mooi gekleurde kikkertjes. Dat lukte, we zagen een leaf tree frog, een fraai fel gekleurd kikkertje. ’s Middags hadden mensen uit de groep een boa constrictor in de tuin gezien. Ze lieten de foto aan de gids zien en deze bevestigde de waarneming. Dus gingen we met hem ook nog even kijken op de plaats waar hij gespot was in de hoop hem nog te kunnen zien. Bleek nu dat die plaats tegenover onze kamer was… De slang zat er niet meer.. maar waar nu wel??? Vast lekker droog onder de houten brug waarover wij naar onze kamer liepen…

En op dinsdagmorgen 27 januari  bracht de boot ons weer terug naar de bewoonde wereld. We hadden een prachtig verblijf gehad in Tortuguero NP. Het waren wel wat erg veel toeristen bij elkaar!  Zeker op het moment dat een grote groep vertrekt en er dan ook weer een nieuwe groep mensen aankomt.  Dat loopt dan allemaal door elkaar bij die boten. Niemand weet precies waar hij heen moet of waar hij bij hoort… overal staat bagage en zijn gidsen bezig iedereen met zijn bagage in de juiste boot te dirigeren. Je gaat dan een beetje een idee krijgen van een Babylonische spraakverwarring…

Op dat moment werden we niet meer gescheiden op basis van taal maar op kamernummer… Wij waren nu nummer 60. Het is natuurlijk ook niet mogelijk om in een paar dagen ook nog namen te kennen, maar dit kwam allemaal wel erg onpersoonlijk over.

In een doorlopende regenbui vaarden we weer weg van Tortuguero. Een prachtig gebied om zo door te varen, ook in de regen… Na de lunch namen we afscheid van enkele mensen waarmee we een paar keer de tafel hadden gedeeld, Portugezen en Engelsen.

Onze auto stond al voor ons klaar en daar gingen we, klaar voor nieuw ervaringen met ons tweetjes.. maar nog steeds in dezelfde langdurige regenbui.. Op weg naar Selva Verde Lodge and Rainforestreserve. Dit ligt in Chilamate, Sarapiqui  in het noord-oosten van Costa Rica.

Die regenbui bleek zéér volhardend hij bleef de hele nacht voortduren en zo werd onze wandeling met een gids in een natuurpark afgelast omdat de rivier het natuurpak gedeeltelijk had overstroomd. Jammer, we waren er om 5.30 uur voor opgestaan. Onze bungalow ligt tegen een helling in een prachtige tuin met bloeiende struiken en een vijver. Er zijn veel overdekte wandelpaden en dat geeft op zich al te denken… Het is hier zo wie zo erg vochtig. Al onze kleren worden langzaamaan klam. In deze lodge moeten we een armband dragen zodat de bediening kan zien dat we meedoen aan het hele program. Ik heb wel gehoord van deze lodges in o.a.Turkije en Mexico.. Ik heb dan ook steeds begrepen dat de cocktails en andere alcoholische versnaperingen daarbij horen.. wij hadden al snel door dat dat hier niet zo werkt…

 

We hebben in de Selva Verde Lodge uiteindelijk alleen maar regen gehad wat erg jammer was, want het is een mooi aangelegde lodge met veel mogelijkheden. Maar alleen maar regen nodigt niet uit voor wandelingen. Tijdens de regen zie je weinig vogels. Het is ook moeilijk om ze te zien omdat de regen veel bladeren doet bewegen waardoor je snel op het verkeerde been wordt gezet. Maar in deze halfdonkere toestand ziet alles er ook veel minder aantrekkelijk uit… De laatste ochtend heeft Gert stelling genomen bij de voedertafel beneden bij de bar en daar heeft hij nog heel wat soorten kunnen noteren en fotograferen.

Na de lunch vertrokken we naar de Arenal Observatory Lodge. Het was vier uurtjes rijden. Onderweg stopten we nog bij een brug waar volgens de beschrijving die we meekregen van Aratinga Tours leguanen te zien zouden zijn. Daar had hij helemaal gelijk in, heel veel en hele grote. Groene en oranje! Het was wel een beetje gevaarlijk kijken want de brug was smal en de vrachtwagens denderden vlak langs je heen..

De laatste kilometers om op de Lodge te komen gingen over een very bumpy road! De Arenal Obsevatory Lodgeziet er prachtig uit. Veel wandelpaden in een parkachtige omgeving met mooie bloeiende planten en prachtige hoge bomen. Onze bungalow bleek te liggen in het Casonadeel met uitzicht op het meer. Nu hoorden we in het restaurant dat mensen al drie dagen in deze lodge waren en het meer nog nooit hadden gezien… vanwege de bewolking!! Ook de Arenalvulkaan waar je vanuit deze lodge zo’n mooi zicht op kunt hebben bleef tijdens ons verblijf ook in de wolken en de regennevel. We hadden een wandeltocht met een gids in het gebied met de Arenal hanging bridges.  Het had de hele nacht flink doorgeregend. We vertrokken om 6.00 uur. Het ontbijt kregen we in zakjes mee. De gids bleek al aanwezig bij de hanging bridges. Hij had vrouw en zoon meegenomen, want hij woonde twee uur rijden van dit gebied vandaan! Hij bleek een heel kundige gids, hij herkende alle vogels aan hun geluid en kon hun roep ook prima imiteren waardoor ze toch wat sneller in zicht kwamen. Het was ook een heel prettig persoon die perfect engels sprak. Maar het bleef maar doorregenen en we werden echt door en door nat. Maar we scoorden  o.a. wel een mot-mot en een great currasow.. En nog een aantal kleine soorten vogels en brulapen.. Hij vertelde ook over de bomen en de planten en dat we ruim een maand te vroeg waren om in dit gebied bloeiende orchideeën te zien… We deden de verkorte route over de bridges, die ik overigens manmoedig heb genomen met mijn hoogtevrees!!!   Aan het eind van de wandeling namen we een bakkie koffie en toen waren we inmiddels zo nat en koud dat we afscheid namen van onze gids met de moeilijke naam en gingen  terug naar de lodge waar een lekkere warme douche namen!  Deze lodge is echt luxe, we hebben een kamer met een schuifpui naar een groot terras met een zitje met uitzicht op het meer. Het terras werd begrensd door bloemenstruiken waar een hummingbird en een bananenquit hun dagelijkse kostje scharrelden. Dus daar hebben we mooie foto’s van!

De keuken hier is echt geweldig, heerlijk hebben we er gegeten en nu kregen we een keer geen buffetten wat een leuke afwisseling is! We hadden hier wifi op de kamer dus we hebben hier uitgebreid met de kinderen kunnen skypen!

Maar we moesten weer verder en daarbij hoopten we toch ook wel op wat beter weer… De reis ging naar Rincon de la Vieja. Dit is ook een vulkaan. Het is lang geleden dat hij is uitgebarsten maar op de hellingen is nog op verschillende plaatsen vulkanische activiteit waar te nemen. We vertrokken dus in de regen… Via de routebeschrijving van Aratinga tours belandden we op de Pan American Highway. Wij hadden stiekem gedacht hier wat snelheid te kunnen gaan maken… maar niets was minder waar. Vanaf het moment dat we erop kwamen tot we er weer af gingen waren ze aan weg aan het werk en mochten we niet harder dan 30 km per uur… Op de gewone wegen in Costa Rica mag je 80 km per uur. Op de binnenwegen 60 km, in de dorpen en steden 40 km en bij scholen 25 km per uur. De boetes bij overtredingen schijnen schrikbarend hoog te zijn…  Wij rijden in een Hyunda Tucson. Een ruime wagen wel een 4 wheeldrive maar met een niet echt sterke motor, want op de hellingen heeft hij veel moeite.. Na ongeveer een uur of twee rijden brak het zonnetje door en aan het landschap konden we zien dat het hier wat langer geleden was dat het had geregend..  Het zand op de onverharde wegen stoof op en het gras in de weilanden was eerder bruin dan groen… Lekker warm hoor zo’n zonnetje…

We arriveerden bij de Rincon de la Vieja Mountain Lodge. Een eenvoudige lodge met bungalows rondom een meer. Het zag er allemaal prima uit. Vanaf de lodge wandelden we zo door het bos naar de Hotsprings. Het is een mooi bos met prachtige bomen. We zagen brulapen en capucijnapen. Drie keer een agouti (goudhaas). Heel bijzonder zo’n plasje water dat borrelt, midden in het bos. Het water was ook echt flink warm. Men maakt hier ook echt gebruik van deze thermische activiteit. Er wordt met deze stoom energie opgewekt. We verdwaalden en het werd even spannend of we voor donker weer terug op de lodge konden komen… We hebben het gered en vierden dat met een koud pilsje en een glaasje wijn aan de bar. Er stak inmiddels een storm op die mij zo ongeveer de hele nacht wakker hield..

De volgende dag wandelden we in het Parque National Rincon de la Vieja. We liepen de Las Pailas trail. Een route van zo’n 7 km. We zagen de mud pots, de waterpots, de fumaroles( dampende gaten in de aarde), vulkancito ( rommelde aarde waar ook wat damp en zwavellucht uit kwam) en een meer dat borrelde en kookte. Wij vonden het echt een heel bijzondere ervaring om zo over de helling van een vulkaan te lopen en te zien dat onder onze voeten alles nog heftig in beroering was.

Er loopt ook een wandeling naar de krater maar die was nu gesloten i.v.m. vulkanische activiteit. De natuur was prachtig met grillige bomen. Eigenlijk zijn dit wurgvijgen die de oorspronkelijke boom hadden gedood maar nu zelf gigantische grillige stammen hadden gemaakt. We klauterden tussen de wortels van deze bomen door. Omhoog en omlaag. We zagen mooie vlinders, een boomkruiper en weer een Great Currasow. Gert zag ook o.a. nog een Barred Treecreeper.  Verder liepen we weer over hangbruggen, stapten over losliggende keien een rivier over en voelden de hitte van de damp en dat niet alleen, we roken hem ook heel duidelijk: zwavel! De brulapen lieten zich goed horen en ook de capucijnapen lieten zich zien. Het was een heel geslaagde tocht!

In de middag reden we een klein stukje naar de volgende lodge, Canon de la Vieja Lodge. Deze ligt weer net wat dichter bij het Parque National de Santa Rosa dat wij van hieruit  willen bezoeken. De lodge  ziet er hier allemaal weer goed uit. We kregen meteen weer een armbandje om, een blauwe deze keer…Het zijn mooie bungalows, een zwembad met zelfs in het water barkrukken zodat je zwemmend aan de bar kunt plaatsnemen. De temperatuur is er hier wel naar want het is flink warm. We reden op maandag naar het N.P. Dit is een groot park, het oudste NP van Costa Rica. Het ligt in het Noordwesten aan de Pacific Ocean. Je schijnt hier geweldig te kunnen surfen.

Maar daar kwamen wij niet voor. We gingen voor de vogels en eventueel wat grotere dieren. Al meteen bij het museum vonden we een boom waar de vogels gek op waren. We zagen er meteen heel wat soorten zoals Grey-headed Chachalaca, de prachtige Long-tailed Manakin, Hoffman’s woodpecker, de Boston Oriole en veel veelkleurige tanagers. Het was daar goed toeven en Gert kon er meteen wat mooie plaatjes schieten. We aten onze packed lunch in het bos op een verlaten campingsite. Er liepen grote leguanen rond.

Ook kwamen er wat herten langs. En na de maaltijd toen ik m’n handen wilde gaan wassen zag ik een clubje kapucijnapen door de bomen slingeren. Prachtig om te zien hoe ze dit doen. Geregeld lieten ze zich ook languit op een tak vallen, poten aan beide kanten afhangend ernaast… Wat verderop brulden de brulapen en zo zaten wij in deze omgeving onder reusachtige bomen onze boterhammetjes te smikkelen. Een heel bijzondere ervaring! Dit park heeft prachtige bomen, echt heel groot. Het is verder een dicht bos en buiten de paden eigenlijk niet begaanbaar. Er groeien veel acacia’s, het is echt een droog bos. Uiteindelijk komt het in zee uit. Maar de weg daar naar toe is in  ontzettend slechte staat dus op borden word je duidelijk geadviseerd om deze weg niet te nemen…

Dus de Pacific Ocean bewaren we voor later… Een dag verder vertrokken we meteen na het ontbijt naar Parque National Carara. We verbleven daar in Hotel Villa Lapas. Wie zich hierbij zo’n flatgebouw als hotel voorstelt heeft het helemaal mis. Het ziin hier aaneengsloten kamers allemaal naast elkaar in een prachtig aangelegde tuin. Veel bomen en bloeiende struiken en hier slingert dan de rivier doorheen. Het ziet er echt prachtig uit! Ook hier weer een armbandje aan. En wat doet ons verbazen… hier kunnen wel een pilsje en een wijntje bestellen op basis van zo’n armbandje… All in! De lounge en eetzaal zien er een beetje Afrikaans uit. Alles open en gezellig ingericht! De eerste dag hier vermaken we onszelf door wat rond te speuren op het park.

De bladsnijdersmieren vallen op, overal kom je ze tegen. Gert ziet ook nog wat leuke soorten vogels langs de rivier en in het park. Ook lopen hier overal leguanenrond, in de tuin maar ook op de weg kom je ze tegen.! En dan niet zomaar van die kleine jongens…Als we aan ons aperitiefje zitten landden er twee spectacled owle sin de boom langs het terras…De ober is een gezellige man die ons meteen wat Spaanse les probeert te geven. Er blijkt toch nog wel iets te zijn blijven hangen…

We zitten hier in een tropisch temperatuurtje en dat is echt even wennen, we zijn blij met de airco op de kamer… De  volgende dag meldden we ons om 7.00 uur bij het Park Carara waar een gids op ons wacht. Hij blijkt heel kundig en peutert er tussen 7.00 uur en 12.30 uur toch zo’n 50 soorten uit. We lopen door een voormalige bananenfarm. Die is inmiddels redelijk verwilderd maar is toch heel mooi om door te lopen. Er is veel ondergroei maar ook veel oude bomen met erg dikke stammen. “s Middags meldden we ons weer om 15.00 uur bij de botenfirma en daar ligt al een boot met een prima gids voor ons klaar voor een boottocht op de Tarcoles rivier. Ook hij doet zijn uiterste best om ons zoveel mogelijk soorten te laten zien! De ervaring is wel dat Aratinga tours de zaken goed heeft geregeld. Niet alleen hebben we prima verblijfplaatsen maar we hebben steeds ook prima gidsen die ons heel wat kunnen laten zien! Onderweg hier naar toe hebben we wel een goed zicht gehad op de Pacific Ocean maar het nodigde niet echt uit om te stoppen. Morgen gaan we verder en uit de beschrijving begrijp ik dat deze lodge heel dicht bij het strand ligt,  dus dan zullen we er ongetwijfeld onze tenen eens in kunnen steken.

Op zaterdag de 5e februari zijn we naar Baru Lodge vertrokken. Na eerst nog allerlei dingen op internet geregeld te hebben. We hadden het erg luxe in Hotel Villa Lapas. Internet in het restaurant maar ook op de kamer. Dus voor we daar vertrokken hebben we eerst nog wat zaakjes geregeld. Naar het volgende adres was ook maar tweeënhalf uur rijden dus we hoefden niet te haasten. De weg is steeds heel makkelijk te vinden met de bijbel van Pieter in de hand… Vandaag passeerden we kilometers palmplantages. Hier wordt palmolie gefabriceerd. In het begin van de reis op weg naar Tortuguero zagen we veel bananenplantages, echt voor de productie en uitvoer van bananen. Grootafnemer is hier de Chiquita company. Een paar dagen geleden, wat meer naar het noorden van het land, zagen we suikerriet en ananas op het land staan. En hier is het nu dus voornamelijk palmolie wat geproduceerd wordt. De eerste gids die ons op kwam halen op het vliegveld vertelde dat koffie ook een belangrijk product is in Costa Rica. Maar hij vertelde ook dat iedereen in Costa Rica Engels spreekt…. Nou… dat is duidelijk wat te optimistisch. Dat is echt niet het geval. Aan de recepties is het goed geregeld en spreken ze het vloeiend. Maar al aan de bar beginnen de problemen… Nou ja problemen, het is wel zo dat we weer verbaasd zijn over het aantal Spaanse woorden dat we toch nog kennen… Nu is een Cerveza en een Vino blanco natuurlijk iets wat er wel goed inzit…

Costa Rica januari 2015 deel 2

Rondreis Costa Rica januari 2015 deel 2

Goed, we gingen op weg naar Dominicalaan de Pacific Coast. Het weer is tropisch en de tuin in Baru-lodgeook! Dit is wel de mooiste tuin die we tot nu toe troffen… Heel vogelvriendelijk met veel bloeiende planten en bomen. Het ligt tegen een bos aan dat ongeveer 50 jaar oud is. Er staan dus niet echt reuzen van bomen in, maar het is toch erg dicht begroeid. In de tuin van de lodge hebben ze ook een vlindertuin waar de mooiste vlinders rondfladderen.. The great owl ( Caligo eurilochus) was wel de mooiste met z’n blauwe kleur. Hij is 8 tot 10 cm groot! Maar de rest was het aankijken ook meer dan waard. Ik had me voorgenomen om hier eens prachtige foto’s te gaan maken. Dus ik huppelde en sprong tussen al die mooi bloeiende struiken door om ze op de gevoelige plaat te pakken maar… vlinders fladderen! Ook bij een temperatuur van bijna 40 graden.. en ik word naarmate de temperatuur stijgt steeds minder lichtvoetig… Dus, helaas het uiteindelijke resultaat viel erg tegen.

We moesten daar echt een siësta houden en lagen twee uur op ons bedje te plakken.. Daarna deden we nog een rondje tuin en de meest bijzondere vogel die hier viel te noteren was de Potoo. In het Engels noemen ze hem the stickbird. Maar ook de Cherrie’s Tanager konden we vanaf ons tafeltje in het restaurant prima observeren. De dag daarna hadden we een mangrove wandeling met de gids en moesten we ons al om 6:00 uur melden. Toen we op hem stonden te wachten zagen we de Blue crowned Motmot. Een prachtig gekleurde vogel. Deze gids wist in het bos duidelijk waar hij bepaalde vogels kon treffen. Zo zagen we op een gegeven moment een manakin. Hij wees ons de dansplaats van deze mooi oranje gekleurde vogel (Orange-collared Manakin) en niet ver ervandaan zat hij ook inderdaad in een boom. Het bijzondere van deze vogels is dat ze dansen om indruk te maken op een vrouwtje. Dus ze hebben een dansvloertje op de grond, een helemaal leeg en platgetrapt stukje bosgrond… Wat had ik dat dansen graag gezien, maar helaas, er was geen vrouwtje in de buurt om indruk op te maken..  Zo genoten we een paar dagen van de Hacienda Barú en omgeving en werd het al weer tijd om door te reizen naarLas Caletas Lodge.

Met de bijbel van Pieter in de hand reden we in anderhalf uur naar Sierpe. Daar  moesten we ons in een bar melden en vragen naar de kapitein van de Las Caletas Lodge. Deze bar lag aan de rivier en het was een komen en gaan van toeristen. Er kwam ook nog een groep van Sawadee aan en zo hoorden we voor het eerst in twee weken weer Nederlands om ons heen spreken. Ze vertrokken met zo’n 20 mensen in een te klein bootje en toen we dat zo zagen waren we toch weer blij dat we daar niet voor hadden gekozen… We zouden volgens planning om half elf vertrekken maar dat werd zo’n anderhalf uur later, want de partner van de kapitein was nog inkopen aan het doen en daar was het wachten op… Dat is dan weer het nadeel als het allemaal wat kleinschaliger is…

Maar ze schonken een lekker bakkie in Las Vegas en dat kostte 1000 colones per koppie. We vertrokken uiteindelijk als enige passagiers met alle boodschappen. De auto konden we veilig achterlaten op een bewaakte parkeerplaats. We vaarden een uur, eerst door een flink mangrovebos en later deden we nog een flink stuk oceaan. Pieter heeft het in zijn beschrijving over een avontuurlijke tocht. Nou spannend vond ik het wel in zo’n kleine boot over een wilde oceaan! Maar we kwamen wel erg laat aan op de Lodge. Deze ligt vlakbij een prachtig palmstrand op een heuvel aan de oceaan, op het Osa schiereiland. We moesten meteen door, want de kok had onze lunch al enige tijd klaar. Boven aangekomen geloofden we onze ogen niet… wat een prachtig plekje!

Wat een uitzicht vanuit het restaurant vanuit de tuin hebben we een ruim zicht op de oceaan. Weer allemaal bloeiende bomen en struiken in de tuin. Gert verdween meteen na de lunch, die overigens uitzonderlijk goed was, met de camera in de tuin en tegen donker heb ik hem maar binnengehaald. Al die tijd heeft hij vogels gefotografeerd en weer enkele nieuwe soorten kunnen noteren. Ze blijken hier een soort meesterkok te hebben, daaraan kunnen we dan ook weer zien dat de plek is uitgekozen door een Belg… Het diner was super en werd ook met alle egards geserveerd!

Helaas.. al snel na het diner klonken de eerste donderslagen en dat ging de hele nacht een beetje zo door met heftige regenbuien… O,o we hadden een regenwoudwandeling op het programma… En ja hoor het was weer zo, weer liepen we een hele dag in het woud te druipen… Poncho aan en de camera was eigenlijk niet nodig, want het was donker in het bos. Het bos is een secondary rainforest. Dat betekent dat er ooit wel eens gekapt is geweest, waardoor de bomen minder hoog zijn dan in een primairy rainforrest. Daardoor zitten de dieren wat minder hoog in de bomen. We waren in de Sirena sector van Parque National Corcovado. In de beschrijving hebben ze het over het minder toeristische zuiden van Costa Rica als ze het over deze plaats hebben. In het bos zag het er toch niet zo rustig uit, het leek wel filelopen…. Maar we zagen en hoorden de Houwlermonkeys goed en ook de Spidermonkeys waren goed te zien. De gele doodshoofdaapjes zagen we helaas niet. Weer wel zagen we de Woolly Opposum wat weer heel bijzonder is, omdat dit een nachtdier is. Aan het strand zagen we een White-nosed coati die op zijn gemakje een “nest” schildpadeieren aan het uitgraven en opeten was.

Hij was helemaal niet schuw en we konden hem goed bekijken. Verder hebben we nog heel wat gespeurd naar de Baird’s Tapir die we dan uiteindelijk vonden, slapend in een dichte begroeiing langs de rivier. Deze dieren schijnen altijd in de buurt van water te zijn omdat hun huid vocht nodig heeft. We waren tegen twee uur weer terug op de lodge, drijfnat, echt alles doordrenkt van het water, omdat we op de terugweg in de boot ook nog eens een flinke plensbui over ons heen kregen. De inwoners van Costa Rica snappen dit weer ook niet; een buitje in de droge tijd blijkt altijd wel te kunnen maar geen dagen regen zoals zich dat nu voordoet. Het is jammer want net op de plaatsen waar we bijzondere dingen kunnen zien werkt het weer tegen…

Maar als ik zo aan het verslag zit te werken met het uitzicht op wat ik al eerder beschreef en dan de heerlijke geuren die uit de keuken langskomen, omdat de kok al weer begonnen is aan het diner.. Nou dan mag ik dus helemaal niet klagen en voel ik mij bijzonder bevoorrecht!

Na een nachtje zonder regen blijkt bij het licht worden dat er zelfs wat blauw in de lucht zit! Deze dag staat er snorkelen op het programma. Na weer een heerlijk ontbijt moeten de flippers gepast worden en na het afscheid van twee Zwitserse dames en een gezinnetje uit Denemarken stappen wij op de boot. Zij gaan weer verder het land in en wij naar Isla del Caño … dat is een eiland voor de kust, zo’n 45 minuten varen. Tijdens de heenvaart zien we Brown boobies, een Red-footed Booby en een hele sliert bruine pelikanen die vlak over het water scheren. Ze maken zo gebruik van de warmte uitstraling van de oceaan. Verder hebben we ook nog veel fregatvogels gezien. En dan ineens zwemmen er dolfijnen met onze boot mee. Ze zijn niet zo groot, de soort die in deze tropische wateren voorkomt wordt twee meter lang. De jongen zijn egaal grijs en de volwassen zwart met witte spikkels. Ze zwemmen een tijdje met ons mee en komen goed boven het water uit. Dan is het tijd om de flippers aan te doen en om in de duikbril te spugen..

Geweldig om zo in een school vissen te zwemmen. Er zijn hele grote, maar ook mooi gekleurde kleintjes. Werkelijk alle combinaties van kleuren hebben we gezien. Deze keer lukte het Gert ook om ervan te genieten! Het weer is prachtig, een lekker zonnetje en het water in de oceaan is bijna warm. Tijdens het zwemmen zien we onder ons rotsen met anemonen en koraal. Gert zag ook nog een schildpad zwemmend, een slapende haai en een rog. We lunchten op een ander  strand, een compleet verzorgde lunch, koude salades, koud vruchtensap en brood met beleg. En wat hier altijd bij meegenomen lunches en ontbijten hoort… koekjes! Op weg naar het picknick eiland zagen we nog een schildpad zwemmen vlak naast de boot…. En een Galapagos Shearwater vloog even met ons mee. Na de lunch bleven we nog even voor de siësta op het strand. Toen waren we echt lang genoeg in de zon geweest, mijn velletje voelde wat te krap aan en dat is meestal geen goed teken.

De volgende dag voelden we ons een beetje Adam en Eva die uit het paradijs werden verdreven… en we hadden niet eens een appel gezien laat staan ervan geproefd… Maar wel meer dan 100% genoten van dit paradijsje aan de Pacific Ocean. Isaac, de vaste bestuurder pikte ons ’s morgens om half acht weer op met zijn boot om ons weer terug te brengen naar Sierpe waar ons autootje op ons stond te wachten… Net vertrokken met de boot  sprong er nog een dolfijn voor onze boot met een hoge  boog uit het water, dat was wel een erg mooi afscheid! Isaac vaarde nog een extra stukje door een smalle kreek in het mangrovebos. En zo reden we een uurtje later weer in ons autootje op weg naar onze nieuwe bestemming San Gerardo de Dota. We reden eerst terug naar Dominical en vandaar naar San Isidri del General. Dit is een grote en erg drukke stad, maar in de bijbel van Pieter vonden we een shortcut naar de Inter-Amerikaanse snelweg nr. 2.

Zo lazen we ook in de bijbel het advies om te stoppen bij een restaurant langs deze snelweg “Valle del General” is de naam van dit restaurant, wij vonden het een beetje een vreemde naam omdat je in het Spaans de V  als een B uitspreekt.. Daar stonden voedertafels in de tuin en zo kon Gert onder het genot van een bakkie koffie nog wat nieuwe soorten noteren. De volgende stop was weer een restaurant “La Georgia”, ook genoemd in de bijbel… daar hingen feeders voor de ramen en zo zagen we daar, terwijl we er meteen maar lunchten een aantal nieuwe kolibriesoorten. We reden in de nevel tegen de Cerro de la Muerte op, deze is 3400 meter hoog, dat is zelfs nog een stukje boven de boomgrens... We hadden het in die restaurants inmiddels flink koud gekregen en dat werd er op die berg niet beter op.. De natuur was prachtig, af en toe dichte nevel, maar aan de goede kant van de berg ook een lekker zonnetje en prachtige bloemen in de bermen.

Zo tegen drieën arriveerden we op onze nieuwe bestemming: Paraiso Quetzal  Lodge. We waren heel blij dat daar de kachel brandde en dat we als welkomstdrankje een warme chocomel kregen die we lekker voor de brandende kachel opdronken. Op onze kamer gingen we eerst op zoek naar een warme trui en sokken… want oei, die blote tenen in die Teva’s brrrrrrr. Maar toen dat allemaal aangetrokken was, was Gert ook meteen weer vertrokken, ze hebben hier namelijk een balkon aan het restaurant met wat feeders voor de hummingbirds. Dus ik heb voorlopig even geen kind aan hem! Ik heb nog even de bedden gecontroleerd.. per bed 4 dekens en een elektrisch kacheltje op het nachtkastje… en dat terwijl we vorige lodges alleen maar lakens hadden…

Morgen hebben we weer een wandeling met een gids in het nevelwoud. Ik ga vanavond op de blote knieën voor het bed voor een schietgebedje om alstublieft geen regen in het nevelwoud, want ik moet er even niet aan denken…..

Enkele nieuwe soorten hummingbirds: Magnificent Hummingbird, Green Violetear, Volcano Hummingbird

Verder nog een finch met gele donsjes aan z’n poten, de Yellow thighed Finch

en een roofvogel met een zwaluwstaart… The Swallow tailed Kite.

We deden ’s morgens de gordijnen open… blauw in de lucht! Verder was er nog niet veel van te zeggen want het was pas half zes in de morgen, het begon net licht te worden. Deze dag hadden we dus een nevelwoudwandeling op het programma staan! Met Jorge, een van de eigenaren van deze Lodge, een jonge knul en erg aardig! Om 6 uur bij het restaurant en na een vlugge goedemorgen ging hij ook meteen van start. Meteen werden de eerste drie soorten al genoteerd… en dat ging de hele dag zo blijven. We deden eerst een rondje op het terrein van de lodge zelf en .. heel bijzonder… al na een minuut of tien zagen we de quetzal!!! Eerst het vrouwtje en later het mannetje op het terrein van de lodge zelf. Met al een aardig aantal soorten in de pocket gingen we tegen half acht ontbijten. Maar het allerbeste gevoel was toch wel die quetzal, zelfs al op de foto..

Na een heerlijk ontbijtje, pannenkoek, je moet er thuis niet aan denken zo ’s morgens vroeg, stapten we met z’n drietjes in onze auto. We hadden voor de hele dag een privégids! We moesten een kilometer of acht rijden en kwamen toen op een heuvelachtig terrein met wat bomen. Onderweg vertelde Jorge over het project dat hier aan de gang is om de quetzals te beschermen. De boeren zitten in het project en worden financieel ondersteund. Hierdoor zorgen ze dat de natuur op hun terrein in stand blijft. Zo blijven de vogels in die buurt omdat hun biotoop in stand blijft. Doordat de boer op deze manier financieel ondersteund wordt snapt hij ook het belang voor het toerisme want dat brengt immers ook bij hem geld binnen. We zagen daar de quetzals wel zo mooi en zo dichtbij… Gert heeft prachtige foto’s kunnen maken.. Nog veel beter dan waar we op hadden durven hopen. De gids nam ook alle tijd, het was ook erg spannend om zo dichtbij deze prachtige dieren te zijn. We moesten natuurlijk stil zijn en om de bomen heen sluipen… Af en toe vergat ik zelfs te ademen…

Maar toen we dan verder gingen zagen we de ene na de andere bijzondere soort. Een paar endemische soorten konden we ook turven. Costa Rican Pygmy Owl, Dusky Nightjar, Buff-fronted Quail-Dove, Respieudeat Quetzal, Acorn Woodpecker, Hairy Woodpecker, Dusk Pewee, Verschillende soorten flycatchers, diverse soorten tree creepers, Yellow tighed Finch, Flame colored Tanager. Jorge riep ze bijna naar zich toe, hij kende zoveel vogelgeluiden en wist ook meteen aan het geluid welke vogel in de buurt zat. Hij was dan niet tevreden voor hij hem in zicht had en het liefst nog in de telescoop! Wat een ochtend hadden we, héél bijzonder!

De laatste dag op Paraiso Quetzal Lodge was er een van ’s morgens een beetje kalm aan doen, een lekker ontbijtje en terwijl ik via internet nog wat kaarten regelde maakte Gert de mooiste foto’s op het balkon bij de hummingbirdsHet zonnetje scheen en als het licht goed op de veren valt hebben ze alle kleuren van de regenboog. We deden nog een rondje over de Lodge. Er staan veel bloeiende struiken en vooral veel bloemen waar de hummingbirds gek op zijn. Ook stond er een fuchia met superkleine bloemetjes. We babbelden wat met andere Nederlanders die gisteren aangekomen waren. We hadden ze ook heel in begin al getroffen op de Arenal Observatory Lodge. We wilden nog met Harm skypen vandaar dat we wat bleven hangen tot hij van z’n werk thuis zou zijn. Wij gingen die dag naar ons laatste adres en we hadden gehoord van een modderverschuiving op de weg naar San José. Dus daar moesten we een omleiding volgen. De reistijd naar ons laatste adres stond op vier uur dus we moesten op tijd vertrekken wilden we voor donker in San José aankomen. We wilden net aan de vroege lunch gaan toen Gert Pieter Westra tegenkwam in het restaurant. Hij was hier met zijn groep om te lunchen. En in zijn groep, wisten we, zat Rita uit Begië. Zij is een trouwe volgster op onze reissite. Ze heeft altijd leuke reacties, maar ik heb haar nog nooit ontmoet. We mailen tegenwoordig wel wat vaker. Dus na een babbeltje met Pieter gingen we aan tafel en wij zaten zo eens samen naar de groep te kijken.. wie zal nu Rita zijn…

Toen ons bordje leeg was ben ik naar Pieter gegaan en hem gevraagd: wie is Rita uit België? En ja hoor, ze was erbij. Ik legde een hand op haar schouder en zei hallo! Heel langzaam zag je het kwartje vallen.. Wat leuk is dat als je elkaar nooit hebt gezien en dan de eerste kennismaking in Costa Rica hebt. Wij moesten meteen weer verder maar het was een leuke ervaring! De reis naar San José verliep vlotjes. Er was een omleiding vanwege een modderstroom op de weg naar Carthago, maar dit hield ons niet echt op. Het was een prachtige rit door de bergen. Het landschap was wel zoals wij ons allebei Costa Rica hadden voorgesteld. Mooi berglandschap, heel groen, kleine dorpjes langs de weg. Kleine hutjes, veel golfplaten, kleine winkeltjes, vaak alleen een loket, beetje zoals we dat kennen uit Afrika. Maar overweldigend groen en overal bloemen. Ineens keken we uit op een vallei en daar zagen we, enorm uitgestrekt een grote stad liggen. San José! Tegen de hellingen veel bloeiende bomen, op sommige plaatsen kleurde de hele helling oranje!

Dus we arriveerden mooi op tijd in de stad. Het was er erg druk maar we hadden het hotel ingevoerd op de GPS. We kwamen op de ringweg terecht, passeerden het vliegveld en raakten verzeild in een drukke wijk met fabrieken en winkels. We gingen maar door linksaf, rechtsaf… We snappen niet veel van de verkeersregels hier, wie heeft wanneer voorrang, we hebben vrijwel geen voorrangsborden gezien.. Iedereen rijdt hier door rood licht, dus wij ook maar. Uiteindelijk zei de GPS bestemming bereikt aan de rechterkant. Nou… je wilt niet weten waar we uitkwamen. Er liepen veel junkies rond, ze liepen zo verdwaasd dat we goed moesten uitkijken ze niet omver te rijden, er werd gehandeld. Het was een eng buurtje en er was ook geen hotel te bekennen. We haalden de bijbel van Pieter uit de kofferbak en reden weer terug naar het vliegveld om  van daar de routebeschrijving van Pieter te volgen. Dat lukte aardig tot we kwamen bij: na ongeveer een kilometer linksaf. Dat kon namelijk. pas na zeven kilometer.. Wat nu??? Je bent in een erg drukke stad, kent de verkeersregels niet… spreekt de taal niet… en hebt alleen de naam van het hotel, geen adres! Wat nu??? Maar weer terug naar het vliegveld en desnoods neem ik een taxi en kan Gert er dan achteraan rijden. Maar terwijl we daar voor het vliegveld fout geparkeerd stonden kwam er een chauffeur van een busje van Adobe autoverhuur naar ons toe. Hij sprak gebrekkig Engels en wilde ons wel helpen, maar moest eerst zijn nieuw aangekomen gasten inladen. Achter hem aan reden we naar het verhuurbedrijf waar de nieuw aangekomenen hun auto gingen afhalen. Het was wel even eng om in dat drukke verkeer het zicht op dat busje niet te verliezen.. Het lukte en daar was  iemand die goed Engels sprak en bereid was deze twee sukkeltjes te helpen. Hij belde het hotel voor de coördinaten, voerde ze in in de GPS en daar gingen we.. regelrecht naar het hotel, dachten we! Weer die drukke wijk in, op een gegeven moment reden we zelfs spook… We zagen wel dat we in de goede straat waren aangeland maar het hotel, dat zagen we nu net weer niet. We waren inmiddels zo’n twee en een half uur aan het rondtoeren en waren het spuugzat. Nog een paar maal vroegen we het aan mensen op straat, bij de ene was het na 400 meter rechts, de volgende nog twee kilometer verder en de volgende wilde ons meteen al laten afslaan.. En toen we diezelfde straat inmiddels drie keer hadden gedaan stonden we ineens voor het hotel! Tjee wat een ervaring!

Maar eenmaal door de poort van Hotel Robledal kwamen we in een oase van rust.

Reden we in de straatjes rondom het hotel door rommelige, vuile straatjes met gammele huisjes van golfplaten, piepkleine loketwinkeltjes… nu waren we ineens in een prachtige tuin met bloeiende orchideeën in de bomen. Struiken met grote felgekleurde bloemen. Het hotel bestond uit een aantal witgepleisterde gebouwen waarin de hotelkamers waren. In het midden stond een restaurant/bar. Met alleen een dak, geen ramen of muren want het is hier gewoon weer prachtig warm weer! Mooi onderhouden zwembadje, whirlpool.. We vallen wel weer van het ene uiterste in het andere, kropen we ’s morgens onder 4 of 5 dekens vandaan nu hadden we weer alleen een laken en airco en een fan. Allereerst hebben we gevierd dat we heelhuids door San José zijn gekomen met onze huurauto, daar verdient Gert wel een grote pluim mee, want hij bleef er heel koelbloedig onder!

Onze laatste dag brak aan… Op het programma stond de Poas vulkaan. We waren gewaarschuwd dat we vroeg moesten gaan, want iedere dag rond 10 uur daalt er een wolk in de krater en rondom de vulkaan en is het zicht op het grote bubbelende kratermeer 0,0 We reden over een prima weg in alle vroegte naar boven, poncho, regenjas, dikke trui die lagen allemaal onder handbereik. Hoe hoger we kwamen hoe minder zicht we hadden. We reden gewoon de wolken in en op een gegeven moment reden we zelfs boven de regenboog. Op de hellingen van de vulkaan wordt veel koffie verbouwd, veel onder plastic of netten. Bescherming tegen de regen of juist de zon? En hoe hoger we kwamen hoe meer we aardbeien op de velden zagen staan. Dit zijn hier speciale aardbeien, een volle smaak en heel stevig vruchtvlees. In de regen stapten we boven uit, we moesten een flinke entreeprijs betalen en aan het loket vertelden ze ons al meteen dat er geen zicht was op de krater en dat die dag ook niet meer zou komen… Overal mensen met poncho’s aan. Met bussen tegelijk werden ze afgeleverd. Wij namen een lekker warm bakkie en besloten niet naar de krater te gaan maar het elfenbos te lopen. Een prachtig regenwoud met… regen. Z… nat kwamen we weer bij de auto! En besloten dat dit dan ook meteen de laatste keer was dat we ons hier nat lieten regenen. We gingen terug naar het hotel, we wisten nu op welk punt de GPS ons verkeerd stuurde dus daar trapten we niet meer in. Hier beneden in de vallei scheen de zon weer en was de temperatuur zeer aangenaam.

Het is wel duidelijk dat ook hier het weer van slag is. Er staat een harde wind en ook hier valt dit seizoen meer regen dan anders in deze tijd. In heel Costa Rica is het weer van slag. Men zegt hier dat dat komt door zwaar noodweer in Noord Amerika. Wij weten het niet, we hebben op enkele plaatsen pech gehad met de regen. We hebben enkele mooie excursies niet of verkort kunnen doen door het weer. Maar we hebben ook prachtige dingen gezien, enorm genoten van al die bijzondere dingen. Een nevelwoud is iets waar ik iedere keer zo enorm van geniet… Gert is heel tevreden over het aantal vogels dat hij heeft kunnen zien. We hebben prima gidsen gehad die ieder op hun manier ons een stukje van hun natuur lieten beleven. We ervaarden dat de bevolking van Costa Rica ontzettend aardig is en men het ons op alle manieren naar de zin probeerde te maken. Dat het aantal mensen wat hier goed Engels spreekt nog best klein is.. We nemen een mooi stuk van Costa Rica met ons mee terug naar Nederland, op de geheugenkaart in de camera en op de geheugenkaart in ons hoofd! En in Gert’s notitieboekje 236 verschillende vogelsoorten!

 

We gaan weer oppad..... Costa Rica

Nog één kort nachtje slapen en dan is het weer zover! Morgenochtend om 10 uur vliegen we eerst naar Houston. En vandaar door naar San José. We gaan 17 uur in het vliegtuig doorbrengen dus... sudoku's en e-reader gaan mee.

We hebben een rondreis samengesteld samen met Pieter Westra van Aratinga Tours. Hij is een Belgische bioloog die op Costa Rica woont en veel vogelreizen organiseert en begeleidt. We gaan met een huurauto drie weken rondtoeren in Costa Rica. Aangezien we in Eco-lodges verblijven vermoed ik dat we ook wel regelmatig van internet gebruik kunnen maken. Als dit klopt dan ga ik jullie middels verhalen en foto's op de hoogte houden van onze belevenissen. Groetjes, Gert en Els.

(1) BOTSWANA groepsreis 2014

BOTSWANA   

Groepsrondreis 12 personen.

Organisatie: Bush Ways Safari's.

Reistijd: 6 september -- 28 september

Zaterdag 6 september.

Onze taxi naar BRUSSEL kwam mooi op tijd. De overige familie kwam ons uitzwaaien. Het vliegtuig vertrok zoals afgesproken om 15.55 uur. We vlogen met Egyptair. Rond 21.15 uur arriveerden we in CAÏRO. We moesten hier overstappen en hadden een uur of vier stuk te slaan. We bleken ineens in een totaal andere cultuur aangekomen. Er liepen veel mannen in kaftans en vrouwen in lange zwarte jurken, maar ook in burka’s, gezicht en handen ook bedekt. En in de winkels op de luchthaven werden veel oosterse artikelen aangeboden, o.a. waterpijpen te kust en te keur. Maar ook een lekker koel glaasje witte wijn was er te krijgen.

Rond 24.00 uur vertrokken we voor de lange vlucht naar JOHANESBURG ZUID- AFRIKA. We kregen nog een warme maaltijd en verder sliepen we tot het ontbijt. De toestellen zijn wat ouder, geen eigen tv schermpjes, wel asbakken, maar die mag je niet gebruiken… maar ook voldoende beenruimte en een afbeelding van de moskee voor vertrek en aankomst met daarbij een gebed tot Allah. Het eten was matig, de drankjes lauw en geen bier of wijn, maar dat wisten we al voor vertrek.

Omdat de reisorganisatie had geadviseerd om de bagage in Johannesburg op te halen in verband met het vaak zoekraken van de spullen, hadden we alles laten labelen op Jo’burg. Het kostte ons een uurtje om door de douane Zuid-Afrika in te komen, bagage op te halen. Weer in te leveren voor Botwana en om weer door de douane te gaan…

Inmiddels zondag 7 september.

            

We namen een soort van brunch in het restaurant met zicht op alle komende en vertrekkende vliegtuigen. We kwamen aan rond 7.00 uur en vertrokken weer tegen 12.00 uur. De volgende vlucht was met South African Airlines en die vloog ons in 2 uur naar MAUN. Aangekomen op het vliegveld in BOTSWANA stond daar Gabriël van Bush Ways Safaris op ons te wachten. Hij bracht ons naar de Island Safari Lodge. Een lodge gelegen aan de rivier even buiten Maun. Bij Maun begint de Okovangodelta. We hadden daar een mooi huisje met uitzicht op de rivier en schaduw rondom. Aangezien ik een flinke val had gemaakt de dag voor vertrek en daarbij zeker een paar ribben had gekneusd.. deed ik het wat kalm aan. Heel blij met een gewoon bed na het hangen in het vliegtuig en op de luchthavens… Gert ontdekte meteen de eerste Afrikaanse vogelsoorten weer en ging ook onmiddellijk zijn nieuwe camera testen.

Maandag 8 september.

We hadden een heerlijk ontbijtje. Deze dag hadden we extra genomen om te kunnen uitrusten van de reis voor we met de groep op pad gingen. We lazen, deden af en toe een dutje, wandelden wat langs de rivier en op het eind van de middag, net toen we de eerste Nederlandse gesprekken

       

hoorden, konden we opstappen voor een sunset cruiset met een boot op de rivier. De kapitein was een goede vogelspotter. We waren zijn enige gasten dus… veel vogels gezien en op het juiste moment had hij een mooi plekje gekozen om de zon te zien ondergaan. Bij terugkomst maakten we kennis met de andere groepsleden en aten gezamenlijk met hen het avondeten. De eerste indruk was wel positief. Drie mannen en negen vrouwen.

Dinsdag 9 september.

Na het ontbijt vertrokken we tegen half acht richting CENTRAL KALAHARI. Gabriël had zijn kok/assistent meegebracht, Chris. Alle tassen pasten gelukkig in de aanhanger en daar gingen we. We stopten vaak voor vogels. Gabriël is een goede vogelaar en Henk blijkt ook een vogelaar te zijn. Dat maakt het al drie. Maar de komende dagen bleek wel dat de overige mensen uit de groep ook echt geïnteresseerd waren in al die grote en kleine, vaak mooi gekleurde vogels. Onderweg zagen we ook volop Spiesbokken (Oryx) en springbokkenEn ook veel grondeekhoorns, deze zijn altijd heel vertederend. Het landschap is weids en zéér droog.

Tegen 15.00 uur kwamen we aan op een campingplek. Hij ligt in Central Kalahari in de buurt van LETIAHAU. Eerst kregen we tent-opzet-les. Het was er snoeiheet dus het bleef beperkt bij het opzetten van de tent. De matrasjes, slaapzakken en tassen werden er zo ingegooid, want je moest er niet aan denken om in die warme tent iets te moeten doen…

Om 16.30 uur vertrokken we weer voor een safari. De verlengde jeep is heel geschikt daarvoor. Geen ramen en het dak was opgeschoven. Zodoende konden we, als we onze schoenen uitdeden, op de banken staan voor een mooi totaal overzicht.

We zagen tijdens deze rit Spiesbokken, springbokken, Martial Eagle, Pale Chanting- Goshawk,Greater Kestrel en ook heel veel kleine vogeltjes, want Gabriël blijkt een vogelaar met haviksogen te zijn. En hij heeft ook nog eens veel geluiden met bijbehorende soortnamen in het hoofd. Op een plaats zagen we veel gieren in de bomen en rondcirkelen, maar het werd al te laat om poolshoogte te gaan nemen. Jammer, want meestal duidt dit wel op een geslaagde kill. Maar de duisternis valt snel in Afrika…

Terug in het kamp konden we genieten van koele drankjes die uit een koelkast onder een van de banken vandaan kwamen. Deze koelt onderweg op de accu. Zo luxe zijn we nog nooit op safari geweest… De keuken werd aan ons uitgelegd. Het ziet er allemaal heel praktisch uit. Er zit een kraantje om je handen te wassen aan de jeep. Een toilettent en een douchetent zijn ook opgezet.

Vreemd idee, gisterenmiddag was je nog benieuwd met wie je op vakantie zou gaan en nu deel je al een keuken, de afwas, de koelkast en een gat in de grond waarboven op vier poten een wc bril staat. Er werd besloten om de drankjes maar te delen, want het systeem van de organisatie werd met algemene stemmen afgekeurd. Want om voor iedereen apart een fles wijn en vruchtensap in de koeling te hebben staan, zo groot was die koeling nu ook weer niet,. Na een korte breefing van Gabriël doken we de tent in.

Woensdag 10 september.

Al snel na het vertrek passeerden we een jeep die niet ver van een kadaver stond geparkeerd. De bestuurder van de jeep had gezien dat deze springbok werd geveld door een cheetah die drie welpen bleek te hebben. Maar nu lag alleen het kadaver er nog en waren de cheetah’s verdwenen. Het gebeurt cheetah’s vaak dat ze hun prooi kwijtraken aan andere jagers. We hebben er nog een tijdje staan wachten of ze misschien nog terug zouden komen, maar er was geen enkele beweging. Het doel was een waterhole. Nu zijn er in de Kalahari verschillende, maar geen enkele is natuurlijk ontstaan.

We konden nu de Kalahari goed bekijken. Het is geen woestijn van zand. Het is een vlak landschap met toch redelijk veel begroeiing. Struiken en gras, maar alles erg dor en droog. We zagen een beetje dezelfde dieren als de dag daarvoor, maar nu ook wat jonge dieren in de kuddes. We hebben genoten van de grondeekhoorns! Leuk om zo’n hele familie bezig te zien. We zagen nog wel mooie Bat eared foxes.

           

We reden op de terugweg naar ons kamp nog even langs de plaats met het kadaver. Het bleek op een enkel botje na helemaal verdwenen. De gieren ruzieden nog wat om de laatste beentjes. Ook een jakhals had nog wat ribben te pakken. Tijd voor de lunch. Ons kamp ligt prachtig in de vrije natuur. De lunch bestond uit een salade van sla, tomaat en ui en plakjes vleeswaren, plakjes kaas en boterhammen. We kregen vrij tot 15.30 uur. De temperatuur liep zeker zo tegen de 35 graden. We konden een beetje rondscharrelen, maar niet te ver weg, want het wild loopt vrij om ons heen. Laat in de middag deden we nog een toertje en genoten weer van het landschap. Een nieuwe soort op de lijst was een Spotted Eagle-Owl. Twee eigenlijk… een in de boom en een op het nest wat lager tussen de takken. Maar ook zagen we een Kori Bustard die aan het baltsen was.. Hij was bijna niet herkenbaar als vogel. Zijn keelzak was enorm opgeblazen en helemaal wit. Er liep ook een vrouwtje in de buurt maar ze was helemaal niet onder de indruk van hem. Ze keerde hem gewoon de rug toe.. We zagen ook veel White-Quilled Bustards. Deze zijn een maatje kleiner dan de hitsige neef! En dan nog de Secretary Bird, deze is heel bijzonder met die uitstekende veren op z’n kop. Met een beetje fantasie kunnen het inderdaad pennen zijn die hij achter z’n oor heeft gestoken…In de schemering reden we terug, we hoorden alsmaar keffende geluiden om ons heen. Volgen Gabriël zijn dit Gekko’s . Als de lucht gaat afkoelen beginnen ze een soort blafconcert. Een bijzonder geluid!

De koude cola en het koude witte wijntje smaakten heerlijk ’s avonds. Maar met de ribben is het nog niets.

Bij het aanmelden voor de reis konden we eventuele dieetwensen doorgeven. Dat hebben we gedaan, maar helaas heeft het kantoor in Nederland “Going Africa Safaris” dit niet doorgegeven aan “Bush Way Safaris” in Afrika. Zou niet zo’n probleem hoeven zijn, maar ik kreeg Chris maar niet aan het verstand gebracht dat hij er dan voor de vegetariërs gewoon een stukje kaas of een eitje bij kon doen. Hij kon of wilde het niet snappen en dat is wel een beetje vervelend. Voor de vleeseters werden enorme hoeveelheden vlees bereid ’s avonds! Verder hoorde er bij het avondeten een minimum aan groenten, ook geen rijst of aardappel. Dus mijn bordje was niet erg gevuld ’s avonds…

Donderdag 11 september.

Deze dag was een verhuisdag. We deden dat door middel van een gamedrive. We kwamen uit in een heel ander deel van de Kalahari, bij de Sunday Pan. Het was hier wat heuvelachtiger. Vanaf het kamp hadden we een mooi zicht in een dal met de Sunday Pan. ‘’s morgens hadden we de tenten rap afgebroken na eerst de instructie van Gabriël gevolgd te hebben. En net zo rap stonden ze ’s middags weer op het nieuwe plekje. Weer prachtig gelegen met wat schaduw van de bomen. Het is een bestaande kampeerplaats dus hier was ook een toilet en douche aanwezig. Verder ligt het weer in de vrije natuur en duidt niets erop dat het ooit als camping is gebruikt. Nu moet je je daar niet meteen een luxe betegelde douche met warm en koud water bij voorstellen.. gewoon een zak die gevuld met water opgehesen wordt tot een hoogte waar je net nog het kraantje kunt opendraaien. Maar je friste er heerlijk van op!

Na half vier vertrokken we weer voor een gamedrive. Dit is een mooi gebied om daar te rijden, de Kalahari woestijn! Het is niet echt wat je je voorstelt bij het woord woestijn, Afwisselend is het redelijk begroeid met lage struikjes en wat hoge acaciabomen.

Maar we kwamen ook door grote gebieden met alleen droog, geel gras. We zagen ook weer hele stukken waar de schijnacacia bloeide met gele bloemetjes die veel lijken op de mimosabloempjes. We zagen deze middag veel Kori Bustards en grondeekhoorns.

Dit zijn koddige beestjes die bij alarm meteen zigzaggend weglopen. Waarschijnlijk doen ze dat om de roofvogels te verwarren. Ze verdwijnen dan weer in grote gaten in de grond. Bij het waterhole in de buurt van onze kampeerplaats hebben we tot nu toe niets waargenomen. We zagen het zonnetje ondergaan en konden bij terugkomst op het kamp meteen aan tafel. Chris, de kok en kampassistent, blijft altijd achter op het kamp als wij op gamedrive gaan. Helaas heeft hij nog steeds niet gesnapt wat een vegetariër wel eet, dus heb ik hem maar een boterham gevraagd…

Vrijdag 12 september.

Omdat we overdag niets zagen bij de waterhole hadden we afgesproken om deze dag heel vroeg op te staan en nog voor het ontbijt om 5.30 uur naar de waterhole te rijden. Iedereen was op tijd present, maar helaas de dieren bij het waterhole niet. Onverrichterzake keerden we terug naar het kamp.

Terug op het kamp hadden we ons gebruikelijke ontbijt van toast met zoet en/of cereals. Gabriël had een rit nog verder naar het noorden in de Kalhari in gedachten. Het was een flink eind rijden. We zagen een paar maal de Kori Bustard vliegend langskomen. Dit hadden wij nog nooit gezien… Ook deze keer drie Secratary Birds. Verder weer veeloryx, springbokken, beiden met jongen en weer veel grondeekhoorns. Van die laatste kunnen we niet genoeg krijgen, prachtig om naar te kijken! De weg terug was warm, nou eigenlijk heet. Het liep zeker tegen de veertig graden. We reden wel 40 km door een net afgebrand gebied, dus daar was ook niets te bekennen… Die tocht was alles bij elkaar ruim 100 km. Die middag was er een extra schaal voor de vegetariërs! Chris werd overladen met complimentjes!!!

     

Na de lunch gedoucht en daarna relaxen tot 15.30 uur. Dat is ook echt wel nodig want het is werkelijk te warm om ook maar iets te doen, nou ja, het dagboek bijwerken dat zou nog wel kunnen…

Toen we vertrokken was de lucht heel donker en rommelde het in de verte. We kregen uitleg over de verschillende sporen in het zand. Als je al vaker een gamedrive hebt meegemaakt weet je dat dit altijd gebeurt op momenten dat er verder niets spannends te beleven valt. Dat geeft niets, want die sporen zijn ook altijd leuk om te zien en iedere gids heeft er weer een ander verhaaltje bij. En iedere keer steek je er weer iets van op! Wat later veerden de vogelaars helemaal op bij het zien van een Red-Crested Bustard die zijn vluchtje deed. Mooi om te zien. Je hoort hem roepen en hij komt dan recht omhoog vliegen om niet veel verder dan weer als een baksteen naar beneden te duiken. Later zagen we nog een Violet-Eared Waxbill. Een prachtig gekleurd vogeltje. Daarna een struisvogelman met zeven jonge kuikens en ineens vielen de druppels. Eerst een paar, Gabriël was niet onder de indruk, maar dat veranderde toen het overging in een flinke bui. Met vereende krachten werd het dak erop geschoven. Het werd toen al snel te donker om te fotograferen, dus we gingen terug naar “huis”. Geen zonsondergang en we aten spaghetti met de saus en het vlees apart! Chris had echt een goede dag!

Zaterdag 13 september.

Om 5.30 uur was het reveille! De eerste dagen wekte Gabriël ons door de motor van de auto te starten, maar dat was na een paar dagen wel over, want iedereen was altijd vroeg in de weer. Het hele kamp werd weer ingepakt. Niets werd achtergelaten, geen snippertje papier en ook de toiletrol ging met ons mee. De weg naar MAUN was lang, warm en hotsend en botsend! We waren net van start toen Gert een giraffe ontdekte, onze eerste van deze reis! Na ongeveer een uurtje rijden stonden daar ineens negen giraffes langs en op de weg, mooi in het ochtendzonnetje! De lunch hadden we op een mooi plekje bij een brede rivier bij de ingang van de Delta, dus waarschijnlijk de OKOVANGO RIVIERWe deden daar de lunch bij de auto. De plank van de aanhanger was het buffet, de stoeltjes stonden in het gras onder een boom. Het menu was koude spaghetti… van de avond daarvoor met gestolde klonten kaas… Ach, als je honger hebt…

Vroeg in de middag arriveerden we op de AUDI camping een km of 20 van Maun af. Dit was zo gekozen omdat we dan meteen al een eindje op de goede weg zaten naar de Delta, want daar gaat de route de volgende dag heen. We hadden nog kunnen kiezen om even te winkelen in Maun, maar iedereen koos voor het kamp en de was.

         

En toen de tentjes stonden was het ook meteen wasdag en op slag hing het vol met waslijnen en was. En niet veel later zat iedereen daar, lekker gedouched en met schone kleren aan tussen de drogende was… De douches waren heerlijk op deze camping. Ruim en heerlijk warm water. En ook weer flushing toilets en niet maar een, maar meerdere om uit te kiezen…

Chris en Gabriël gingen naar het kantoor van Bush Ways om de etens- en drankvoorraad aan te vullen en wat spullen te vervangen. Er waren twee tentjes met wat moeilijke ritsen… ‘’ s avonds aten we gestoofde groenten, die waren heerlijk en daarbij.. karbonades… En de vegetariërs?

Die morgen was Gabriël nog met een briefje bij mij gekomen om op te schrijven wat ze ons konden geven in plaats van vlees…Op het moment dat ik het vroeg zei Chris dat hij wel blikjes met vis had of bonen… Tja, als ik er iedere maaltijd om moet gaan vragen… Ik nam me op dat moment voor om er verder maar niets meer van te zeggen en het maar te nemen zoals het kwam.

Zondag 14 september.

Een stel van de groep had de nacht op een lodge doorgebracht. Hij had erg veel last van buikklachten en zij was snipverkouden. Ze stonden al klaar toen we aangereden kwamen om hen op te halen. Gelukkig waren beiden een beetje bijgekomen. Er wachtte ons een rit van 300 km de Delta in. Het was een goede weg dus we konden echt snelheid maken. Er werd alleen even gestopt om de houtvoorraad aan te vullen met Mopane sprokkelhout voor ons kookvuur. Doordat de auto geen ramen heeft zaten we flink in de wind en waren we blij met onze truien. We moesten doorrijden tot een ingang van de Delta. Na het repareren van een lekke band lunchten we in een stukje bos. Voor we weer verder gingen kregen we van Gabriël nog uitleg over de daar aanwezige bomen en struiken. Die man heeft ook werkelijk overal veel kennis over.

We reden door een flink gebied met los zand dat geregeld onder water staat. Een fourwheel drive is hier wel echt noodzaak. Gabriël stuurde ons met ervaren hand naar de rivier. We hadden allemaal onze bagage teruggebracht tot een minimum. Alles moest namelijk met mokoro’s naar ons kamp vervoerd worden, dus zo weinig mogelijk was de boodschap!

Het eerste stuk ging nog met een motorboot. 

In het eerste stuk zagen we wat vogels en een krokodil. Maar toen de sloten smaller werden lagen er zeven mokoro’s op ons te wachten. Compleet met zeven poolers. Zo vaarden we naar de camping in de Delta waar we twee nachten gingen kamperen. Het zijn lagunes vol met waterlelies, papyrus en riet en ze zijn prachtig om te zien. We begrepen dat er voor ons kamp een eiland was uitgekozen waar de hippo’s de laatste dagen niet hun oog op hadden laten vallen…Mokoro’s zijn eigenlijk uitgeholde boomstammen, maar omdat het aantal bomen snel slinkt omdat deze mokoro’s maar een paar jaar meegaan maken ze ze tegenwoordig van polyester. Ik vond het in het begin erg eng en was er vast van overtuigd dat we ieder moment konden omslaan. De kreken waren soms wel héél erg smal en we moesten dan dwars door het riet of de papyrus steken…  Eigenlijk zijn het ook geen bestaande kreken maar meer de looppaden van de hippo’s, dus ze veranderen nog al eens van plaats. Op ons kampeereilandje is niet zoveel plek om te staan. Er staan veel bomen dus ook veel wortels, maar met wat graaf en ruimwerk staan niet veel later toch acht tenten cloosjes-dichtjes tegen elkaar aan. Ach, we kennen elkaar al goed en ook  weten we inmiddels wel de nachtelijke geluiden die iedereen maakt en de tijden dat ’s nachts de ritsen beginnen te lopen, ach, dat is ook bijna iedere nacht hetzelfde werk..

We hadden een mooie open plek voor de kring en het vuur. Het buffet werd nu gevormd door een omgekeerde mokoro. Hadden we tot nu toe het idee dat we steeds in de vrije natuur stonden… dit overtrof nu toch al de vorige keren! Zo’n prachtige plaats aan de rivier! Natuurlijk werden ook onze toilet en douchetent weer opgebouwd.

Laat in de middag gingen we nog een tocht maken met de mokoro’s. Het was nu toch een stuk minder eng. We hadden nu natuurlijk ook veel minder bagage in de boot. Want het is bijna onvoorstelbaar wat er allemaal met die mokoro’s vervoerd werd. Onze tenten, matrassen en slaapzakken en bagage. De toilet en douchetent. Maar ook de keukenspullen. Het grillrooster voor op het vuur, de ketel. De borden, bestek, bekers en de etensvoorraad… De stoeltjes en de voorraad water en de koelbox met onze drankjes…


We lagen lekker stabiel op het water, het licht viel inmiddels weg en er werd een mooi plekje gezocht voor de sunset.

Nadat het zonnetje ons weer voor die dag had verlaten werd het tijd voor een drankje in het kamp….

Maar helaas, er was nog één hele fles wijn, dus dat werd weinig borrelen voor veel mensen Weer was er veel gespreksstof over de manier van de drankregeling. Het was erg ingewikkeld, want iedereen had ruim voor het begin van de reis bij Going Africa zijn drank besteld in twee delen. Een deel voor de eerste zes dagen en het tweede voor de resterende dagen van de reis. Nu bleek na een aantal dagen dat het aantal niet klopte. Mensen pakten mis; cola op, vruchtensap op… Maar ook niet iedereen wist meer precies wat hij besteld had.. Maar goed er werd mis gepakt. Het probleem werd aangekaart bij Gabriël en die wilde tussendoor wel extra drank meenemen, maar dan ontstond het volgende probleem. Er is ooit een liedje over gemaakt… wie gaat dat betalen… Want en dat was wel een unaniem gegeven.. iedereen had wel veel meer moeten betalen voor de drank dan te verwachten was na de prijsindicatie van Going Africa… Bij een glaasje water werd er nog over nagepraat, maar we kwamen er niet uit…

Eigenlijk was de plaats waar we waren ook veel te mooi om ons over dit soort zaken druk te maken.  Het hele grillrooster werd weer vol gelegd met kippenbillen en als groente hadden we een in de schil gekookte aardappel! Voor de vegetariërs was ook gezorgd, koude witte bonen in tomatensaus… We hoorden ’s nachts de uil roepen in de boom boven onze tent. Ook de hippo’s waren niet ver weg. Toen ik in het donker de toilettent bezocht riep er een in de rivier bijna naast de tent… Beetje eng, maar ook super!

Maandag 15 september.

We stonden om 6.00 uur op. Na het ontbijt, dat iedere dag bestaat uit toast met zoet beleg of cereals, vertrekken we met de Mokoro’s. We hebben een prima groep die altijd keurig op tijd klaar staat, eerder 5 of 10 minuten te vroeg dan te laat. We maakten een prachtige tocht door de smalste kreekjes die je kunt bedenken. Het licht was echt fantastisch. De stilte in de Delta, alleen het geluid van de poolerstok in het water. Zo gleden we in alle stilte met zeven

mokoro’s tussen het riet en de papyrus door. In twee woorden was het super genieten!

De vaartocht werd onderbroken voor een wandeling over het BABOON ISLAND. We kregen uitleg over de bomen en de vruchten. Waar deze voor te gebruiken zijn en wie ze opeten. Vista is hier onze gids. Er lopen wat knullen in opleiding mee. Af en toe mogen zij ook een stuk van de uitleg doen. Gabriël blijkt hun opleider te zijn. Verder werden we gewezen op nesten en sporen in het zand. We werden uitgedaagd voor een potje voetbal met olifantenmoppen… Daarvan lagen er meer dan voldoende! En de vogelaars zagen tal van vogels, maar ook weer een nieuwe: de Wattled Crane. We wandelden weer terug naar het startpunt waar we een fruitstop hadden. Iedere ochtend tegen 10 uur hebben we altijd een fruitstop. Ook als we op gamedrive zijn wordt daar voor gestopt. Er is altijd een voorraad van appels, sinaasappels en, die zijn echt heerlijk en dan ook het meest favoriet… peren! Het was inmiddels 12 uur en weer erg warm, dus we vaarden terug naar ons kamp waar het water voor de koffie kookte. Chris bakte 30 eieren en er was een salade van wortel, ananas, rozijnen, en kaas en vlees en vis en brood… Ineens alles tegelijk. De lunch is hier duidelijk de hoofdmaaltijd, dan is er altijd veel groente en meestal ook kaas. ’s Avonds blijkt vlees het belangrijkste. We kregen rust tot 16.00 uur. Daarna was er voor hen die dat wilden poolerles. Tijdens de rust brak er weer een discussie uit over de drank…Morgen hebben we een ontmoeting met mensen van Bush Ways. Dat is wel goed, want het blijft toch een discussiepunt.

Het was erg warm en we schoven met z’n allen met de schaduw mee… Om 16.00 uur ging het gebeuren. Vista gaf uitleg over de mokoro en de pool. Het lijkt nog het meeste op het punteren in Giethoorn.  Het blijkt vooral een kwestie van evenwicht. Henk was de eerste en hij deed zoals verwacht… hij belandde al snel met een flinke smak in het water. Hij probeerde het nog een keer, maar ook nu maakte hij een duik. Hij is ook erg lang en stevig, dus dat zal niet echt handig zijn. De mannen die de poolers van onze boten zijn zijn allemaal jonge knullen, niet te lang en slank… Na deze eerste dappere leerling volgden nog vier kandidaten en als laatste ging Henk en deze keer zonder te vallen. Na de les vaarden we nog een rondje door de kreken en Vista liet zien wat je allemaal met waterplanten kunt doen. Een met een gele bloem bleek een waterreservoir te hebben. Je kon er goed je ogen mee druppelen. Van de stengel van de waterlelie kun je een mooie halsketting maken en van een waterlelieblad een muts. Het zonnetje ging onder en wij gingen terug voor het diner. Macaroni met paprika, ham en kaas! En voor de vegetariërs kale macaroni.. alleen wat paprika. Je zou bijna gaan denken dat hij het express doet. De wijn en het bier was gisteren al op, dus na de koffie en de uitleg van Gabriël ging iedereen naar bed. De dagen zijn zo ook lang en vermoeiend genoeg!

Dinsdag 16 september.

Opstaantijd was gepland om 6.00 uur. Maar iedereen was ruim voor die tijd wakker. De hippo’s waren luidruchtig geweest deze nacht. Na het ontbijt werd alles weer ingepakt en daarbij kregen we hulp van de poolers. Alles en iedereen moest weer in de mokoro’s vervoerd worden, dus het was zwaar punteren voor de jongens terug naar de plaats waar de motorboot op ons lag te wachten. Alle spullen werden weer overgesjouwd in de motorboot en de groep ging verder in de andere motorboot. De tip voor de poolers werd overhandigd en met een speciale yel werd afscheid van hen genomen. Dit was echt een hele bijzondere ervaring geweest die door iedereen ook hogelijk werd gewaardeerd. We waren twee dagen echt ondergedoken in het leven in de Delta en hadden veel gehoord over het leven en de planten daar. Op weg naar onze jeep zagen we vanuit de boot nog een Giant Kingfisher. Maar ook zijn kleine broer, de Malachite liet zich prachtig zien.

We waren al vroeg bij een lodge. Deze lag tegen het vliegveld aan. Wij zouden met het vliegtuig, laag vliegend over de Delta terug naar Maun gaan. Gabriël en Chris reden met de jeep naar Maun en gingen daar de eet- en drinkvoorraad aanvullen. Deze vlucht was een extra die we los konden boeken bij de reis. Vrijwel iedereen had hiervoor ingetekend. Omdat we een paar uur moesten wachten voor we konden gaan vliegen had Bush Ways geregeld dat onze gids van de mokoro’s, Vista nog even bij ons bleef. Hij ging nog een wandeling met ons maken, maar helaas was het een beetje te warm en zijn we met algemene stemmen teruggegaan naar de lodge. Hier konden we lekker in de schaduw zitten. Chris had nog een lunch voor ons achtergelaten. Namelijk de macaroni van gisteren, dezelfde twee schalen… maar er was ook brood en boter… We konden in de lodge ook drinken bestellen, dus een lekkere koude cola ging er best in!

We vertrokken tegen half drie in twee vliegtuigen over de Delta.

Dit was een prachtige belevenis. Je zag mooi de Okovangorivier door het landschap slingeren. Groepen olifanten liepen door de rivier. Ik dacht van bovenaf ook een neushoorn te herkennen. Verder zagen we veel gazelle-achtigen en nijlpaarden lagen echt herkenbaar in de rivier. Ook zebra’s en giraffes waren heel herkenbaar aan het grazen.

Er waren hele droge stukken, zonder begroeiing en dus ook zonder dieren. Maar in de buurt van de rivier zag je meer begroeiing en dus ook veel dieren. We hadden allemaal een raamplaats, de vlucht duurde een uur en we vlogen op zo’n 500 meter hoogte. We landden in MAUN en Gabriël kwam ons ophalen.

(2) BOTSWANA september 2014

DEEL 2 RONDREIS BOTSWANA

We landden in MAUN en Gabriël kwam ons ophalen. Hij bracht ons ook in contact met Judy en Caroline van Bush Ways. Bij hen konden we onze vragen over de drankvoorraad kwijt. Het werd een moeilijk gesprek, omdat mensen in de groep toch nog steeds niet wisten wat ze thuis hadden besteld. Maar wat ze wel wisten was dat er te weinig was geleverd… Judy kwam met verschillende lijsten maar er bleek ook nog een misverstand bij de bestelling te zijn of er nu flessen wijn, of literflessen of boxen van 3 liter besteld waren… Toen dit onderwerp was afgesloten heb ik toch ook nog maar even gemeld dat er niet echt rekening werd gehouden met de vegetariërs.. Ik had overwogen of ik het wel of niet zou  melden, maar ik vond dat ik het nu wel moest doen omdat ik voor mijn gevoel niet nu kon zwijgen en straks bij de evaluatie aan het eind van de reis gaan klagen… Maar het was niet alleen het vegetarische gebeuren waar wat mee was.. Chris zorgde met name goed voor zichzelf en was helemaal niet klantgericht…. Goed het was gemeld en klaar. Ook heb ik nog gemeld aan de dames dat we verder zéér tevreden waren over onze gids! We vonden dat we het geweldig hadden getroffen met hem. Maar ook meldde ik dat we ook erg tevreden waren over het materiaal waar we mee onderweg waren. Prima tenten in goede staat. Goede matrasjes en ook de slaapzak met lakenzak waren prima. De verlengde jeep is een uitermate geschikt vervoermiddel voor dit land. Met z’n twaalven hebben we een ruime plaats en ook kunnen we goed filmen of fotograferen. We namen afscheid van Judy en Caroline. Later hoorde ik dat ze Chris nog apart genomen hadden.

We moesten nog een uur of twee rijden naar de camping. Er was gekozen voor de KAZAKINI campsite richting MOREMI. We hadden deze dag dan wel een wat langere reis, maar de volgende dag zouden we dan al snel met de gamedrive kunnen beginnen. In het schemer kwamen we aan op de campsite. Snel werden de tenten opgezet en konden we nog een warme douche nemen voor het helemaal donker was… De camping was prima. Goede douches en toiletten en ruime plaatsen voor de tenten! Tijdens de drukte rondom het tent opzetten en douchen zag Gert een Bush baby door de bomen springen. Hij was mooi te bekijken in het licht van de zaklantaarn.

Bij het diner werd natuurlijk nog even nagebabbeld over het hele voorval in Maun. Al snel werd besloten om het er niet meer over te hebben en gewoon verder te gaan met genieten. Is de drank op dan drinken we verder water… Er waren natuurlijk iedere keer nog genoeg grapjes bij de wijndrinkers die nu zeker niet meer dan twee glazen per dag mochten drinken…  De sfeer was gezellig en ontspannen. We hoorden ’s nachts volop hyena’s in het kamp, ze gingen er zelfs op een gegeven moment met de waterketel vandoor…

Woensdag 17 september.

We reden die dag van 7.00 tot 15.00 uur een flink stuk MOREMI NP in. Nu waren we echt los wat het wild betreft. We zagen olifanten, giraffes, leeuwen, veel vogels en een vliegende sectretarisvogel, een hippo het leek niet op te kunnen… Iedereen was in een juichstemming.

We hadden hele stukken weg waar het zand zo los was dat we er slippend en zig-zaggend doorheen gingen. Vanwege een auto die zich had vastgedraaid in het losse zand moesten we een omweg maken en zo raakten wij ook vast. Maar door de goede samenwerking van Gabriël in de auto en Chris buiten de auto kwamen we al snel weer los. Toen de auto op wat vastere grond stond zijn we eerst met z’n allen die andere auto los gaan duwen. Dit was een echtpaar alleen op reis en die waren maar wat blij met de hulp. De route was vandaag wel heel afwisselend, want we hadden dus deze stukken met het losse zand, maar we passeerden deze dag ook vier bruggen waarvan we als we alleen waren geweest er nooit over gedurfd zouden hebben. Loszittende en half vergane planken… Of eerst een stuk brug van boomstammen, vervolgens een stuk water en dan nog een stukje brug… Gabiël nam ze allemaal onverschrokken, slechts bij een ging hij vooraf inspecteren…

We zagen zelfs twee leeuwen die nog net de laatste hapjes namen van hun prooi. De gieren waren al heel dichtbij en een hyena had ook al een hapje te pakken. De leeuwin had een wond op haar flank en lag die te likken. Het mannetje kwam moeizaam overeind, zijn volle buik zat hem duidelijk in de weg. Hij sukkelde naar het water en liet zich het komende kwartier helemaal vollopen! Het vrouwtje voegde zich wat later bij hem en zo konden we prachtige plaatjes maken van het drinkende koppel.

We arriveerden rond een uur of drie op een prachtig kamp. Het was een HATAB campsite. HATAB staat voor Hospitality and Tourism Association of Botswana. Het is een overkoepelende organisatie die het toerisme bevordert. Zij beheren verschillende lodges, tented camps maar ook natuurcampings. Dit zijn prachtige plaatsen in de vrije natuur, soms met geen enkele voorziening, soms met een bush-douche en bush-toilet.

Dit was een mooi schaduwrijk terrein. Het vaste ritueel ging van start. Aanhanger uitladen, tenten opzetten, wc-gat werd gegraven en een goede boom uitgezocht voor de douchezak. Ook hier kwamen tenten omheen. De stoelen en tafels werden opgezet. Vuurtje gemaakt en toen alles rond was klonk de bekende kreet: “Water is boiling”. We hebben een goede groep wat betreft aanpakken en meehelpen. Echt iedereen helpt elkaar en dat gaat net zo in het keukengebeuren. Chris heeft altijd hulp bij het snijden van de groenten. En ook de afwas wordt steeds door de groep geregeld. Dit is al net zo ’s morgens bij het inpakken van het hele kamp, iedereen is altijd op tijd present en loopt mee te sjouwen met tafels, stoelen etc.

Tegen vijf uur vertrokken we weer om nog even de plaats van de kill te inspecteren. Er was niet veel meer te zien. Er waren wel veel vogels bij de plas en ook nog soorten die we nog niet eerder tegengekomen waren. Nog steeds is de hele groep ook zeer geïnteresseerd in vogels. In het begin van de reis hebben we lijstjes gehad met de namen van vogels en zoogdieren die we in de verschillende gebieden tegen kunnen komen. Deze lijstjes werden ook echt bijgehouden. Het zonnetje ging intussen onder en de welgevulde dag raakte op z’n endje… Terug op het kamp brandden de olielampjes al op tafel en stonden er schaaltjes met nootjes klaar. Bedtijd is altijd vroeg in de Bush. Tegen half tien ligt iedereen wel plat. ‘s Nachts werd ik wakker van een olifant die luid krakend takken liep te eten op het kamp. Hij kwam achter de tent langsgelopen en zijn silhouet vulde de raamopening van onze tent… We hebben tenten waar in alle vier de zijden horrengaas zit wat afsluitbaar is met tentdoek. Maar dat doet dus niemand, want wat is er mooier dan in slaap te vallen met het zicht op zo’n prachtige sterrenhemel om je heen. Verder kwamen de hyena’s nog even het kamp inspecteren of we de vuilniszak misschien vergeten hadden op te ruimen… De leeuwen brulden op niet eens zo’n grote afstand. Eigenlijk zonde om te gaan slapen!

Donderdag 18 september.

De dag begon geweldig! De twee leeuwen zaten nog bij hun eerder gedane kill. Het mannetje lag te eten. Het vrouwtje lag uit te rusten. Dus weer zagen we een leeuw in actie. Ook de hyena was weer dichtbij en natuurlijk waren de gieren ook al in grote getale aanwezig. Meestal zijn dit de White-Backed Vultures. Maar ook de Lapped-faced en de Hooded Vulture zag je vaak bij de prooien.

Daarna weer olifanten, nijlpaarden, zebra’s en giraffes. Mooie vogels zoals de Southern Carmine bee-eater, maar ook de Swallow-tailed en de Little bee-eater. Dat waren weer wat nieuwe soorten erbij! Verder konden er ook nog wat nieuwe steltlopers genoteerd worden en vijf  Ground Hornbills.

Gabriël vertelde dat je onder en worstenboom veel impala’s aan kunt treffen. Ze zijn namelijk dol op de afgevallen bloemen. Zo wordt deze boom “de kitchentree” genoemd omdat het luipaard vaak al in de worstenboom ligt te wachten om uit die grote groep inmapla’s zijn maaltje te kiezen… Gabriël is zéér allround. Hij weet veel van planten, maar heeft ook goede verhalen over de zoogdieren en hun gedrag. We staan vaak lang te kijken bij bepaalde dieren, bijv. olifanten en hij legt dan uit wat we uit hun gedrag kunnen afleiden. Bijv. een olifanten die erg alert naar ons kijkt maar door blijft grazen is niet gevaarlijk. Schudt deze olifant op een gegeven moment met zijn kop dan geeft hij het op en laat ons verder voor wat we zijn… een blik vol toeristen… Verder legt hij ons ook uit hoe belangrijk het is als we dicht bij leeuwen of luipaarden zijn om dan niet uit de auto te gaan hangen met je camera of op een bank te gaan staan waardoor je boven het dak uitsteekt. De dieren zien de auto als een compact voorwerp. Ze zijn dan rustig zolang het die vorm behoudt. Gaat er ineens iets uitsteken dan zijn ze gealarmeerd en zal hun gedrag gaan veranderen. Wat betreft de vogels is hij een expert. Hij herkent ze goed aan de geluiden. Toen we hem gisterenavond bedankten voor de geweldige dag wilde hij ons bedanken want hij, zo vertelde hij, vond ons een prima groep want door ons had hij nog nieuwe soorten gezien!

 

Tegen twaalven waren we weer “thuis” and was the water boiling for coffee, tea of whatever.. Na de lunch werd er geschoren, haren gewassen, voeten verzorgd, foto’s teruggekeken, dagboeken bijgewerkt, lijstjes afgevinkt, gedouched en zelfs een wasje gedaan. We zijn echt een groep westerlingen die niet doorhebben dat je bij een temperatuur boven de 35 graden gewoon moet gaan liggen en ontspannen..

Tegen half vier vertrokken we weer. We moesten eerst nog water gaan tanken, want alles was weer op. Niet gek natuurlijk gezien de activiteiten in de middagpauze. We tankten altijd water bij de kantoren bij de ingang van de Nationaal Parken. Dit is dan geen drinkwater, maar verder overal voor geschikt. Onze tocht ging die middag naar een stukje van Moremi NP dat Paradise heet. Om daar te komen moesten we met de auto weer door best diepe rivieren. Zo diep zelfs dat de vloer van de auto verschillende keren vol water liep. We stuitten al snel op een sausagetree (worstenboom) waar een dode Lechwe in hing. Daarboven zat een luipaard die net het laatste hapje nam.

Wij waren inmiddels auto vijf die kwam kijken dus hij vond het wel welletjes en klom hoger de boom in een beetje meer uit het zicht tussen de bladeren. Ik had nog net een foto kunnen maken voor hij uit het zicht verdween. Inmiddels stonden we met zeven auto’s, waarvan er een gevuld was met Amerikanen die op luidruchtige toon met elkaar converseerden… Het is duidelijk te merken dat in dit gebied veel toeristen rondtoeren. Dat zal, hoe dichter we bij Chobe komen, nog wel erger worden.

We bleven zeker een uur op die plaats. Gabriël hoopte dat als al die andere auto’s vertrokken zouden zijn, het luipaard naar beneden zou komen om te gaan drinken… We schoven wel af en toe wat op met de auto zodat iedereen een foto kon maken van een weliswaar uitgeputte en slapende luipaard. Ook dat gebeurt deze reis perfect. Er wordt altijd gekeken of iedereen wel goed zicht heeft en anders wordt er verkast. Maar ook wordt altijd meteen de motor uitgezet wat voor de filmers en fotografen heel belangrijk is. Gabriël vertelde dat een luipaard na de kill altijd eerst de ingewanden verwijdert en begraaft Zo krijgen de gieren en de hyena’s niet zo snel in de gaten dat er ergens een prooi hangt.. Uiteindelijk besloten we maar te vertrekken, er gebeurde verder niets meer…

We reden in omgekeerde volgorde weer door een aantal rivieren terug naar het kamp en bijna thuis zagen we een groep zebra’s op een prachtige plek staan grazen. Achter de groep was een bloedrode zon bijna de horizon aan het raken. We fotografeerden en genoten van dit prachtige plaatje tot we ineens een doffe, harde kreet hoorden. Toen we ons omdraaiden zagen we twee nijlpaarden die het duidelijk met elkaar aan de stok hadden. De grootste beet de kleinere fel in de billen. Gabriël had de situatie snel door. De grotere was het nijlpaard dat we een dag eerder ook al in deze omgeving hadden gezien. We hadden toen al kunnen zien dat ze hoogzwanger was. De kleinste nu was een mannetje die nog wel even van bil wilde… Gabriël had net daarvoor de voorruit platgelegd zodat we de zebra’s beter konden fotograferen.. Nu zagen we hoe het nijlpaard  met een woeste blik en open bek op onze auto kwam afgestoven. Gabriël bleef rustig, dus wij ook… Maar het was een erg eng moment. Ik heb nooit eerder bij een dier zo’n expressie op het gezicht gezien.. Ze draaiden anderhalve meter voor de auto af en kruisten zo het pad van de zebra’s die daarop meteen het hazenpad kozen. En in al die spanning heb ik deze momenten ook nog kunnen filmen… Nog vol adrenaline gingen we daarna aan de borrel en daarna was er weer een gigantische hoeveelheid vlees gebakken voor het avondeten…

Wat een dag…

Vrijdag 19 september.

Reveille om 6 uur. We moesten een beetje haasten deze morgen want we moesten het hele kamp weer inpakken en verhuizen naar de volgende camping. We moesten voor 12.00 uur dit park verlaten anders moest er nog voor een dag fee extra betaald gaan worden. Maar we wilden ook nog even bij het luipaard met zijn prooi gaan kijken. Echter, tijdens het ontbijt kwamen er vier olifanten eens wat dichterbij kijken wat er zoal in ons kamp gebeurde. Dat was wel een speciaal moment!

Zodoende vertrokken we daarom wat later, maar we gingen toch nog even kijken… Weer al die rivieren door, nu met aanhanger. Het luipaaard had z’n prooi wat hoger in de boom gehangen Hij was weg en een Yellow-billed Kite zat er nu zijn buikje vol te eten. Het bleek nog een redelijk lange tocht te zijn het park uit. Halverwege zagen we een aantal jeeps stilstaan en op die plaats bleek een familie leeuw te liggen uitbuiken. 4 welpjes, 4 vrouwtjes en 1 mannetje. We konden prachtig foto’s van ze nemen. Met de poort al in zicht zagen we nog twee vrouwelijke giraffes met ieder een jong. Een van de twee had nog een stukje verdroogde navelstreng aan de buik hangen. Toen ook nog een grote groep waterbokken, maar nu was er echt geen tijd meer voor foto’s. Aan de poort van het park werd weer water ingenomen en daar gingen we weer op weg naar het Khwai gebied.

Het was nog ruim een uur rijden en toen waren we op ons nieuwe plekje. Er stonden veel Buffelo acacia’s op ons plek. Deze bomen hebben het nadeel dat ze flinke doorns hebben die dan op de grond zijn terug te vinden… en later in de zolen of door de zolen van onze schoenen… Deze bomen hebben platte zaaddozen een beetje ter grote van ons oor, fluwelig aan de buitenkant. De olifanten zijn gek op de zaden die erin zitten. Er zit een bepaalde proteïne in die ze nodig hebben voor hun spijsvertering. 

En dat het allemaal nog goed zat met de spijsvertering van de meeste olifanten was op de grond goed te zien. Maar we zijn al veel gewend en lopen er inmiddels gewoon overheen. Nu wordt onze tent erop gezet en tijdens het eten zie je onder de tafel alle voeten op platgelopen olifantendung staan. We hebben er al mee gevoetbald en zelfs na een lunch werd er een keer een partijtje volleybal mee opgezet… Het landschap om ons heen ziet er wat troosteloos uit, veel dode en omgevallen acacia’s. Verderop zien we nieuwe Mopane aangroei, maar die is dan niet hoger dan twee, drie meter. Daarboven hebben de olifanten al hun maaltijd eraf gehaald. En zo werd het weer lunchtijd en dit werd ook de laatste lunch bereid door Chris. Gabriël vertelde ons dat hij terug moest naar Maun voor een examen…. Er werd een fooi voor hem opgehaald en Hetty sprak na de lunch een woordje bij het geven daarvan.

Tegen drie uur arriveerde de nieuwe kampassistent/kok.  Hij heette KéKé en hij stelde zich meteen enthousiast aan iedereen voor met een smile van oor tot oor! Hij lijkt meer op het type wat we wel vaker mee op reis hebben gehad!

           

Tegen dat we vertrokken voor de afternoondrive kwamen er steeds meer olifanten richting kamp, we telden er 17. KéKé zwaaide ons uit en wij hoopten maar hem en onze tenten weer terug te zien bij onze terugkomst. De rivier de Khwai blijkt niet ver van ons kamp vandaan te liggen. Terwijl we daar naar vogels stonden te kijken kwamen die 17 olifanten de rivier in om te baden en te drinken. We stonden daar ruim een uur te kijken hoe de olifanten genoten van het water. SUPER. Ook toen een van de olifanten wat dichter naar de auto liep was er bij Gabriël geen enkele onrust te bespeuren. Hij zat rustig in z’n vogelboek te studeren. De vogelaars zagen natuurlijk ondertussen allerlei klein grut langs de rivier scharrelen. Toen de meeste olifanten, ook de laatkomers, waren vertrokken, reden wij ook weer verder. We volgden de rivier en stuitten ineens op een groep jeeps. Wilde honden zagen we al snel!!!

Ze lagen nog wat in het gras; eigenlijk zag je alleen wat oren en de bovenkant van de koppen af en toe boven het gras uitsteken. Maar na een minuut of tien ontstond er meer beweging. Er stonden er een paar op, ze gaven elkaar kopjes en stoeiden wat. Dit alles gebeurde eigenlijk zonder geluid te maken. Ze waren zich aan het klaarmaken voor de jacht. Langzaamaan verspreidden ze zich over een groter terrein in een wijde cirkel. Een volwassen dier bleef achter en die bleek de oppas te zijn voor de vijf pups. Deze bleven, ook zonder enig geluid te maken in de buurt van de volwassene. Het was prachtig om dit begin van de jacht te kunnen bekijken. De andere jeeps reden met ze mee, maar wij besloten dat dit al héél mooi was geweest en dat niemand zat te wachten op een wilde jacht van jeeps achter de honden aan.

Moe na zo’n hele dag in de auto, maar ook van alle belevenissen, schoven we aan de borreltafel. De olielampjes brandden al en de schalen met zoutjes stonden op tafel. KéKé bleek nog net zo enthousiast en ongedeerd! Hij verraste ons met een heerlijke chili con carne. Gabriël ging na het eten verder met zijn verhaal  over How boys meet girls in Botswana. Hij was daar een paar avonden geleden al aan begonnen, het is een vervolgverhaal en de opzet is dat wij aan het eind van de reis begrijpen waarom Botswana maar twee miljoen inwoners heeft!

Zaterdag 20 september. ''s Nachts hebben we verschillende keren de leeuwen gehoord, de nijlpaarden, de hyena’s, de olifanten en ook nog de Scopsowl  in de boom boven onze tent. We hadden deze morgen gekookte eieren bij het ontbijt.. Een welkome afwisseling op de toast met zoet… Ik had de suggestie wel gedaan bij Bush Ways om af en toe eens een eitje te doen ’s morgens maar.. dat was niet hun policy zei Judy… Maakt niet uit, het smaakte goed ook al door de lach van KéKé waarmee ze aangeboden werden. Met de gamedrive volgden we de rivier weer.

Verschillende ooievaars, de African Openbill, de Yellow- billed stork, de Squacco Heron, een zilverreiger, Jacana’s, Ook de Lesser Jacana. Een Lilac-brested Roller in de boom. Carmine bee-eaters vlogen rond.

Zo schoven we steeds een paar meter op. En ineens ontdekte iemand een boom met gieren aan de andere kant van de rivier. Toen de kijkers erop gingen zagen we wilde honden onder die boom. We reden nog wat dichterbij en konden toen zien dat de honden een impala aan het oppeuzelen waren. Alles gebeurde aan de overkant van een smalle rivier. Er was regelmatig wat geharrewar tussen de gieren en de honden, als de laatste vonden dat de gieren iets te dichtbij kwamen. Er bleken nog meer honden te komen, maar nu vanachter onze auto. Om bij het eten te kunnen komen moesten ze de rivier over. Ze aarzelden wat maar sprongen er toch over. De volgende twee probeerden het iets meer naar links, maar daar bleek een nijlpaard in het water te liggen. De honden zagen hem, maar de honger maakte ze toch overmoedig.. na lang aarzelen probeerden ze het toch, maar daar kwam het nijlpaard brullend omhoog uit het water. SPECTACULAIR!

Het nijlpaard blies de aftocht en de honden konden nu waarschijnlijk met trillende pootjes toch richting eten. Achter ons was weer beweging en daar kwam ineens een groep van vijf pups richting rivier begeleidt door twee volwassenen.

De eerste volwassen hond kwam terug van de prooi, de kop en nek waren rood gekleurd van het bloed. Toen hij bij de pups kwam begonnen die een hoog jankend geluidje te maken en ze wreven met hun koppies tegen de hals van het volwassen dier. Hierop braakte hij z’n net verorberde maaltijd weer uit. Dit werd door de pups razendsnel opgegeten. Het leek wel of we naar een film zaten te kijken, af en toe moest ik gewoon even in m’n arm knijpen om me te realiseren dat we er echt midden tussenin stonden. Geweldig ook de rust die Gabriël had. Je zag de andere jeeps komen en gaan. Onze auto werd niet een keer verplaatst. De volwassen honden en de pups waren op een gegeven moment gewoon naast onze auto aan het voeren, eten en spelen.

Na zo’n anderhalf uur gingen we weer verder. De geheugenkaartjes van de camera’s flink veel voller en de batterijen een stuk leger. Het werd druk op het oplaadstation…. We reden nog terug naar de Gate van het Moremi NP waar we gisteren ook water getapt hadden. Er konden weer heel wat liters in! Op de terugweg, net voor het oversteken van de rivier richting kamp zagen we eerst een specht ….. en toen een heleboel zebra’s die aan de andere kant aan het grazen waren. Vanuit de begroeiing kwamen vijf giraffes aangelopen. Ze verjoegen de zebra’s op hun weg naar de rivier. Het was een bijzonder gezicht om te zien hoe deze giraffes naast elkaar in de houding gingen staan om te drinken. Het kost ze veel moeite om hun poten zo ver uit elkaar te zetten dat ze met hun kop bij het water kunnen.

En daar ineens, vanuit het niets kwam daar een Roan antilope aangelopen. Gabriël was heel opgetogen, want deze soort zie je niet gemakkelijk, ze zijn namelijk enorm schrikachtig.

En zo kijkend naar de overkant, waar impala’s, zebra’s, giraffes en de roan antilope grazen en drinken en waar de rivier kronkelend door het landschap stroomt met groene acaciabomen op de achtergrond, bedacht ik dat dit wel de hof van Eden had kunnen zijn…

KéKé wachtte ons weer op in het kamp, meteen belangstellend informerend wat we hadden beleefd. En met de mededeling water is boiling! Tijd voor een bakske! Na de lunch hielden we siësta. We gaan het wel leren, want het zal nu inmiddels wel 40 graden zijn.

De afternoondrive begon om 15.30 uur en we startten weer langs de rivier. Deze keer zagen we daar twee damesolifanten met jongen. Ze namen een douche en liepen lekker door de rivier te banjeren. Ze zijn echt gek op water! Verderop zagen we aan de kant zebra’s en gnoes. Deze twee soorten zie je vaak samen. Verder natuurlijk ook weer veel vogels waaronder Gabriël een African Harrier-Hawk dacht te herkennen, maar de vogelaars hadden zo hun twijfels…Het is vaak een heel spel tussen die mannen om de goede naam te vinden. Ze geven elkaar niets toe. Leuk ook om te zien hoe onze gids geniet van dit spel. Zo schoven we steeds wat verder op langs de rivier, genietend van wat zich allemaal aanbood. Later in de middag troffen we weer de troep wilde honden. Ze lagen nog steeds aan dezelfde kant van de rivier, maar er was wat onrust binnen de groep. In de rivier speelden nu een groep van zeven olifanten. Vier echt grote volwassen dieren en drie net een maatje kleiner, allemaal mannetjes. Ze waren echt met elkaar aan het spelen, ze daagden elkaar uit en gingen geregeld kopje onder. De honden stonden wat later allemaal langs de waterlijn zéér geconcentreerd in de rivier te kijken. Wij hadden al wat eerder gezien dat er een krokodil die kant uit zwom. Spannend! De kleintjes waren weer in de crèche gelegd. De olifanten klotsten maar door… De jeeps stonden op een rij in afwachting wat er zou gaan gebeuren. Maar de jacht werd afgeblazen en de honden verdwenen naar de achtergrond.

Wij gingen op weg naar “huis”. We reden door een groot gebied dat eruitzag zoals ik al eerder beschreef: kaal, veel omgevallen bomen, kaalgeplukte struiken, wat droog gras en verdroogde bladeren. Ik denk dat desolaat wel een goede benaming is. Er staken wat olifanten de weg over. Het begon al te schemeren en iedereen was druk doende de fotoapparatuur op te bergen, toen Gabriël de auto stopte en de motor uitzette… We stonden ineens wel erg dicht bij een olifant, de anderen schuifelden wat achter de auto. Die ene was wel erg geïnteresseerd in onze auto. Hij slingerde wat met zijn slurf. Vreemd, dacht hij vast, zo’n auto vol met mensen, muisstil, niemand praat, kucht of hoest… geen motorgeluid.. geen geklik van camera’s! Dat zou hij wel eens van dichterbij willen bekijken… Een volwassen Bull die langzaam dichter naar de auto kwam, geen ramen, geen dak… Voor de vorm bleef hij wat gras uit de grond trekken en soms in zijn bek steken. Hij keek ons een voor een diep in de ogen en naderde zover dat hij inmiddels zonder problemen ons kon aanraken met zijn slurf… Ook Gabriël bleef stil. Wij zouden ook niets kunnen doen, alles kon hem boos maken. Wij moesten wel vertrouwen hebben in Gabriël en omgekeerd moest hij dat ook in ons hebben. Want als er iemand in paniek zou raken…

Alles bij elkaar duurde dit proces misschien maar 20 minuten maar het leek ons zeker een vol uur. Uiteindelijk schudde hij wat met z’n kop en liep hij weg. Voor langs de auto, toen hij middenvoor stond, stopte hij nog even om eens goed naar binnen te kijken maar besloot toch om door te lopen, uiteraard heel langzaam. Toen hij op een redelijke afstand was werd de motor gestart en het was net of iedereen ook toen pas weer durfde uit te ademen. En ik geloof ook wel dat iedereen wel wat opgelucht was, stiekempjes..

Wat een ervaring!!! Super!!! We weten nu al dat we dit nooit meer zullen gaan beleven.

Bij het kamp stond KéKé ons weer luid zwaaiend op te wachten. Hij kreeg het verhaal van de olifant natuurlijk in geuren en kleuren en hij werd er net zo enthousiast van als wijzelf. Hij had voor het diner Ugali gemaakt. Zowel KéKé als Gabriël waren blij verrast dat ik het kende en wist hoe ik het moest eten… Met de handen, balletje maken , kuiltje erin en daar de saus of groenten in dopen. Leuk hoor, een keer een echte Afrikaanse hap. Wat een verademing is deze man, lachen, enthousiast over bijna alles en.. lekker en gevarieerd koken!

Na het rantsoen van twee glaasjes wijn en het verhaal van Gabriël was het hoogste bedtijd  (21.00 u) en hebben we niet lang kunnen genieten van de prachtige sterrenhemel….