bouwmeestersoppad.reismee.nl

(3) BOTSWANA september 2014

DEEL 3 RONDREIS BOTSWANA

Zondag 21 september.

Dit werd weer een grote verhuisdag! De vegetariërs kregen een gebakken eitje bij het ontbijt.. Met alle handen werd het vertrek aangepakt. We worden er steeds sneller in. Het gaat ook lekker ontspannen met veel gekheid en gelach. Het werd weer een lange stoffige rit door veel los zand. Volgens de beschrijving van Going Africa Safaris zou het een avontuurlijke tocht worden richting Savuti NP. In de praktijk was er weinig te bespeuren aan dieren en een omgevallen boom die echt de weg versperde was eigenlijk het enige hoogtepunt. Die boom was nog maar kort geleden gevallen dus er moest echt een nieuw pad gebaand worden. Met de aanhanger erachter was dat wel een aantal malen steken om een bocht te kunnen maken tussen de bomen. Maar het leverde ons wel een nieuwe vogel op, de Bradfields hornbill. We hebben de hornbills nu compleet… Kwartet… We zijn geland op een campsite in Savuti, dat is een onderdeel van Chobe NP. Veel zon, veel zwart zand en weinig schaduw. Dat waren de minder positieve kanten van deze nieuwe camping. De positieve waren een flushing toilet, warme douches en een prima mogelijkheid om zelf te wassen, maar ook om de was te laten doen. Daar hebben we dan ook maar gebruik van gemaakt, want je gunt de plaatselijke bevolking toch ook wel een verdienste. Dus al met al zijn we weer heel tevreden.

Het vertrek stond weer gepland om 15.30 uur en zo gebeurde het ook, we waren weer helemaal klaar voor nieuwe ervaringen! De wasjes hingen aan de lijn, we waren allemaal weer fris gedoucht. Nu alleen nog zorgen dat we dat zwarte zand een beetje uit onze schoenen en tent hielden.. KéKé stond ons uit te zwaaien.

Net voor we die morgen aankwamen op de campsite zagen we een auto wat achteraf tussen de bosjes. Gabriël, ook wel enigszins nieuwsgierig aangelegd ging er meteen op af. Met aanhanger en al, want wie weet wat daar te zien was. Maar toen we in de buurt kwamen zagen we de tekst Do not follow me!  filmcrew! achter op de auto staan. Maar nu we weer opnieuw op weg gingen zagen we hem nog steeds op dezelfde plaats staan. Nu stonden er op gepaste afstand op de weg nog een aantal auto’s. Dus daar gingen wij ook eens op af. Nu bleek de filmcrew een luipaard te filmen die met z’n rug naar ons toe lag. Hij lag iets kleins te eten. Als we heel erg goed speurden een beetje van onderuit links, dan konden we een glimp van z’n rug opvangen. Gabriël bleef staan waar hij stond.

Rondom ons was het een gedraai van auto’s die toch probeerden wat beter zicht te hebben…. Wij stonden er het verste vandaan, maar de ervaring had ons geleerd om op onze gids te vertrouwen. Het had tot nu altijd nog goed uitgepakt. En ja hoor na een minuut of tien stond het luipaard op, rekte zich uit en wandelde weg. Al snel bleek dat hij onze kant op kwam. Hij liep vlak voor onze jeep langs en toen hij er net voorbij was bleef hij staan. Iedereen aan die kant van de auto bofte enorm. De camera’s klikten volop. Pasfoto’s werden er gemaakt. Hij liep weer wat verder en bleef op een afstand van een meter of vijf van de jeep tegen een struik liggen. Zo konden we mooi zien dat hij een groep impala’s die verderop stonden te grazen in het oog kreeg. Hij was meteen weer geconcentreerd. De francolins die in de buurt liepen lieten hun alarmroep horen. Hierop spitsten de impala’s hun oren en stonden meteen stil in de richting van de francolins en dus ook het luipaard te kijken. Van een verrassingsaanval kon al geen sprake meer zijn. Het luipaard sloop wel door naar de impala’s, maar tot onze verwondering gingen de impala’s niet op de vlucht. Op een moment liepen ze zelfs naar het luipaard toe… Wij snapten er helemaal niets van. Maar Gabriël legde uit dat er door de impala’s opvoedkundig werd gehandeld. Er was geen gevaar omdat ze met de hele groep sterk genoeg waren om een aanval af te slaan, vooral ook omdat er geen sprake meer was van een verrassing. Nu lieten ze aan hun jongen weten: dit is onze vijand! Zo ziet hij er uit!

We raakten het luipaard kwijt. Als zo’n dier plat op de grond gaat liggen tussen bosjes en gras vind je hem nooit meer. We kozen het pad richting rivier en lieten het luipaard verder met rust. Plotseling stopte Gabriël, bleek daar een volwassen mannetjesleeuw onder een struik te liggen slapen. Een mooi exemplaar met zwarte manen. Verder ging het, door de rivier, want verderop stonden weer auto’s bij een andere rivier. Daar lagen vier jonge mannetjesleeuwen te slapen. Af en toe tilde er een zijn kop op. Of een ging er een  meter verder liggen slapen, maar dat was dan ook wel alle beweging die we van ze te zien kregen. Het zonnetje zakte weer snel. We zagen nog wat banded mongoose rondscharrelen. En nog wat vogels bij de rivier, maar toen was het toch gedaan. 

KéKé stond ons al weer zwaaiend op te wachten. De olielampjes aangedaan en als snack had hij Tutti Frutti op tafel gezet. Hij had weer lekker gekookt, er was gebraden lam met gemengde groenten.. Ja en dan komen we weer bij de twee glaasjes wijn en the story van Gabriël about:  How a boy meets a girl in Botswana… Het was nog 26 graden toen we de tent opzochten. Het is maar goed dat de hoeveelheid mooie foto’s op de camera het gewicht ervan niet verhogen, want anders zou hij niet meer te tillen zijn!

Maandag 22 september.

6.00 uur reveille en vertrek om kwart voor zeven! 19 graden was het bij het opstaan. Best wel koud vond Gert.. We zaten net aan het ontbijt toen er een impala op volle snelheid door het kamp kwam gerend,  achternagezeten door een wilde hond… Het moet nu toch niet gekker worden! Als we nu al vanaf de ontbijttafel de jacht van de wilde honden meemaken…

KéKé bakt overdag zelf brood. Bushbread wordt dat genoemd en het is heerlijk, het heeft de structuur van cake. Hij bakt het in een pan. Gloeiende stukjes hout op en onder de pan, 45 minuten en hij serveert weer een heerlijk vers brood. Voorbereidend moet er natuurlijk wel enig kneedwerk verricht worden. Dat was een mooi gezicht zijn donkere handen door dat witte deeg. Met veel plezier heeft hij me het recept gegeven.

Maar we gingen op pad. Het landschap is totaal anders dan op het vorige adres. We reden naar de Marsh. Dit is een vlakte die eens helemaal onder water stond. We zitten hier op breukvlakken in de aardkorst. Er is maar een paar centimeter verschuiving van deze aardkorsten nodig om weer water in het kanaal te laten stromen. Dit is laatstelijk gebeurt. In de tijden van droogte verdwenen de wilde dieren en nu er weer water is keren de dieren weer terug. In dit landschap zien we droog gras. Af en toe een groene boom en een kronkelende rivier. Terecht werd tijdens de fruitstop opgemerkt dat je dit landschap ook zo in Nederland kunt vinden. Maar dan natuurlijk geen Kingfishers, de Giant en de Pied. En ook een broedende blacksmith plover op een nestje langs de rivier is daar ondenkbaar. Alsook een kudde met zeker honderd buffels die door de rivier waadden. En daarachter zagen we een water met enorm veel vogels. Om er een paar te noemen, Saddle-billed stork, Openbill, Great White Pelican, Grey herron, Squacco herron, African fish eagle, African Spoonbill etc. etc. Het is inmiddels weer te warm geworden om nog lang in de volle zon te blijven, dus we gaan terug naar KéKé. Die had de ochtend gebruikt om weer een brood te bakken en een lekkere salade te maken van couscous, plakjes bietjes en kaas en vers bushbread. Heel smakelijk! En altijd hebben we een ketel kokend water! Water is boiling!

We hebben weer vrij tot 15.30 uur. Iedereen zocht ergens een stukje schaduw. Een paar konden een dutje doen op een bank van de jeep. Er werd weer geschreven, gelezen en gedut. Verder was er weinig beweging. We hebben het toch geleerd!

In de middagrit deden we niet zo heel veel bijzondere waarnemingen. We kwamen een beetje uit op het rondje van ’s morgens. We zagen een enorme kudde buffels. We zagen veel, veel vogels en reden weer veel rivieren door. Op de terugweg stopte Gabriël weer bij een olifant zo dichtbij dat ik hem kon aanraken… en hij mij ook… Hij had net een modderbad genomen en zag er eigenlijk niet uit. De camera’s klikten weer volop. Gabriël waarschuwde ons dat het mogelijk was dat hij je ging aanraken met zijn slurf… Geeft niet zei hij, ga ook dan maar gewoon door met foto’s maken.. En dat deden we: z’n poten, z’n ogen, z’n wimpers, z’n huid.. We moesten wel voor de details gaan, want het hele dier kregen we niet in beeld.. te dichtbij… Heel rustig ging alles en ineens schudde hij wat met z’n kop en was het weer voorbij. Hij sjokte weer verder. Wat een superervaring weer!

Daarna gingen we weer terug naar het kamp. Daar had KéKé visite gehad van een grote olifantbull. KéKé had net de olielampjes en pinda’s op tafel gezet voor onze terugkeer en toen stond daar ineens die olifant. Hij waardeerde de nootjes zeer, niets over! Wat een ervaring voor KéKé en voor ons helaas geen nootjes die avond. Die avond stond er koedoe op het menu!

’s Nachts hoorden we het geluid van vleermuizen, hyena’s, uilen, olifanten en ver weg leeuwen.

Dinsdag 23 september.

We stonden op de gebruikelijke tijd op. Rondom het kampvuur, wat ’s nachts altijd uit gaat, stonden volop sporen van hyena en olifant. We staan hier wel op een campsite, maar het terrein is gewoon open en alles kan hier zo in en uit lopen. In de tijd van de droogte kwamen de olifanten ook veel op het kamp. Toen vernielden ze ook veel op zoek naar water. Zo is de ingang van het toiletgebouw ook olifantenproof gemaakt. Op de kampeerplekken is ook een kraan maar de handel om hem open te doen zit verborgen in en stenen pilaar. Alles werd weer ingepakt en verhuisd naar CHOBE NP. Vanaf de gate bij Chobe deden we weer een gamedrive. We lunchten op een mooi plekje aan de Choberivier. Hier vormt de rivier de grens tussen Namibië en Botswana. We zaten lekker onder de bomen, want het was weer erg warm. 40 graden was het zeker! We volgden verder de rivier dieper het Chobe park in. Vanaf de rivierkant kijk je een beetje een diepte in. Daar zijn veel water en moerasstukken. Er graasde veel wild, groepen impala’s, olifanten, zebra’s. Omdat we zo dicht langs de rivier reden zagen we natuurlijk ook veel vogels. We ontdekten ook weer een impala in een boom. Het was nog maar een halve, het luipaard lag in diezelfde boom uit te buiken. Wat verderop zagen we een hele groep gieren op het karkas van een buffel.

We gingen weer middenin het natuurpark kamperen Een mooie plek onder de bomen! We arriveerden pas tegen drie uur. Gezamenlijk werd alles weer opgezet en toen het klaar was klonk weer de bekende kreet; Water is boiling! Na het kopje thee vertrokken we weer. Langs de rivier ging het.

De ene kant van de auto fotografeerde de olifanten in het water en de andere kant had twee carmine bee-eaters die dicht tegen elkaar zaten op een kale tak prachtig in beeld. De white-headed plover was weer een nieuwe soort bij de vogels. Krokodillen zagen we soms met drie tegelijk.  De olifanten waren weer lekker aan het afkoelen in het water, we zagen de brede ruggen van de nijlpaarden, ook in het water. We controleerden nog even het luipaard. De prooi hing nu wat hoger en het luipaard zelf zat wat verder verstopt tussen de takken. Toen alle andere auto’s verdwenen waren reed Gabriël nog even tot dicht bij de boom. Gelukkig had het dier zijn buik vol, want op dat moment hoefde hij maar even zijn spieren te spannen en had hij midden in de auto kunnen springen… Ons dak was namelijk nog steeds open! We maakten nog een mooie zonsondergang mee met uit de rivier terugkerende olifanten. Toen zat ook deze dag er weer op!

KéKé wachtte ons weer enthousiast op. De olielampjes brandden al en er stonden lekker toastjes met tonijnsalade op ons te wachten. De wijn is nu niet meer gerantsoeneerd, want nu blijken we ineens nog erg veel flessen over te hebben… PROOST!

Woensdag 24 september.

Iedereen had een onrustige nacht gehad, want vanaf half drie kraakten de olifanten de bomen rond onze tenten. Flinke takken werden er afgebroken. Aan de andere kant van het kamp waren de leeuwen heel actief Ze bleven maar roepen. De hyena’s bezochten het kamp ook weer, maar ook verderop hoorde je ze roepen. De uiltjes wisten ook niet van ophouden. Dus iedereen verscheen slaperig aan het ontbijt. Dit was de laatste dag van de gamedrives. We vertrokken al rond 6.15 uur. Natuurlijk uitgezwaaid door KéKé die achterbleef met de afwas…Eerst naar het luipaard.

Hij zat er nog en wat achter de takken. We waren express zo vroeg gegaan om de andere auto’s voor te zijn. En dat was mooi gelukt. Gabriël kon de auto nu wat dichterbij de boom zetten. Officieel mag dat natuurlijk niet maar… iedereen had er nu prachtig zicht op. Pasfoto’s konden er weer gemaakt worden. Na een klein half uurtje werd Gabriël onrustig, I hear other cars zei hij. Hij startte de auto en reed wat bij de boom vandaan. Gelukkig, want er kwam een jeep met rangers aan. Later maakten we nog mooie foto’s van de Carmine bee-eaters. Steeds zeggen we weer dat we die niet meer gaan fotograferen, we hebben ze al zo prachtig op de foto.. maar als je dan het zonlicht weer ziet op die felle kleuren dan laat je je toch weer verleiden, nog eentje dan.. Daarna troffen we twee slapende leeuwen, verschillende soorten kieviten, maraboes… Buffels zijn in het ochtendzonnetje ook supermooi! We gingen ook nog even ons water aanvullen in de tank van de auto. Al om tien uur waren we weer terug in het kamp. Beetje vroeg, eigenlijk wel jammer want er was vast nog veel te zien. Maar de bekende kreet “Water is boiling” maakte dat iedereen zich een lekker bakkie thee of koffie maakte en al snel raakten we aan de klets. Zo bleek dat we de volgende dag al afscheid moesten gaan nemen van twee mensen in de groep en van KéKé.

Half twee vertrokken we weer. Heel vroeg, maar Gabriël wilde omrijden en via de hoofdingang het park in. De weg langs de rivier is eenrichting. Dus dat stuk kun je alleen benaderen via die poort. Dat was vele kilometers over de asfaltweg. We hadden dat beter ’s morgens kunnen doen, want we reden nu in een brandende zon op het heetst van de dag. En voor het fotograferen was het ook niet ideaal, we hadden flink tegenlicht. Maar tot hier had Gabriël nog niet een steekje laten vallen in de hele reis, dus dit zien we ook meteen weer over het hoofd. We vertrokken ook op zo’n vreemde tijd omdat Gabriël de andere auto’s voor wilde zijn. Die zaten nog in de siësta! Natuurlijk zagen we weer grote groepen olifanten door de rivier trekken. We moeten het nog even goed in ons opnemen, want dit zijn wel voorlopig  de laatste beelden van een natuurpark in Afrika. Het meest spectaculaire van deze rit was wel een krokodil die een catfish van zeker een meter lang had gevangen. Wij stonden erbij toen hij hem probeerde te doden en op te eten. Hij was duidelijk te groot en te sterk om hem in een keer naar binnen te krijgen, dus probeerde de krokodil hem klein te krijgen door omhoog te komen uit het water en de vis dan met kracht op het wateroppervlak te slaan. Dit leverde spectaculaire beelden op. Hij moest heel wat keren slaan voor hij hem klein had.. Verder ging het weer, we zagen Koedoe’s die op de helling langs de rivier aan het grazen waren. Een hele groep bavianen zaten daar wat zaden van de grond te eten en elkaar uitgebreid te vlooien. Er liepen twee piepkleine baviaantjes de ouderen te pesten en uit te dagen! Een mooi schouwspel. En een honderd meter verder lagen drie leeuwen wat tegen de bosjes aan te slapen. Op de bekende wijze zette Gabriël de auto stil en was het verder wachten of er nog iets zou gaan gebeuren…

Het duurde en het duurde en slapende leeuwen bewegen dus echt helemaal niet! Het werd later, het licht begon al weg te vallen. Achterin de jeep begonnen ze al wat onrustig te worden… toen kwam nummer 1 overeind! Klik, klik, klik gingen de camera’s meteen..Hij wekte nummer 2, heel lief, kopjes gevend. Toen waren er al twee in de benen. Nummer 3 kwam toen ook overeind en ging meedoen aan het begroetingsceremonieel. Het was heel aandoenlijk om te zien. Vanuit de bosjes, tot nu onzichtbaar geweest voor ons, kwam nummer 4 gevolgd door nummer 5. Ook allemaal even knuffelen en met elkaar liepen ze naar een wat opener stukje en daar gingen ze heel alert rond liggen kijken. Toen we even later nog eens telden lagen er inmiddels 9 leeuwen zich voor te bereiden op het avondmaal. Een hele groep bavianen was achter ons aan het loungen aan de rivier.

Ze hadden de leeuwen wel gezien, want we hoorden regelmatig hun alarmroep. Gabriël kreeg nog een standje van de rangers omdat hij een stukje van de weg af stond…  En ze wilden dat we naar ons kamp teruggingen, want na half zeven mag er niet meer rondgereden worden in het Park. Dan is het park weer voor de dieren!

Op het kamp werden we weer enthousiast verwelkomt door KéKé. Luid gejuich, eeh, eeh, eeh.. Dat woord betekent in de plaatselijke taal ja, of het is goed. We horen dat steeds als Gabriël onderweg andere gidsen aanspreekt. Wij roepen dan vaak met z’n allen eeh, eeh en dan is het natuurlijk lachen met die gidsen onder elkaar. Die zullen vast wel eens tegen Gabriël zeggen: met wat voor een stelletje malloten ben jij dan onderweg? Van de andere kant geeft het ook wel een beetje aan dat de sfeer wel goed is. Dus de laatste dagen roepen we ook eeh, eeh als afscheid of welkom naar KéKé. En enthousiasteling als hij is, roept hij meteen terug.. eeh, eeh. Dus ook nu kwam hij meteen weer aangelopen, twee handen in de lucht en wilde hij weten “How was your drive? “

We gingen meteen aan de borrel, ongelimiteerd, er was nog genoeg… De enveloppen voor de fooien gingen rond. Er ging een briefje mee waar iedereen iets persoonlijks op kon schrijven. KéKé kwam het diner aankondigen en the desert is a surprise at the fire!!! .Ik had nog iemand gevonden die de speech wilde doen, dus na het diner toog iedereen naar het vuur dat nog eens extra opgepookt werd…KéKé had voor iedereen een lange tak met een punt eraan geslepen en een schaal met Marshmallows. Hij had er echt schik in om het voor te doen. Iedereen reageerde ook heel enthousiast, dus dat was leuk. Marleen uit de groep deed de speech met humor. Eerst voor KéKé, alle lof voor zijn kook en bakkunsten. Maar vooral voor zijn enthousiaste aanwezigheid! Toen Gabriël, ook hij kreeg natuurlijk alle lof.

Hij kreeg dan ook een hele dikke envelop! In die envelop zat een kaart waarop Hollandse koeien en als je hem opendeed begon een koe te loeien en begonnen er lichtjes in zijn ogen te branden… Ik had deze kaarten al meegenomen van huis. De groep was er ook enthousiast over en wilde graag zien wat de reactie was. Dus er werd gevraagd of eerst KéKé en daarna Gabriël de kaart tevoorschijn wilden halen. Dat werd natuurlijk lachen. KéKé sprong ongeveer een meter in de lucht en op de foto’s die in het donker zijn gemaakt zie je alleen zijn open mond met witte tanden in een verder donkere achtergrond. Gabriël vond het ook prachtig maar reageerde zoals verwacht iets meer beheerst. De sfeer is opperbest, zowel in de groep als met de begeleiders, als tussen de begeleiders onderling. Ze liggen nog uren te kletsen en te lachen in hun tent(en). Dat veranderde echt nadat KéKé bij onze groep aansloot. In de speech werd nog melding gemaakt dat de groep héél benieuwd was naar het einde van het vervolgverhaal… Dat kregen we die avond rondom het vuur.

Donderdag 25 september.

Voor de laatste keer 6.00 uur reveille! Voor de laatste keer de tenten opvouwen! Laatste ontbijtje… Toast, maar wel van lekker Bushbread met zoet… of cereals!

Gabriël had gisterenavond bij het kampvuur al aangekondigd dat we deze dag een contest zouden gaan doen. En wel de staf tegen de groep. Het doel was de toiletten, we hadden er voor het eerst deze reis twee…, afbreken, de plaats onherkenbaar achterlaten en het materiaal in de aanhanger leggen! Dus toen verder alles klaar was en de laatsten hun plasje hadden gedaan vroeg Gabriël ‘” Did you form your team?” Alles stond op een rij in de starthouding… de spelregels werden nog even doorgenomen… Een, twee, drie, go! De twee mannen gingen razendsnel. Ons team ging ook wel vlug, maar er werd veel bij geroepen en ze liepen elkaar ook wel een beetje in de weg. Toen de mannen hun voorsprong dreigden te vergroten pakte een van ons team hun tas af… Hinderen mocht volgens de spelregels… Ze waren even uit hun concentratie en dat gaf ons team net voldoende voorsprong om te winnen! De tas kregen ze al snel weer terug, maar het effect was mooi… Onder luid gejuich werden wij als winnaars uitgeroepen! Het was een prachtige laatste gezamenlijke actie. Toen nog een groepsfoto met de zelfontspanner. Tien over zeven vertrokken we en net als anders bleef het terrein leeg en schoon achter. Alsof er niets gebeurd was….

We verlieten het park via de achterdeur. Toch waren er nog enkele olifanten op de weg die ons uitzwaaiden.. De rit ging eerst naar een lodge waar we de aanhanger en KéKé achterlieten. We namen met de inmiddels bekende yel afscheid van hem, Eeh, Eeh, Eeh… Daarna zetten we koers naar het vliegveld waar een transfer stond te wachten voor de twee dames die naar Victoria Falls afreisden. Vervolgens zetten we koers naar de grens. Botswana uit was zo gebeurd. Na die formaliteiten gingen we met een pont de Zambezi rivier over. We waren daar op een vierlandenpunt. Links, Namibië, we stonden nog in Botswana. Aan de overkant van de rivier lag rechts Zimbabwe en links Zambia. Zo dan weten jullie nu ongeveer waar we waren.. Eenmaal de rivier over belandden we in een complete chaos. Overal stonden kris kras vrachtwagens geparkeerd. Zij hadden lang werk in het douanekantoor. Maar daartussendoor reden en stonden ook nog particuliere vakantiegangers en overlandtrucs die ook met hun groepen de grens over moesten. Het was weer snoeiheet! En veel motors van vrachtwagens bleven draaien, dus ook lawaai genoeg. Gert en ik hadden al heel wat keren een grens gepasseerd in Afrika, dus wij kenden het klappen van de zweep een beetje. Wij waren dan ook rap met een groepje van 5 mensen klaar. In het douanekantoor werd met de hand de visa geschreven dus dat hield lekker op. Wij gingen meteen op zoek naar Gabriël, want die kon natuurlijk zijn jeep niet achterlaten met alle bagage los op de banken. Het was even zoeken in die hele kermis, maar zo konden wij hem aflossen en kon hij zijn zaakjes gaan regelen. Henk uit de groep kwam ons gezelschap houden. Dit zou nog wel even gaan duren en wij zaten boven op de koelkast dus namen de mannen maar vast een koud biertje… Uiteindelijk kwam Gabriël weer terug en konden we het hek door en de rest van de groep oppikken. Anderhalf uur had het in totaal geduurd… We waren in ZAMBIA! Het was van daar af nog twee uur rijden naar LIVINGSTONE. Maar wel op een goede asfaltweg.

Onderweg deden we een staande lunch, want onze stoeltjes waren ook in de aanhanger gebleven. De lodge waar we nog twee nachten gingen blijven lag een eindje buiten Livingstone, Bushfront Lodge. Het zag er prima uit, allemaal kleine huisjes rondom het restaurant. Tegen het restaurant aan een zwembadje. En in de huisjes was de douche zo gemaakt dat het wel een waterval leek! Meteen getest, om het stof van de toch wel lange rit en de grens eraf te spoelen! Gabriël bracht ons, onvermoeibaar lijkt hij wel, in de middag nog naar de Falls. Het zicht is vanaf deze kant lang niet zo spectaculair als vanuit Victoria Falls, maar het is nu ook de droge tijd dus er is überhaupt niet veel water. Gabriël haalde ons ook weer op, want de afstand naar de lodge is echt te groot om in deze temperaturen te lopen.

Het diner was om 19.00 uur in de Lodge. Gabriël at met ons mee. Nu deed hij dat altijd al, want iedere avond schoven KéKé en Gabriël ergens tussen de groep aan tafel.  Het eten was smakelijk en het was ook heel gezellig! Gabriël vertelde dat hij ons een bijzondere groep vond. Hij kon bijna niet geloven dat wij elkaar niet kenden voor de reis. Wij deden alles zo goed samen. Hij vond ook dat we zo goed mee aanpakten en meewerkten.

Op een subtiele manier merkte hij ook nog op dat vanaf dat KéKé bij de groep was gekomen de sfeer ook veranderd was. Verder vond hij het ook bijzonder dat we met z’n allen het geduld hadden om lang op een plek te blijven staan om het gedrag van de dieren te kunnen observeren en dat we niet gehaast klik, klik naar het volgende dier moesten. Leuk dat hij ons complimentjes gaf, want zo vatte ik het wel op! En toen onder de klamboe.. in een echt bed. Naar het plafond kijken, niks geen sterren, wel een paar gekko’s!

Vrijdag 26 september.

Gewoon weer vroeg wakker… geen gamedrive… maar wel een uitgebreid ontbijt, met ei! Om tien uur gingen Diane en Cine naar het vliegveld en naar huis. De rest bleef nog een dagje. Het werd een roerend afscheid, ook van Gabriël, want hij begon na het vliegveld aan de lange reis terug naar MAUN. Nog een keer de bekende yel drie keer en dan de handen in de lucht. Daar gingen ze en daar ging de jeep waar we drie weken bijna hele dagen in hadden gezeten en mooie dingen in hadden beleefd. We bezochten nog de craft- market in Livingstone, want er moesten natuurlijk toch wel wat souvenirs mee terug naar huis! Met de taxi gingen we weer terug naar de lodge waar we verder gelegen, gelezen en gebabbeld hebben. We dineerden met achten. Het is net het verhaal van de tien kleine negertjes. Elke dag verdwenen er wel een paar. Nog één nachtje onder de klamboe!

Zaterdag 27 september.

Nog een keer een lekker ontbijtje en dan de tassen pakken! We vertrokken om elf uur naar het vliegveld. Vandaar vlogen we nog samen naar Johannesburg met Brtisch Airways. Twee uur duurde de vlucht. Aangekomen in JO’BURG deden we nog een keer met achten de yel, drie keer en dan de handen de lucht in! En toen waren we voor het eerst in drie weken weer met z’n tweetjes. We zochten een lekker plekje bij Mugg & Bean. Gert scoorde door het raam nog een Cape Wagtail en een White-throated swallow. Dat brengt de totale vogelscore dan op 206!

We hadden nu ook mooi tijd om even na te praten over de reis. We waren allebei zeer tevreden over onze belevenissen! We vragen ons wel af hoe dat nu een volgende keer moet met een safarireis. We hebben alle dieren nu zo bijzonder kunnen zien… Dat kan bijna niet mooier! De organisatie van Bush Way Safaris was ook prima, goed materiaal hadden we bij ons. De jeep was ook heel geschikt, zeker ook omdat we aan alle kanten vrij zicht hadden. Alleen de stoeltjes waren wat minder om langer op te zitten…Eigenlijk was het zo dat de belevenissen en de begeleiding van de reis uitgesproken goed was. Wat betreft de maaltijden was dit er een die, van alle reizen die we maakten, echt de minste was. Alhoewel KéKé met zijn uitstraling wel veel goed maakte… de groep was prima, leuke sfeer en zoals Gabriël al zei, we konden gezellig samen aanpakken!  Ja, die drankvoorziening, het is erg luxe om zo ’s avonds een koud drankje te hebben. Maar op deze reis bracht het ook veel onrust in de groep, omdat er al snel dingen op waren. Hoe dat zo is gekomen zal altijd een raadsel blijven. We hebben er de sfeer onder elkaar niet door laten beïnvloeden!

Eindconclusie: Moe maar heel voldaan stappen we zo op het vliegtuig van Egyptair dat ons naar CAIRO brengt. We gaan daar om kwart voor zes in de morgen aankomen.

En als het dan inmiddels Zondag 28 september is geworden stappen we tegen tien uur in een ander vliegtuig van Egyptair om tegen drie uur ’s middags in BRUSSEL aan te komen. Daar zal Jaap op ons wachten om ons dan thuis af te zetten!

         

(1) UGANDA maart 2013

We maakten met vijf familieleden, Gert, Harm, Katrien, Jaap en Els een rondreis door Oeganda!

Vanochtend heel vroeg was het dan eindelijk zover... Na een heel kort nachtje, werd om 5.00 uur de auto ingeladen en reden we, door een wit landschap richting Schiphol.

Het was even passen en meten, maar uiteindelijk lukte het Gert en Jaap om alle tassen in de kofferruimte te zetten, zonder dat een van ons de hele trip met het gezicht tegen de ruit geplakt zat… volle bak met 5 mensen plus alle bagage!

We kwamen ruim op tijd op Schiphol aan, en na de eerste kinderziektes ging het bij de luggage drop-off verder ook erg vlot. Deze is ook geautomatiseerd, dus moeten de reizigers dit nu zelf regelen. We zijn ook allemaal heel braaf binnen de limiet van de 23 kilo gebleven. Wat niet wegneemt dat ik voor mijn gevoel nog steeds veel te veel bij me heb...

We vertrokken een half uurtje te laat met het vliegtuig. De eerste minuten hadden we een mooi zicht op het besneeuwde landschap van Noord-Holland. Maar al snel sloot het wolkendek zich. Toen we eenmaal door de wolken waren, vlogen we door een stralend blauwe hemel. Boven de Alpen kregen we ineens weer zicht op een prachtig besneeuwd bergmassief. Door de sneeuw waren alle contouren nog beter te zien. Tien uur moesten we gaan uitzitten, we werden verwend met een hapje en een drankje, zelfs een ijsje tussendoor. Harm en Katrien hadden een goede band met de stewardess opgebouwd, zij versierden een extra chocoladetoetje.... Het is wel heel bijzonder hoe groot het continent Afrika is en hoeveel uren je alleen een strakke woestijn onder je ziet..

We hadden een tussenstop in Kigali ( Rwanda)) en konden daarna in een keer door naar ENTEBBE. Op het vliegveld stond Ismaël op ons te wachten, hij gaat drie weken met ons op pad als chauffeur en gids. De eerste indruk is dat we het wel getroffen hebben met hem. Het is in Uganda twee uur later dan thuis. Zo kwam het dat Jaap, toen we eenmaal in ons hotel, Banda Inns www.bandainns.com/ in KAMPALA, aankwamen hij meteen zijn verjaardag kon gaan vieren.... Morgen is het vroeg dag, vanaf 6.30 uur ontbijten, tassen herpakken en om 8.00 uur komt Ismaël ons ophalen.

Uganda, ook geschreven als Oeganda, wordt ook de parel van Afrika genoemd. Het ligt in Centraal –Afrika en wordt doorsneden door de evenaar. In het noorden is het begrensd door Soedan, in het oosten door Kenia. Zuidelijk van Oeganda ligt Tanzania met de grens in Lake Victoria, in het zuidwesten Rwanda en in het westen vind je R.D. Congo. De westelijke grens wordt min of meer gevormd door de westelijke uitloper van de Great Rift Valley. . Het land is drie maal zo groot als België en Nederland samen. Er wonen ruim 21 miljoen mensen, de gemiddelde groei bedraagt 2,5% per jaar! Nog even wat cijfertjes.. de kindersterfte bedraagt 114 kinderen per 1000 geboortes; de levensverwachting bij de geboorte is 45 jaar; een vrouw krijgt gemiddeld 7,2 kinderen. Het aantal verschillende volkeren in Oeganda bedraagt 36, er worden naast Engels en Swahili evenzoveel talen gesproken.

Hoewel Oeganda op de evenaar ligt, is de temperatuur heel aangenaam. Dit komt met name door de hoogte waarop het land ligt. De temperatuur varieert tussen de 15 en 30 graden Celsius. In het zuiden valt per jaar zo’n 750mm regen, in de omgeving van Lake Victoria en de berggebieden is dat aanmerkelijk meer namelijk 2.000mm. Het landschap is buitengewoon afwisselend. Hoogvlaktes en dalen wisselen elkaar onverwacht af. Het grootste gedeelte van het land bestaat uit vochtige en droge savannen. Slechts een klein gedeelte bestaat uit laagland. Je vindt er tropische regenwouden, maar ook hooggebergtes met eeuwige sneeuw.

Oeganda kwam in april 1893 definitief onder Britse bescherming na een lange periode van godsdiensttwisten. De kolonisatie duurde tot 1962. Op 9 oktober werd Oeganda onafhankelijk en Apolo Milton Obote werd de eerste gekozen president. Idi Amin werd in 1966 tot onderbevelhebber van de Oegandese strijdkrachten benoemd. Hij werd, na een militaire coup in 1971 de nieuwe leider. Sinds 1986 is  Yoweri Kaguta Musevi de president, hij stelde weer orde op zaken en maakte van Oeganda een van de politiek stabielste staten van Afrika. De Oegandese munteenheid heet shilling. In de tijd dat wij er waren was de waarde van 3500 shilling één euro.

We sliepen goed maar kort in ons eerste hotel, Guesthouse Banda Inns. (www.BandaInns.com) Ismaël, onze gids/chauffeur had ons al vroeg aan het ontbijt besteld. En... we hadden meteen een jarige. Dus zijn stoel werd versierd! We hadden en nutella en banaantjes bij het ontbijt!!! Bij de echte Afrika-gangers onder de lezers zal bij het lezen van deze woorden het water in de mond lopen... De spullen gingen het busje in en aangezien daar ook al de matrassen en de tenten in lagen paste het net. De eerste opdracht was om onze euro’s te wisselen voor shillings. Dus Ismaël stopte bij een bank en daar ging de grote wisseltruc van start. Het advies van Ismaël was om meteen al het geld dat we dachten nodig te hebben om te wisselen, omdat we daar onderweg weinig gelegenheid voor zouden hebben en omdat er dan een minder gunstige wisselkoers zou zijn…Dus we kwamen met stapels geld de bank weer uit.( één euro was 3500 shilling) Dat was even puzzelen waar al die biljetten gestopt moesten worden, want een gewone portemonnee was echt niet groot genoeg. Onderweg stopten we ook nog bij een klein supermarktje om een voorraad water in te slaan. Daar vonden we ook een prachtige taart voor Jaap.. Bij de eerste stop, die Ismaël in een bos deed, bleek dat hij ook een uitstekend vogelaar is. Dat was een erg leuke verrassing!

We stopten bij Eden Rock, www.edenrocknile.com  Dit mooie ressort aan de oever van de Nijl heeft mooie banda’s en een parkachtige tuin We werden erg enthousiast ontvangen. Gert verdween al snel hand in hand met de eigenaar.... Deze was zo trots op zijn ressort dat hij Gert meteen alles liet zien. Het zag er ook heel mooi uit, prachtige tuin met veel bloeiende bomen en planten. En ook nog een zwembad, wat bij inspectie een prima temperatuur bleek te hebben, dus we trokken daar wat baantjes... en dat op 20 januari... "s middags hadden we een vistocht op de Nijl geregeld. Twee blanke Zuid-Afrikanen bleken een snelle boot te hebben en zij namen ons mee. Op een wat hen een geschikte plek leek legden ze vier hengels uit en vaarden zo langzaam verder. De bedoeling was dat er op deze manier wat rondzwemmende vissen zouden toehappen in de kunstvissen met veel haken..

Ze vingen visnetten, lege flesjes en bleven vaak haken aan de stenen op de bodem. En zo ging de middag voorbij. Het was niet helemaal zoals we het ons hadden voorgesteld, we keken nu de hele middag naar 2 mannen die af en toe een stukje vaarden en regelmatig hun hengels uitgooiden… Harm en Jaap draaiden ook af en toe een hengel in, maar zij haalden ook geen vis binnen. We besloten de middag met een tochtje naar de bron van de Nijl. Dat bleek ineens weer heel leuk! Daar zagen we zeker 12 malechite kingfishers langsvliegen en zij probeerden ook hun maaltijd bij elkaar te vissen. Zij hadden duidelijk meer succes dan wij.... Pied Kingfishers, zoveel dat we daar de tel van zijn kwijtgeraakt toen wij er in één boom plotseling wel 20 ontdekten.. maar ook de Striated herron, de Blackcapped nightheron, open-billed stork, de zilverreigers en natuurlijk nog een heleboel meer... En zo gingen we toch nog heel tevreden naar huis. Na de douche trokken we mouwen en pijpen aan vanwege de muggen. We sliepen in banda's, mooie hutten, Jaap sliep bij ons op de bovenverdieping, met balkon. We stonden z'n kamer te bewonderen toen er 3 flinke vleermuizen een toertje door zijn slaapkamer trokken..

We gingen aan het diner en toen Harm en Katrien met de taart, inmiddels voorzien van kaarsjes, binnenkwamen begon de baas van het resort spontaan mee te zingen van Happy Birthday en hij bood ons ook een drankje aan van het huis. Toen ik aarzelend vertelde dat ik wijn dronk kwam hij meteen met een hele fles goede Spaanse wijn. Want wijn gaf hij alleen per fles en niet per glas zei hij.... En zo werd het nog een gezellig feestje toen Jaap eenmaal de kaarsjes had uitgeblazen.

De volgende dag reden we al weer vroeg naar NAMWENDWA. Nog in Jinja stopte Ismaël op een drukke parkeerplaats, vandaar “deden” we de markt. Voor iemand die voor de eerste keer in Afrika is was dat een schokkende ervaring. Een markt in zo’n grote stad, Jinja is de tweede grote stad van Uganda, waar enorm veel mensen door elkaar krioelden. Er waren ook veel Afrikanen die ons erg argwanend bekeken.

Maar evengoed ook weer heel vriendelijke verkopers die met een brede lach aan ons vroegen waar we vandaan kwamen. Ik kocht wat fruit, lekkere banaantjes, mango’s en passievruchten mmmmh. Ismaël leidde ons in een recordtempo over de hele markt heen.

Jinja is een industriestad met goede verbindingen naar Kampala en Tororo. Deze laatste is de belangrijkste grensverbinding met Kenia. In toeristisch opzicht heeft Jinja behalve de oorsprong van de Nijl weinig te bieden. Er wordt veel katoen verbouwd rondom Jinja, zo zagen we onderweg veel velden vol met planten waarvan de katoen uit de zaaddozen puilde, klaar om geoogst te worden. En natuurlijk op de weg, vrachtwagens vol geladen met balen katoen. En vol geladen betekent hier toch veel meer dan bij ons in Nederland. De wagens zijn torenhoog vol gestouwd en meestal zitten daar dan nog een paar mannen bovenop die straks weer gaan helpen bij het lossen. Een ander gewas wat we veel zagen onderweg was suikerriet.

In Namwendwa kampeerden we bij de boer. Er was geen elektriciteit en verder eigenlijk ook niets... De staat van het sanitair was zo slecht dat wij het zo nog niet eerder hadden getroffen in Afrika... ( dit is het 13e land in Afrika dat we bezoeken…) Maar het was maar voor één nachtje en Katrien en ik hebben daar goed kunnen oefenen met in een klein gat plassen, er was ook geen water om e.e.a. naderhand schoon te spoelen... meer ga ik er niet over vertellen... Het was ons al opgevallen dat, toen we in de buurt van de boerderij kwamen, de kinderen superenthousiast naar de weg kamen gerend en riepen van Jambo Jambo of als variatie Muzungo Jambo. Nadat we tenten hadden opgezet onder de grote mangoboom en een plaatselijke lunch hadden genoten, kwamen de fietsen tevoorschijn. Want nu stond er een fietstocht naar het dorp op het programma. Er moest nog wat heen en weer gewisseld worden, bij de meeste werkte de rem niet en bij twee deed hij het een beetje... Trappers waren ook incompleet en als ze al compleet waren dan stonden ze er zo scheef op dat je het idee had dat de trappers er bij iedere rondgang langzaam af liepen... Ik heb nog nooit fietsen gezien waar alles zo scheef aan zat. Maar na een paar honderd meter kreeg ik wat zelfvertrouwen en toen de kinderen weer langs de weg kwamen en hun hand uitstaken durfde ik wel met één hand het stuur los te laten en handje klap met ze te doen. Wij reden allemaal op herenfietsen maar nu weten we inmiddels dat dat hier niet speciaal herenfietsen zijn.. Het zijn eigenlijk meer tweepersoonsfietsen.. De buis in het midden is bedoeld voor waar wij de bagagedrager voor hadden. Het was bloedje heet, dus de koude cola smaakte goed toen we in het dorp aankwamen. Er kwamen daar ook meteen kinders op ons af dus ik haalde de bellenblaas tevoorschijn en daarna de pennen en het kladblok. Ijverig werd er door de kinderen getekend en helemaal blij waren ze toen bleek dat ze de pennen mochten houden. Wij deden nog een villagewalk naar een maïsmalerij en we proefden nog het lokale bier gemaakt van millet. Een apart gezicht hoe zo'n twaalf mannen allemaal zogen aan een lange riet die in een grote pot in het midden stond. Natuurlijk moesten wij ook even in de kring plaatsnemen en proeven. Het smaakte ons prima. Tijdens de wandeling troffen we een familie aan die ook met z’n allen aan de borrel zaten.. Ze riepen ons, want ze wilden graag op de foto. Ook met hen hebben we ons fotoboekje tevoorschijn gehaald, want hoe leg je alleen met woorden uit wat ijs en sneeuw is… Zo’n boekje levert altijd leuke gesprekken en gezellige momenten op!

's Avonds hadden we weer local food zoals matoke, zoete aardappel, chappati, een soort spinazie, rijst, groundnutsauce, beef en casave. We namen van alles een beetje, maar het lag als een steen in onze maag. Na het eten schoof Patrick nog aan, de Chairman van de farmers union die hij had opgericht. Daar waren inmiddels 120 mensen bij aangesloten. Hij had met de Nederlandse ambassade geregeld dat een aantal Afrikaanse boeren in ons land  mochten gaan kijken om meer te leren over de Nederlandse veeteelt. De volgende dag vertrokken we wandelend naar een distilleerderij. Al heel snel had een groepje kinderen ons ingehaald en liepen we verder met aan elke hand een kind.

Eerst zagen we hoe suikerriet werd uitgeperst met behulp van een stier, die door rondjes te lopen de pers liet ronddraaien. Daarna werd dit sap vergist en later in een grote drum op een houtvuur verhit en via een smal slangetje liep de gecondenseerde alcohol in een flinke jerrycan. We hebben ook dit geproefd en het smaakte lekker kruidig naar bijvoorbeeld brandy. We liepen door de velden hier naar toe met aan iedere hand een kind. Harm, Jaap en Katrien hadden dit nog niet eerder beleefd en ze vonden het heel speciaal.. Onderweg kregen we ook nog uitleg over alle bomen en gewassen. Tijdens een pauze stopten we op het erf van een van de medewerkers van Namwendwa en daar werden we min of meer verplicht om een hele schaal met Jackfruit leeg te eten, geen straf hoor, want het is lekker fruit. Eigenlijk stond er nog een bezoek aan een schooltje op het programma met een dansvoorstelling, maar vanwege de vakantie werd dat afgelast. Ik vond dat wel wat vreemd, want als je in Afrika een paar kinderen bij elkaar hebt willen ze altijd wel dansen! Maar ja, je bent gast en wilt niet meteen zeuren… maar het was wel jammer! We vonden het personeel op de boerderij ook niet echt vriendelijk en toen ik thuis probeerde de site van dit project in Namwendwa op te zoeken bleek het niet meer actief.

Na weer een lokale lunch stapten we in voor een rit van vier uur naar SIPI Falls. Dit ligt 100 km van Jinja in de buurt van Mbale. We logeerden daar in kleine hutjes (Crow’s Nest Camp www.campsinternational.com/school-team/crows-nest-camp/index.html) in de beschrijving stond eenvoudig sanitair, maar het was een enorme vooruitgang vergeleken met het vorige adres. We sliepen in eenvoudige “huisjes” met een eigen toilet en douche tegen het hutje aan. Het is een mooi plekje hoog tegen een helling. Vandaar hadden we zicht op de watervallen. Die hebben we de volgende dag tijdens een mooie wandeling alle drie bezocht. Jaap moest afhaken, die had problemen met z'n maag. We wandelden met Mozes, die ook een goede vogelaar was. Hij speurde veel vogels maar ook kameleons op.

Wij noemden hem Hawkeye Mozes, waarop hij in onvervalst Nederlands antwoordde "tjonge, tjonge".. Ze hebben humor die Afrikanen! We besloten de wandeling in het dorp, waar we in een klein donker hutje aan het maisbier gingen. Nu was het onze beurt om aan een lange riet de pot leeg te zuigen.. Ach, het was niet vies, maar een soort van ondoorzichtige bruine vloeistof werd aangelengd met warm water. Dan zoog de gastvrouw eerst aan de riet tot de vloeistof boven was en zo gaf ze hem door aan een gast en bij de volgende gast was het:The same procedure.. Ondertussen bekeken de gastheer en -vrouw ons fotoboekje en werden er heel wat vragen gesteld over Nederland en zijn gebruiken en wij namen af en toe een slokje lauw bier…

Het is hier een mooie bergachtige omgeving. We zagen onderweg hier naar toe al veel huizen van steen, maar hier zien we weer de lemen hutjes. Wel mooi geverfd in verschillende aardetinten. Bij ieder huisje hebben ze wel een koe of een geit en alles ziet er even verzorgd uit. Het eten op dit verblijf is prima, je kunt een packed lunch meenemen tijdens de wandeling naar de Falls, de tunasandwich is dan een echte aanrader… Maar ook het diner was er prima, veel keus en heerlijk bereid. Ismaël sliep ook hier en at gezellig met ons mee. De volgende dag, de zesde alweer, gingen we op weg naar KIDEPO.

Tijdens de rit zie je in het landschap een soort van stevige vierkante torens van gestapelde stenen. Vergeleken met 5 jaar geleden zien we nu veel meer gemetselde huisjes. De stenen worden gevormd van de klei rondom de huisjes. Er wordt hier een mal voor gebruikt. Deze natte kleistenen worden te drogen gelegd en later bouwen ze hier de torens van. Ze worden afgedekt met gras. Ook binnenin wordt dan gras en takken gelegd. Binnenin wordt het aangestoken en zo zie je in het landschap overal deze rokende torens tussen de bebouwing. Als de stenen gebakken zijn zijn ze knalrood en worden ze meteen gebruikt om mee te gaan bouwen. Dit gebeurt soms met cement als hechtmiddel, maar ook heel vaak met gewone verse klei.

(2) UGANDA maart 2013

RONDREIS UGANDA deel 2

Onderweg naar Lira. Ik zit nu achter in ons busje en probeer onder het genot van een milde Afrikaanse massage een verslagje te maken van de koffiewandeling die Harm, Jaap en ik gisteren nog samen met Moses hebben gemaakt. Na een stevige wandeling naar de watervallen, konden we op het terras even bijkomen bij een min of meer koud colaatje. Jaap bleek intussen ook voldoende opgeknapt en was ook wel te porren om eens te gaan kijken waar dat lekker bakkie pleur nou eigenlijk vandaan komt. Dus gingen we met zijn vieren op pad. Moses bleef vol passie alles haarfijn uiteggen, van het zaaien tot en met het oogsten van de koffieboon.

Bij de Orphanag Association waar de koffie uiteindelijk gedroogd, gebrand en gemalen werd, mochten wij ook proven van een heerlijk bakkie organische koffie. Dachten we... Zo gemakkelijk ging het echter niet... We moesten ook zelf aan de slag. De gedroogde bonen moesten we in een vijzel stampen, tot de bonen allemaal uit hun velletje waren gestampt. Daarna mocht Harm, met een beetje hulp van de wind en wat extra blazen ervoor zorgen dat alle velletjes op de grond belandden en we enkel de bonen overhielden. Toen hadden we wel de bonen, maar nog steeds geen koffie... ze moesten nog gebrand worden. We verhuisden met z'n allen naar een klein kamertje waar een oventje uit klei klaar stond om de bonen te branden. Na twintig minuten roeren in de pan eindigden we dan eindelijk met de gebrande bonen die we allemaal kennen. Maar nog steeds konden we niet aan de koffie...De bonen moesten nog gemalen worden en toen kwam de vijzel weer in beeld. Met samenwerken kom je een heel eind en na een aantal minuten stevig stampen hadden we dan ons poeder, klaar om opgegoten te worden. Filters kennen ze hier niet echt, dus we moesten het laatste restje wel in de mok laten, maar wat een heerlijk bakkie pleur was dat! Vooral omdat we er ook zelf aan hadden gewerkt. Ik zou iedereen aanraden dit ook een keertje te doen... Je geniet des te meer van je ochtendkopje! Verslag vanKatrien.

We gingen op donderdag de 24e op weg naar KIDEPO VALLEY. Dit is een Nationaal park in het noorden van Uganda tegen de grens met Sudan. We gaan hier twee dagen over doen, want de afstand is te groot en de wegen te slecht om dat in een keer te overbruggen.

Ook nu zien we onderweg weer veel katoen- en suikerrietplantages met aan de horizon flinke bergen. Een wijntje was alleen mogelijk in de wat betere restaurants. Er  zijn ook veel akkertjes met yam en casave. Ook zien we de teelt van ananassen. Het is nu helaas niet het juiste seizoen voor mango’s, hoewel ze wel sporadisch te koop worden aangeboden. Papaja’s kun je hier het hele jaar door oogsten. En dan natuurlijk de bananen. Je ziet hier twee soorten, de groene, matoke en de gele zoals wij die kennen. Die laatste kun je ook overal kopen langs de weg. Een flinke tros heb je voor 1.000 shilling! Een product van hier is ook de G-nuts oftewel pinda’s. Maar ook mais wordt overal verbouwd. In de dorpjes zijn ook altijd adresjes waar je het tegen een vergoeding kunt laten vermalen. Voordat het zover is ligt het overal te drogen, soms zo op de weg. Ook koffie wordt veel verbouwd en ook op deze manier gedroogd. Wat betreft het eten: Er is in Uganda volop voedsel. Een groot aanbod van Groenten en fruit. De normale maaltijden in Uganda zijn simpel met banaan of vis als hoofdgerecht. Ook wordt veel bonen met rijst gegeten, vaak met een sausje van G-nuts. Van maïsmeel wordt een brij gemaakt die hier Posho heet, in Tanzania kende ik het als Ugali. Het is lekker eten met een groentesausje! De Matoke banaan wordt gekookt en tot een soort puree verwerkt. Vlees is een luxe artikel en als je het krijgt ziet het er toch wat anders uit dan wij gewend zijn, maar volgens de vleeseters onder ons smaakte het prima! Bier is overal te krijgen, ik zag bij ons op tafel regelmatig Club of Nile Special staan.

In Lira sliepen we volgens Matoke in een eenvoudig hotel (www.tripadvisor.nl/Hotel_Review-g800443-d1734756-Reviews-The_Lira_Hotel-Lira_Northern_Region.html ) maar wij vonden het een prima hotel.. De kamers waren ruim en goed, de bedden fris opgedekt en alles in de badkamer werkte! Harm en Katrien hadden een soort bruidssuite, de kamer was een flinke zaal en ze hadden een flatscreen tv, koelkast, ventilator en een badkamer met kingsize afmetingen… We konden er internetten en gezellig in de bar zitten. Tot nu toe zijn de mogelijkheden voor internet heel beperkt.

Het was een uur of zes rijden vanaf LIRA,volgens de reisbeschrijving die we kregen van Matoke zouden we het asfalt vaarwel zeggen en zou voor de komende drie dagen het hobbelen hier beginnen… De dag begon voor sommigen van ons al wat minder riant. Jaap was net hersteld van een maag die flink van streek was.. Gert had een heftige diarree ontwikkeld en stapte met een enigszins onveilig gevoel in de bus. Harm gooide net voor vertrek z’n ontbijt er nog even uit… En Katrien dacht dat ze voor het vertrek ook al enigszins wagenziek werd. We stelden Ismaël voor om voor op de bus maar AMBULANCE te zetten…

We reden wel een uur of zes en het ging verder wel goed. We passeerden unieke Afrikaanse dorpjes, de ronde hutjes zijn hier nog helemaal aanwezig. In een wat groter plaatsje lunchten we in het hotel, het dagmenu, niks mis mee! Onderweg hadden we mooie vergezichten en plotseling reden we door een soort kloof en waren we ineens in de bergen. Prachtig was die omgeving. Mooie bomen en planten, heuvels en dalen en dat alles omlijnt met het vuurrode zand van de weg. Het was genieten en zo had je niet eens in de gaten hoe je al die uren zat te hobbelen…De volwassenen en kinderen die we troffen langs de weg waren wat minder spontaan wat betreft het lachen, zingen en zwaaien. Ze vroegen hier duidelijk om eten of geld. De zieken waren onderweg weer opgeknapt, dus toen we aankwamen haalden we de tenten en de matrasjes plus de hele keukenequipement op. Nu moeten jullie je daar niet te veel bij voorstellen hoor. Wat metalen borden, een bak met bestek, verschillende maten pannen en een ketel. Onderweg hadden we inkopen gedaan, zodat we voor drie dagen brood en warm eten konden maken.

De tentjes werden opgezet en ze vielen ons niet echt mee.. Ze waren vuil en roken alsof ze nat waren ingepakt… Van alle drie was het doek van de buitentent gescheurd, dus maar hopen dat we niet al te veel regen zouden gaan krijgen. Gert’s slaapzak had tegen de jerrycans met diesel gelegen, dus toen we die in het tentje legde ontwikkelde zich daar een schakering aan luchtjes waarvan ik ging twijfelen of ik daar wel bij in slaap zou kunnen vallen. Maar, wat alles weer goed maakte was de plaats waar onze tentjes stonden… op een heuvel en rondom ons, zover we konden kijken, savanne! De schemering viel plotseling, zoals dat overal in Afrika het geval is. De ranger, Faustino, die zich met zijn kalashnikov bij ons had gevoegd liet ons de leeuwensporen zien in ons kamp en vertelde dat het zo’n drie dagen geleden was dat ze in het kamp geweest waren. Hij maakte een flink kampvuur met een klein kookvuurtje ernaast. Dat is dan weer even wennen, hoe doe je dat, eten bereiden zonder aanrecht of stromend water, maar we hadden niet lang nodig om er weer in te komen. We hadden onderweg tijdens het winkelen wat gemakkelijke maaltijden bedacht voor de komende drie dagen…

We aten de eerste dag champignonsoep, bereid door Harm en Katrien. Ze wilden water uit de voorraadtanks halen, maar bij nadere inspectie bleken daar veel dode insecten en kikkers in te drijven. Dus dat werd flessenwater. Daarna kwam de macaroni en zo dineerden we bij het kampvuur, bordje op schoot. Het was volle maan, dus de sterren vielen een beetje weg in het licht van de maan. De zieken waren inmiddels hersteld en hadden lekker meegegeten. De volgende dag moesten we vroeg op en na het ontbijt gingen we op game-drive. We stuitten meteen op een enorme olifant die zijn kudde liep te beschermen. Een flinke groep kwam daar achteraan, dat was een leuke opening! We zagen een prachtige natuur, het deed een beetje denken aan het Serengetipark in Kenia. Veel open savannelandschap met hier en daar een boom. Veel acacia’s maar ook stukken met veel gras, heuvels, op de achtergrond steeds de hoge bergen die aangaven waar Sudan lag. We hebben zo een paar dagen gevuld met het speuren naar wild, in de auto, maar ook een keer te voet. Ik moet zeggen dat was ook een hele bijzondere ervaring om zo tussen het wild te lopen. De buffels werden door onze ranger goed in de gaten gehouden. Hij had dan wel een geweer bij, maar hij joeg de buffels weg door met een plastic waterfles te kraken.

We zagen ook hoe de leeuwen de wacht hielden bij het half opgegeten karkas van een buffel. Verderop lagen er ook nog een paar uit te buiken, want dat konden we wel goed zien, ze waren heel loom en hun buik zag er behoorlijk rond uit.

Toen we de andere dag op dezelfde plek kwamen waren de leeuwen verdwenen en wemelde het er van vier of vijf soorten gieren. We konden de mooiste foto’s van ze maken! Verder zagen we grote groepen olifanten, wel zo’n veertig van die kolossen bij elkaar. En dan ook nog wat baby’s die volgens onze ranger zo’n maand of vier oud waren. We hoorden dat de grootste killers van olifanten bijen en kikkers zijn. Ze krijgen die met het water drinken in hun slurf en  kunnen ze dan niet meer kwijt raken. Hun slurf zwelt op en om te proberen het probleem op te lossen gaan ze ermee tegen rotsen of bomen slaan waardoor ze bloedingen krijgen of stukken slurf gaan verliezen en zo dan sterven door bloedverlies.

We hebben ook veel giraffes gezien, licht en donker gekleurd, Rothschildgiraffes. Hoe donkerder van kleur, hoe ouder ze zijn. In Kidepo zagen we ook veel hartebeesten, oribies, waterbokken en rietbokken. Cheetah en luipaard komt er ook voor, maar die hebben we niet kunnen vinden. Ook veel vogels hebben we gespot en het feit dat Ismaël ook een birder is maakt dat we zeker heel veel zien. We hebben er enorm genoten, niet alleen van het wild en de vogels, maar ook van het samenzijn rondom het kampvuur iedere avond. Na een eenvoudige maaltijd die prima smaakte kwamen de gesprekken op gang met de twee Afrikanen, die samen met ons daar aten en sliepen, namelijk onze gids Ismaël en de ranger Faustino. Zo hoorden we veel over de gewoontes en gebruiken in Afrika. Dan wordt je je ook weer bewust hoe verschillend onze culturen zijn. Katrien ontdekte ook toen ze een nachtje last had van maag en darmen, dat er in het gat van de toilet vleermuizen hangen… Gert en ik weten dat dat hier niets bijzonders is, maar zij vond het toch wel een apart idee… Onze ranger was meteen heel zorgzaam voor Katrien en regelde een banda op het rangerspark waar ze een beetje bij kon komen.. Harm bleef er bij om op haar te passen en zodoende kon hij nog een keertje extra me Faustino op stap. Gelukkig was ook zij met een dagje kalm aan doen met eten en drinken weer snel de “oude”..

Die dag gingen we ’s middags een Karamojong dorp bezoeken. We kregen een hele rondleiding door het dorp en er werd uitgelegd hoe verschillend voedsel wordt gebruikt. Het zijn landbouwers en veeboeren. Ze leven vaak in onmin met andere volken vanwege ongeregeldheden om het vee.. Ze hebben dan ook hele stevige erfafscheidingen om hun dorp. Bij het dorp wat wij bezochten stond nog wel een enkel hek maar het was niet meer helemaal afgesloten. Nu hadden wij in de verre omtrek ook geen andere dorpjes gezien, dus geïsoleerd leefden ze wel.. Het begon er mee dat een flinke groep kinderen ons een welkom toezong en na de rondleiding met uitleg over hun manyatta’s (hutten) en de versieringen op de daken en het hek mochten we ook een paar manyatta’s binnen kijken, zo zagen we hoe ze leven in deze hutten en hoe ze hun voorraad eten bewaren.

Daarna liepen we naar een open terreintje en ineens kwamen daar al zingend en dansend zo ongeveer alle vrouwen van het dorp aangelopen. Er was ons al verteld dat deze stam verwant is aan de Massai. Dus verbaasde het ons niet dat een onderdeel van het dansen het hoogspringen was. Natuurlijk kon het niet anders of ik deed ook een duit in het zakje, maar ook Harm liet zich niet kennen en sprong flink mee. Bij het afscheid schreven we een stukje in het gastenboek en overhandigden een bedrag van Matoke en dat hadden we dan zelf nog aangevuld. Ze waren er erg blij mee zeiden ze, het zou niet opgaan aan kleren of huishouden, maar ze waren bezig met plannen voor een ziekenpost en daar ging het aan besteed worden.

Harm maakte de laatste avond nog een maaltijdje pannenkoeken als dessert met een door hem meegenomen pak pannenkoekenmix. En zo werd ons verblijf in Kidepo afgesloten. Nog één nachtje met het geluid van brullende leeuwen op de achtergrond hadden we tegoed.

We hebben er genoten van elkaar, het buiten zijn, de natuur en het gevoel van vrijheid wat we daar hadden. We stonden alleen op de campsite en tijdens het gamedriven kwamen we alleen op de laatste dag wat andere auto’s tegen..

Kidepo ligt in het noorden van Uganda, tegen de grens met Sudan. Het is een park dat door nog maar weinig toeristen wordt bezocht. Dat is eigenlijk wel vreemd, want het huisvest verreweg de meeste diersoorten van alle nationale parken in Uganda. De reden dat weinig mensen het kennen is waarschijnlijk de oorlog die twintig jaar woedde in Noord-Uganda. Onder leiding van Joseph Kony werden er kindsoldaten opgeleid. De rebellen van het Verzetsleger van Joseph Kony vormen een schijnbaar weinig gestructureerde organisatie die verantwoordelijk is voor vele gruweldaden. Zij ontvoeren jongens om hen als kindsoldaat te laten vechten en meisjes om hen als seksslavin te laten werken. Kinderen die proberen te ontsnappen worden vermoord of verminkt, vaak op gruwelijke wijze. Het Ugandese leger biedt de gevangen genomen kindsoldaten contracten aan, om als soldaat dienst te nemen in het Ugandese leger. De kinderen hebben immers gevechtservaring en zijn goedkoop. De jongens zien geen andere uitweg dan te tekenen, zodat zij vaak tegen hun eigen ex-kameraden moeten vechten. Naar schatting zijn tussen juni 2002 en mei 2003 zo'n 9000 kinderen ontvoerd. De angst voor nieuwe ontvoeringen heeft ertoe geleid dat veel mensen gevlucht zijn. In 2006 kwam er echter uitzicht op een eind van het conflict, door vredesbesprekingen in Zuid-Soedan Op 26 augustus 2006  wordt er een wapenstilstand getekend, die voorziet in terugtrekking van het Verzetsleger..

Wij namen met moeite afscheid van ons kamp in Kidepo Valley,maar een nieuwe uitdaging wachtte. Na een rit vanaf ’s morgens een uur of acht, half negen tot ’s avonds zeven uur kwamen we precies op tijd in Murchison aan om de laatste pont over de Nijl te nemen naar ons kamp. Volgens de reisbeschrijving zouden we al game-drivend naar de pont rijden…Het laatste half uur door het N.P. onweerde het flink met regen en windstoten dus het dak kon echt niet open maar we zaten ook in tijdnood.. De laatste pont ging om 19.00 uur! Dus het stuk wat we al door Murchison NP reden ging in een soort speed-game-drive! We zagen veel gazellesoorten langsflitsen, ook zaten er veel roofvogels in de bomen langs de weg en wat buffels zagen we op het veld, ergens een groepje giraffes, het beloofde toch alvast veel goeds voor de game-drives die hier nog op het programma stonden… De pont voer toch gewoon, ondanks de regen en windstoten. Het werd toch nog even een klus om ons tentje op te zetten in het donker en de regen. Maar toen we net alles voor elkaar hadden  werd het droog en hadden we een heerlijk diner in het restaurant. En daar genoten we dan ook allemaal weer van..

De volgende dag ontdekten we dat deze lodge, Campsite Murchison River Lodge,  www.tripadvisor.com  aan de rivier lag en we vanaf het terras bij het restaurant een prachtig uitzicht hadden over de rivier. We gingen 's morgens in alle vroegte op pad voor een tocht naar de delta. En waar we op hoopten gebeurde... nadat we het ons aangeboden ontbijtje hadden opgepeuzeld diende de eerste schoenbekooievaar zich aan.

 De gids bood aan om een stukje om te varen zodat we de vogel over het land konden benaderen. En wat een geluk: er landde nog een tweede boven in de boom.. We kregen alle tijd om er mooie foto's van te maken. Het is echt een heel bijzondere vogel; op de een of andere manier heeft hij iets van een prehistorisch uiterlijk. Natuurlijk zagen we ook nog veel andere bijzondere vogels die bij het water thuishoren, zoals de verschillende ijsvogels tot en met de reuze-ijsvogel. Maar ook de hippo's  waren talrijk aanwezig. We werden bij onze lodge afgezet en daar konden we meteen weer de velvet monkeys op de gevoelige plaat vastleggen. Die sprongen er zeer talrijk door de bomen. 's Middags was het tijd voor de gamedrive. Olifanten, giraffes, Uganda kobs, waterbokken en veel roofvogels werden gescoord. "s Avonds liepen we, vanaf de tenten, in optocht, met ieder een lampje op het hoofd achter de bewaker, ook voorzien van een lamp, naar het restaurant. Het was een behoorlijke afstand die er in het donker moest worden afgelegd, we leken net de kabouters van Sneeuwwitje en zongen dan ook zachtjes, hei, ho, hei, ho..

De volgende dag begonnen we met een gamedrive en daar diende zich eigenlijk niet echt nieuwe dingen aan. Maar toch was het genieten, zo rondgereden te worden door een mooi Afrikaans landschap. Af en toe wat wilde dieren en mooie vogels overal om je heen. De mannen hadden een stabilisator gemaakt van een oude sok of een zak gevuld met bonen. Op een moment tijdens de game drive vraagt Ismaël aan Harm: "Haam, can I have your stabilizer?" Ja hoor, zegt Harm en leent hem graag aan Ismaël uit. Tot zijn grote verbazing ziet hij hoe Ismaël de sok openmaakt en lekker van de bonen begint te peuzelen... Op dat moment ontdekten we dat het geen bonen maar pinda’s waren. Ismaël had dat duidelijk al eerder ontdekt…Toen hebben we hem maar meteen een grote zak met pinda's gegeven, om te voorkomen dat hij zo langzaam onze zakken leeg peuzelt.. We lunchten bij Hot Chilicamp, de plaats waar we vijf jaar geleden hebben gekampeerd. Alles bleek onveranderd en de herinneringen kwamen weer boven, het eten bleek ook nog net zo goed als toen... Na de boottocht in de middag werden we afgezet onderaan de Falls.  

Het was een pittige klim naar boven maar echt de moeite waard. Je kunt hier prachtig zien wat een enorme hoeveelheid water wordt aangevoerd door de Victoria Nile en hoe dat allemaal door een nauwe kloof wordt geperst. Helemaal bezweet en verhit kom je dan boven aan en daar vind je dan onmiddellijk verkoeling in alle nevel van het opspattende water... Ik was dubbel blij met die nevel want onderweg had ik een keer mijn rugzak op de grond gezet om een foto van een vlinder te maken. De vlinder was rap weg, maar al wandelend ontdekte ik dat ik helemaal onder de grote rode mieren zat.. En die kunnen heel vervelend bijten..! Ik zal de tas waarschijnlijk in een nest fire-ants gezet hebben... "s avonds bleken mijn bovenarmen en schouders helemaal onder dikke rode jeukende bukten te zitten...

Murchison Falls is het grootste Nationale Park van Uganda. Het heeft een bewogen geschiedenis achter de rug .In het gebied brak omstreeks 1908 de slaapziekte uit waaraan velen in de omgeving stierven. Bewoners werden toen geëvacueerd uit het gebied. Als gevolg daarvan kon het wildleven en de natuur zich zonder belemmering uitbreiden. Officieel werd het park in 1952 geopend. Nog steeds zijn de gevolgen, die zich later tijdens het regime van Idi Amin afspeelden merkbaar. Maar de overheid maakt zich sterk om Murchison Falls tot  een van de fraaiste en meest gevarieerde parken van Afrika te laten worden. De watervallen zijn 60 meter breed en bijna 45 meter hoog en kunnen van zeer nabij bezichtigd worden. De Victoria Nijl, waarin de watervallen zich bevinden en waaraan het park zijn naam dankt, doorkruist het park van oost naar west over een lengte van bijna 120 kilometer en ze mondt dan uit in Lake Albert en de Albert Nijl. Er zijn veel rivieren in het park zodat het zeer waterrijk is met alle gevolgen voor de flora en fauna van dien.

Een dag later werden de tenten weer ingepakt en de bus weer ingeladen. Onze achterklep kon niet meer open, daarom heeft Ismaël de achterbank op de kop achterin gezet waardoor we dan toch nog al onze bagage kwijt kunnen. Voor de pappa heeft hij een aparte zetel achterin geplaatst! We vertrokken naar Kibale Forest NP. Volgens ons reisprogramma was het een reisdag van 12 uur dus we installeerden ons gemakkelijk in de bus. We hebben met Ismaël een perfecte chauffeur gevonden. De wegen zijn hier net zo abominabel slecht als in de rest van Afrika. De asfaltwegen bestaan meer uit leeggereden gaten dan uit echt asfalt. Maar hij laveert goed om alle gaten heen en neemt alle drempels, ook na acht uur rijden nog heel behoedzaam. We lunchten onderweg in het Hilltonhotel. Ismaël kondigde dat met een grote grijns aan dus we hadden meteen al het idee dat het anders zou zijn dan de naam deed vermoeden.. We kwamen bij een echt Afrikaans plattelandshotel en konden kiezen uit Pocho en Matoke met beef of beans.. Ik vond het heerlijk en heb zitten genieten! Voor we instapten hebben we al de kinderen die op het zien van zoveel Mzungu's waren afgekomen een tandenborstel met tandpasta gegeven. Ze waren hier zéér verguld mee. En zo begonnen we, al duttend, met onze volle magen aan het laatste stukje met als eindbestemming Chimpanzee Forest Guesthouse, www.traveluganda.co.ug/chimpguesthousekibale waar we sliepen in mooie huisjes die boven op een helling lagen, omringd door theeplantages.

Het was werkelijk een prachtige plek en we hadden er zonder moeite de rest van onze reis door kunnen brengen. Maar…. we hadden hier maar één dag te vullen. ‘s morgens naar Kibale forest waar we een teleurstellende chimp wandeling deden. Het had de hele nacht geregend en ook in de ochtend miezerde het nog wat. Dat was volgens onze gids de reden dat de chimps liever boven in de bomen op hun nesten zaten, bedekt met takken tegen de koude. ‘s middags deden we de Bigodi-swamp-wandeling en liepen we grotendeels over houten loopbruggetjes over het moeras. Verschillende apensoorten sprongen door de bomen om ons heen, de Black and White Colobus, de red-tailed monkey, Red Colobus en natuurlijk bavianen. En natuurlijk de vogels weer. Gert haalt deze reis vast een monsterscore want de vogelstand staat nu al op 230!! En, dat was wel heel leuk, 5 jaar geleden troffen we onderweg kinderen die zelfgemaakte beeldjes van klei verkochten. Gert en ik kochten toen twee beeldjes die de blue toerako voorstelden. Nu stonden er ook weer kinderen en ze verkochten nu beeldjes van gorilla’s

(3) UGANDA maart 2013

RONDREIS UGANDA deel 3

Na een heerlijk ontbijtje stapten we weer in ons busje om nu via Fort Portal naar Queen Elisabeth NP te gaan. Net voor Fort Portal, nog geen 10 minuten nadat we het asfalt op waren gereden, siste ons rechtervoorwiel en liep hij zeer snel leeg. Geluk bij een ongeluk was dat dat gebeurde zo'n twee honderd meter van een bandenwisselwerkplaats... Daar werd een plug in de lekke band gestoken en de reserve band eronder gezet en we konden weer verder. Daar kwamen we goed vanaf.. We lunchten onderweg in een groot hotel in Harere en tot onze verrassing bleken ze daar WIFI te hebben. Snel werd het verhaal op internet gezet en alle e-mails van een hele week gelezen en beantwoord. Het is dan erg leuk om de reacties van thuis te lezen..

Net na de lunch stopten we in een wat afgelegen dorp, Ruboni daar leven mensen van de BAKONZOstam. Ze worden wel “the keepers of the Mountains of the Moon” genoemd. Ruboni ligt aan de voet van het Rwezori Gebergte, het grootste gebergte van Afrika.

Het Rwenzori gebergte is ontstaan tijdens de vorming van de grote slenk (Great Rift Valley). Hety is dus geen vulkanisch gebergte. Al eeuwenlang spreken de bergen tot de verbeelding van de mensheid, vele verhalen en legenden doen de ronde over “de bergen van de maan” of “het land van de mist”.In de droge maanden is het wat beter maar er valt altijd regen, er hangt altijd mist. Over een afstand van 120 bij 50 km strekt het Rwenzorigebergte zich uit, de grens vormend met R.D. Congo. Een zestal pieken met eeuwige sneeuw domineren het gebergte. Mount Margherita,is met 5109 meter de hoogste.  Het is een zeer gewild gebied voor bergwandelaars die soms tot navelhoogte door de moerassen moeten waden. Maar het is ook een prachtig gebied. De woudzone begint op 1.800 m, daaronder is het land in cultuur gebracht of bestaat de vegetatie uit tropisch regenwoud. Je vindt hier geen groot wild maar evengoed telde men er 70 diersoorten en bijna 200 verschillende soorten vogels. In dit gebied leeft de Bakonzostam.

We werden verwelkomt door de gids, die ons meenam voor een wandeling door het dorp. We hadden pech dat het zaterdag (2 febr.) was, geen school… maar ook geen kerk.. We bezochten eerst een traditionele genezer, die zich in trance bracht. We mochten hem vragen stellen. Bij navraag bleek dat de meeste mensen uit het dorp gewoon naar een dokter gaan. Wel is de rol van de genezer nog groot tijdens rituele feesten. Het was een groot dorp met wel 2000 inwoners. We hadden niet de indruk dat er nog veel mensen traditioneel leefden. Er liepen heel veel mannen op straat. Bij navraag waren de vrouwen druk aan het werk, wassen, koken en drank stoken. Na een bezoek aan een vrouwtje wat manden vlocht kwamen we bij een huisje, vol met mannen die allemaal de drank aan het keuren waren. Wij mochten ook een slokje proeven, het leek een beetje op jenever en de gids dronk met smaak de rest van het glas leeg… De wandeling ging verder wat van het dorp af en we stopten bij een wat hoger gelegen hutje waar de verhalenverteller woonde. Er liepen heel wat kinderen rond de hut. Ze wilden allemaal graag op de foto maar vroegen ook of we geen eten bij ons hadden. In de hut werden we voorgesteld aan de verhalenverteller. Een jonge man nog. De taak van de verhalenverteller is om de traditie levend te houden. We mochten kiezen uit een aantal onderwerpen, wij kozen besnijdenis, en zo kregen we uitvoerig uitgelegd hoe dat vroeger en nu in zijn werk gaat bij de Bakonzostam. Hierna bezochten we ook nog een smid. Het was duidelijk dat dit project om deze stam te bezoeken nog niet zo lang bestaat of niet echt gesteund wordt door de inwoners van het dorp. We vonden ze niet echt gastvrij of vriendelijk. Dat laatste is op zich natuurlijk wel logisch voor een stam die geïsoleerd leefde in de bergen.

In de avond, inmiddels weer donker, kwamen we aan op Camping Bush Lodge www.naturelodges.biz en we wisten niet wat we zagen, er liepen enorm veel mensen rond en overal stonden tenten. Nu werden we ons pas bewust hoe heerlijk rustig we het op alle andere plaatsen hadden gehad. Hier stond een groep van Sawadee met 18 mensen en nog een Duitse groep die wat kleiner was. Naar ons gevoel was het een drukte van jewelste. Nadat we toch nog een plekje voor onze tent hadden gevonden aan het uiterste randje van het veld, begon het te regenen... maar in het restaurant werden we heel vriendelijk ontvangen en werd er meteen een warme maaltijd van vier gangen voor ons klaargezet en zelfs ook nog een aangepaste vegetarische versie voor mij. De serveerster noemde Harm "Dear" en kon toen natuurlijk in zijn ogen geen kwaad meer doen... Katrien reageerde daar weer heel anders op... Toen ik 's morgens in alle vroegte, we vertrokken om 6.15 uur voor de game-drive, naar het toilet liep ontdekte ik, pal naast het voetpad een enorm nijlpaard... Gert was er, zonder hem op te merken, langs gelopen. Ik was ineens heel vlug bij het toilet, want wat is zo'n beest enorm als hij zo vlak naast je ligt...

Maar een nijlpaard is niet het enige dier dat dit kamp bezoekt, want gisteren liep er een volwassen bull olifant doodgemoedereerd het kamp op... het was nog licht dus een groep van de medewerkers hier vormden een brede ketting en dat deed de olifant besluiten maar weer in het bos te verdwijnen.

We deden vanuit deze lodge verschillende game-drives en ook een boottocht. De game-drive leverde niet echt veel nieuwe dingen op, het landschap is hier weer heel anders dan in de vorige parken. Er staan enorm veel euphorbia-cactusbomen, wat een heel apart landschap geeft. Op weg naar de opstapplaats voor de boottocht zag je weer heel andere begroeiing. Daar was het meer bosachtig en daar troffen we dan ook veel olifanten. De boottocht is zéér de moeite waard, je ziet de dieren dan van heel dichtbij.

Vooral veel buffels en olifanten maar natuurlijk ook de king-fishers kun je goed zien in de bomen langs de rivier. De African Fish-eagle zat hoog in een boom te roepen naar z’n partner, ze maken een heel mooi geluid, om niet meer te vergeten… En dan natuurlijk de Nile-crocodiles, mooie grote exemplaren met hun bek wijd opengesperd! Ook zagen we nog een hele groep schaarbekken die bij het naderen van de boot allemaal het luchtruim kozen. We vaarden tot een soort vogeleiland dat helemaal vol stond met verschillende soorten ooievaars en pelikanen. Na de boottocht gingen we op het terras bij de Mweya Safari Lodge, een chique resort met een prachtig uitzicht over het Kazinga-channel, Lake Albert en Lake George, een lekker koude Nile special drinken…

We deden vanuit dit kamp ook een chimpansee trekking in Kyambura Gorge. We hebben daar hard door een regenwoud moeten rennen, achter drie chimpansees aan die in een wat grotere groep aan het verplaatsen waren. Er werd overal om ons heen luid geroepen en gegild door de apen. De leiders van de groep sloegen hard op de plankwortels van de bomen. Het was heel bijzonder om daar zo tussen te lopen. Ze waren zich aan het verplaatsen, dus konden we steeds maar een glimp van ze opvangen. Het was wel erg vervelend dat we waren samengevoegd met een groep van zes Amerikanen.... Normaal is het dat een groep uit 8 personen bestaat, maar wij werden er hier ter plaatse mee geconfronteerd dat we dus met 12 mensen gingen en dan kun je kiezen, of het maar zo laten en er het beste van proberen te maken of weg gaan en dan heb je dus niets… Nu hoef ik, denk ik,  niet uit te weiden over de gewoontes van Amerikanen.. Ik had er een hard hoofd in maar we hadden een goede gids, Ben, die een prima kennis had van de chimpansees en van het gebied. Zo presteerde hij het om te kunnen voorspellen welk pad de groep zou nemen.. Al met al was het een heel waardevolle ervaring!

Chimpansees leven in bossen en vormen groepen van 10 tot 20 stuks. Groepen die elkaar dicht naderen bedreigen elkaar door te schreeuwen. Als je je  tijdens zo’n voorval te midden van zo’n groep bevindt, is dat niet alleen een unieke maar tevens een bijna huiveringwekkende ervaring. Men gaat er van uit dat de chimp ’, na de mens, het meest intelligente zoogdier is. Ze voedden zich voornamelijk met planten en vruchten. Er zijn echter ook verhalen bekend over het eten van dieren, dat kan een bosvarken zijn maar ook kannibalisme schijnt voor te komen. Op plaatsen waar je naartoe gebracht wordt zijn de chimpansees aan mensen gewend en kun je ze tot op enkele meters naderen. Desalniettemin zijn het gevaarlijke dieren en mag je ze niet storen in hun dagelijkse bezigheden of ze aan het schrikken maken.

We zaten hier op een prima lodge met ons tentje, wat betreft het sanitair waren ze hier niet echt ruim uitgevoerd, maar ze hadden hier dan weer wel twee bush-douches. Gert en ik hadden daar al heerlijk gedouched tussen de middag. Na de gamedrive togen Harm en Katrien ook richting bush-douche. In een omheinde ruimte tussen de rietstengels hadden ze twee douches hangen dus daar gingen ze op af. Alle spullen mee. Wij volgden het tafereel vanaf een lekker schaduwplekje onder een boom... Ze waren amper vijf minuten binnen toen de eerste noodkreet kwam: "Er komt geen water meer uit die sproeier... we zijn net helemaal ingezeept en de haren vol shampoo.. wat nu? Kunnen jullie geen emmer water over het wandje gooien?" Nu kon dat niet want wij hadden geen emmers in de bagage. Niet veel later kwamen ze in een handdoek gerold met de spullen onder de arm weer tevoorschijn. De medewerkers van de lodge wilden ze wel de weg wijzen naar de reguliere douche, maar ze durfden niet echt naar die twee paar witte benen te kijken...Gert dacht dat ze misschien enigszins verblind waren. Later op de avond konden ze er zelf ook de humor wel van in zien.

We hebben afgelopen nacht nog wel de zak met passievruchten tussen onze tenten gehangen, want daar schijnen de olifanten dol op te zijn... Maar helaas we hebben wel veel nijlpaarden achter ons tentje gehoord, maar geen olifanten meer op het kamp gezien.... Die nijlpaarden hoor je hier trouwens de hele dag, zowel 's morgens, 's middags als 's avonds hoor je dat oergeluid overal om je heen.

Queen Elisabeth NP is gelegen aan de oevers van zowel Lake Georgeals van Lake Edward, aan de voet van het Rwenzori gebergte. Het park wordt doorsneden door het Kazingachannel , deze vormt de verbinding tussen Lake George en Lake Edward. Je treft hier vrijwel alle soorten landschap binnen de  grenzen van het park. De oorlogen hebben er ook hier voor gezorgd dat de wildstand op een gruwelijke manier terugliep. Dankzij goed beleid en onderhoud is het herstel goed verlopen al is de wildstand ook nu nog niet op het oorspronkelijke peil terug. Er zijn natte en droge savannen, kratermeren, moerassen en tropisch (regen)woud. Queen Elisabeth NP is een van de weinige parken in Uganda die dorpen binnen zijn gebied heeft, wat een verblijf aan dit park aanmerkelijk vereenvoudigd want na één dag bent U nog lang niet uitgekeken. En een boottocht over het Kazinga kanaal is ook echt een aanrader!

We vertrokken uit Queen Elisabeth na weer een heerlijk ontbijtje. We moesten nog wel even de rekening betalen van drie dagen eten en drinken. De rekening gaf aan dat het met 997.000 U shilling was te voldoen. Zo was de pot meteen weer een slordige miljoen armer! We reden naar ISHASHA. We hadden geluk want nog voor we in het park waren kreeg Ismaël de melding door dat de boomleeuwen gesignaleerd waren. We zagen twee busjes en een jeep meteen omkeren en erop af... Jawel, twee leeuwen hingen daar wat lui in een boom. Het dak ging omhoog om foto's te kunnen maken.

Verder ging het daarna naar Ishasha, we kwamen uit op het terrein waar Gert en ik vijf jaar geleden met een groep hadden gekampeerd. Een mooi terrein aan de rivier met Congo. We zitten hier op een soort van drielandenpunt met Congo en Rwanda. Er waren nu net als toen veel hippo's. Ismaël gaf aan dat wij daar konden gaan lunchen. Maar helaas is daar niets dan een campingtafel en een open hutje... Hij was even vergeten te melden dat wij onze lunch mee hadden moeten nemen... Na enig heen en weer gepraat werd er toen besloten dat we in het eerst komende stadje wat te eten zouden kopen. Ismaël maakte een wat gestreste indruk en hij bleef er maar op terug komen dat we een erg slechte weg tegemoet gingen en hij wilde graag op tijd op het overnachtingadres aankomen, omdat wij de volgende dag de gorillatrekking op het programma hadden staan.

We zagen al game-drivend nog Topi's, Dit is een gazellesoort die we nog niet hadden gezien. Verder weer veel Kobs en waterbokken. Nadat we het NP bij Ishasha achter ons hadden gelaten veranderde het landschap in mooie groene heuvels beplant met theestruiken. Maar ook stonden er veel koffieplanten tussen de bebouwing. Deze stonden vol witte bloemen die een zo'n heerlijke geur verspreidden dat we er in de bus van konden meegenieten. Ook werden de theeplantages afgewisseld met bananenplantages. Hier wordt veel de groene banaan gekweekt, matoke noemen ze hem hier en hij word gekookt en geprakt gegeten en smaakt dan als een soort zoete aardappelpuree.  Ik zag ook laatst langs de weg dat mensen hem als ontbijt aten in een griezelig roze saus.. Wij eten hier iedere dag gemiddeld één banaan maar drie komt ook wel voor. Dat zijn dan de gele, het liefst van die hele kleintjes, záálig! Wat we hier ook veel bij het eten krijgen maar ook zelf kopen zijn passievruchten, echt een delicatesse en die kosten hier maar een paar centen..

We genoten van de uitzichten onderweg en hoe dichter we in de buurt van Bwindi kwamen hoe meer kinderen langs de kant van de weg stonden te zingen en te klappen. Men is hier duidelijk meer aan toeristen gewend! De weg was inderdaad erg slecht en Ismaël had zijn handjes vol om ons zonder problemen af te leveren op het Gorilla Friends Camp in RUHIJA Dit is een tented camp. Nu hebben Gert en ik al wel meer in tented camps geslapen en daar was niets mis mee. Hier is het wel een goede tent, prima bedden, voor de mannen wel een beetje kort... De gezamenlijke toilet is na een hele klimpartij, te vinden aan het eind van het terrein. Maar ze hebben er wel twee, zelfs flushing!.. en ook twee douches, een warme en een koude. De ruimte waar we kunnen zitten en eten is wel heel sober uitgevoerd met rechte houten stoelen.

Ze hebben wel frisdrankjes maar geen elektriciteit dus ook geen koeling. Het uitzicht vanaf onze tent is werkelijk super! De planken vloer waar onze tenten op staan steekt uit over de berg dus we staan echt op hoogte met zicht op het dal en de omringende bergen. De warme douche werd meteen geprobeerd, maar was zo heet dat je er meteen thee van zou kunnen zetten en niet bij te regelen met koud dus werd de warme toch een koude douche.. Het avondeten was zeer sober maar smakelijk. We hadden op de prijslijst gezien dat ze ook rode wijn hadden, 6000 shilling, dat is nog geen twee euro.( 3500 shilling is een euro) Daarom dacht ik dat is wel te doen dus ik vroeg een glas rode wijn bij het eten. De rest nam een biertje. Ik kreeg een heel mooi glas en de rest hun pilsje. Een voor een bewonderden we allemaal het mooie glas... Toen ik na de soep eens vroeg naar de wijn kreeg ik als antwoord: "Rode wijn??? Nee, wij hebben geen wijn!" Toen heb ik hem het glas ook maar weer terug gegeven..

Die avond lagen we er op tijd in. En, zoals afgesproken zaten we om 7.00 uur de volgende ochtend aan tafel. Af en toe zagen we iemand van het personeel de poort uit rennen om even later terug te komen met bananen of eieren... Maar na een kwartier kwam het eten toch op tafel. De bestelde packed lunch werd ook gegeven, een zak vol bananen, een zak vol eieren en voor iedereen een dubbele boterham met tonijn. Pas toen we aan de lunch toe waren bleek dat er op een witte uitgedroogde boterham een paar flintertjes tonijn waren gelegd... Toch wel wat gespannen vertrokken we naar het vertrekpunt van de gorillatracking. Wij gingen op bezoek bij de Oruzogu Groep. David was onze gids. Na een briefing waarin ons werd verteld welke groep wij gingen bezoeken en ook wat over hun leefgewoontes en natuurlijk ook nog een beetje over wat wij wel en niet mochten als we in de buurt van deze dieren zouden komen. We mochten ze vooral niet aankijken, niet aanraken en ook niets eten in hun nabijheid. Maar ook niet hoesten of niezen en als dat toch niet anders kon dan ergens in en achter je elleboog om de dieren toch vooral niet te besmetten… Er werden nog twee Belgen aan ons groepje toegevoegd.

Zo vertrokken we in een flink tempo naar de overnachtingplaats van de gorilla’s van de afgelopen nacht. Vandaar zouden we dan verder naar ze op zoek gaan. Er waren al drie mensen vooruit gestuurd om te gaan speuren. David hield radiocontact met ze. Na een tocht van steile heuvels op en steile heuvels af, balanceren over boomstammen over snelstromende riviertjes bereikten we hun nesten. Ze zagen er heel comfortabel uit, bedekt met een flinke bladerlaag. We volgden verder hun spoor wat gemakkelijk te zien was aan de hoeveelheid poep op het pad. Op een gegeven moment kregen we via de radio door dat ze gevonden waren, dus nu werd het zaak gericht door te steken naar die plaats en ja hoor daar zagen we al een uk in de bomen hangen. Maar die slingerde zich via takken en wortels naar beneden en toen ging het voor ons ook los.

De trackers hakten met kapmessen doorgangen voor ons in het zeer dichte bos. We liepen of struikelden eigenlijk meer, omhoog en omlaag tussen hoge varenbomen en lage struiken. We liepen op een ondergrond van wortels met daarover een dun laagje bosgrond en daaronder zat, zo ervaarden wij niets meer, dus als de afstand tussen de wortels wat groot was of het laagje bedekkende aarde wat dun dan schoten we ineens met een been een meter door naar beneden. Onze porters oftewel zoals je Jaap ze noemde "onze wegwijspieten" hadden we met onze tassen en stokken achter moeten laten dus we maakten zelf maar een slinger door elkaars polsen vast te houden. Zo konden we regelmatig iemand behoeden voor een uitschieter richting afgrond... Maar ondertussen zagen we toch ook heel goed de gorilla's. Telkens hielden we weer halt bij dan weer eens een vrouwtje met een jong, dan een jong mannetje. Ze zaten verspreid en waren steeds in beweging. Wat opviel was dat zij heel relaxed waren, ze zaten te eten, te spelen, klommen door de bomen en we troffen er ook een die lekker onder wat lage begroeiing lag te slapen. We kwamen steeds heel dicht bij ze, ze keken ons soms wel even aan maar het liet ze totaal koud dat wij daar waren. Als laatste vonden we ook nog de Silverback, hij liet zich ook even bewonderen tussen wat takken door en toen ook hij weer door de struiken uit het zicht verdween was het uur wat we bij ze mochten zijn om en gingen we weer op zoek naar onze helpers.

Het was een mooie ervaring zo dicht bij ze te zijn in hun eigen leefgebied. Het zijn prachtige dieren! Het was wel jammer dat ze steeds in beweging waren waardoor het heel moeilijk was om er mooie foto's van te maken. Na weer heel wat geklauter kwamen we bij onze helpers en rugzakken terug. Tijd om te drinken en de lunch! En dat viel wel even tegen. De boterhammen die van droogheid in je handen uit elkaar vielen met alleen wat, ook droge, tonijn ertussen. Ze hadden er zelfs geen boter op gesmeerd. Dat werd geen feestje met een droge mond, na al dat klimmen.. Dus ik heb het maar bij het gekookte ei en de banaantjes gehouden... De terugweg ging zo ongeveer in hetzelfde vlotte tempo als de heenweg en onze wegwijspieten sleurden ons gewoon aan één hand de steile hellingen op. Jaap had een jong manneke dat meer dan een kop kleiner was dan hij, maar ook hij werd vlot door hem de steile kanten opgetrokken.. We waren er van overtuigd dat we het zonder hen ook hadden gered, maar dan wel in een tijd die eens zo lang zou zijn geweest. Ze hadden aan het eind hun fooi dubbel en dwars verdiend! We gingen met de auto terug naar het infocentrum waar we een officieel diploma kregen uitgereikt!

De geschiedenis van de primaten gaat terug tot zo’n 70 miljoen jaar geleden. Aangenomen wordt dat de mensapen zich ongeveer 10 miljoen jaar geleden van de overige apen afsplitsten. Vrij snel daarna splitste de gorilla zich af. Vervolgens gingen ongeveer 6 miljoen jaar geleden de mens en de chimpansee ieder hun eigen weg. De berggorilla wordt nu steeds vaker opgesplitst in twee ondersoorten, de Bwindigorilla en de Virungagorilla. De een leeft op grotere hoogte en heeft korter haar dan de andere. Berggorilla’s zijn bewoners van de bergoerwouden van de westelijke Riftvallei en het Virunga vulkanengebied. Deze vaak mistige en koude nevelwouden bevinden zich op 2.200- 4.300 m hoogt en zijn zeer dicht begroeid..Gorilla’s zijn zeer sociale dieren die in een groep leven. Een groep is opgebouwd rond een dominante zilverrug. Hij is de spil van de groep en zal de groep zonodig met zijn leven verdedigen. Er kunnen nog meer mannen bij de groep horen, dat zijn dan broers of zoons. Zij spelen ook een rol bij de bescherming van de groep. Verder bestaat een groep uit enkele volwassen vrouwtjes met hun jongen. Gorilla’s zijn de hele dag actief en slapen ’s nachts in nesten, gemaakt van bladeren en takken op de grond of in de bomen. Gorilla’s kunnen ongeveer 50 jaar oud worden. Dagelijks wordt er gemiddeld 500m tot 1 kilometer afgelegd. Berggorilla’s zijn hoofdzakelijk planteneters, maar eten ook fruit, insecten en dood hout. De Bwindigorilla’s eten ongeveer 140 verschillende plantensoorten. Hoewel het aantal berggorilla’s is toegenomen is er nog geen reden tot grote vreugde. Zolang de stropers hun netten nog zetten voor bushmeat, babygorilla’s te koop worden aangeboden en het leefgebied kleiner en meer versnipperd raakt door het kappen van de regenwouden blijven ze ernstig bedreigd!

En toen terug naar ons tented camp waar we hartelijk werden ontvangen. Ze waren heel nieuwsgierig hoe we het hadden beleefd, maar toen we vroegen om een flesje cola voor ieder moesten ze nee verkopen. Toen hebben we ze verteld dat ze die dan ook wel in het dorp voor ons konden  gaan halen...?? Als je toch gasten hebt die zo'n tracking doen dan weet je toch dat die moe en dorstig terugkomen??? Het is hier een camp met een Ugandees managment en dat is te merken... De flush toiletten flushen niet altijd en Harm en Katrien stonden ook nu weer ingezeept onder een douche waar alleen nog een klein druppelstraaltje uit kwam.. Het duurde nu wat langer voor ze er weer om konden lachen...

Harm was het meteen gaan melden bij het personeel maar ze konden er niets aan doen zeiden ze want ze gebruiken regenwater en op is op... Je snapt er niets van, ze hebben vijf tweepersoonstenten staan en nog drie kamers. In totaal hebben ze voor al die gasten die ze kunnen bergen, zeven tuinstoelen en 5 harde houten eetkamerstoelen en af en toe een voorraadje regenwater... En, dat is wel fantastisch... een prachtig uitzicht en daar zijn we dan verder die dag van gaan genieten. We zagen hoe, terwijl de zon verder zakte, steeds een ander deel van ons uitzicht in de spotlight werd gezet. Zo genoten we nog van onze laatste voorraad bier uit Kidepo en evalueerden vast een beetje de reis.

We waren het er over eens dat we op prachtige plaatsen zijn geweest. Leuke mensen hebben ontmoet op de diverse locaties. Dat Ismaël een perfecte chauffeur is maar als gids, hij toch wel wat dingen beter had kunnen doen. Dat het materiaal waar we mee op pad zijn gestuurd niet echt goed was. Maar dat we al met al een mooie reis hebben gehad. Om 17.00 uur kwam de melding dat het avondeten klaar was... Wij hadden en nog helemaal geen honger en ook geen zin om zo vroeg al binnen te gaan zitten, dus dat werd doorgeschoven naar later op de avond. Het was een heerlijk maal, spaghetti met beef die zo mals was dat de vleesteters onder ons er letterlijk hun vingers bij af likten.. En toen ze ook nog een brandend houtskoolkacheltje kwamen brengen tegen de opkomende kou hadden ze toch weer veel goedgemaakt. We kletsten bij het houtskoolvuur nog gezellig na en al genietend van een prachtige Afrikaanse sterrenhemel zochten we ons tentje weer op!

(4) UGANDA maart 2013

RONDREIS UGANDA deel 4

We deden donderdag 7 februari een Forest-walk naar het swamp. Onze gids Gorith was echt een schatje en ook nog een heel mooi vrouwtje! Jammer was wel dat ze niet heel veel kon vertellen over het forest.. Maar al schuivend, dalend en stijgend over soms erg smalle richeltjes vroeg ze veel over Nederland en zo bleek dat het fenomeen bevroren water en schaatsen haar totaal onbekend was.

Gert vertelde over schaatsen die je dan aandoet en zij dacht daarbij aan iets dat je aantrekt en ongeveer tot je oksels komt want het is dan toch ook koud??? Ons fotoalbumpje met foto’s van molens, koeien, schapen, flats, boten, bruggen en tuinen in zomer en in de winter bracht weer uitkomst. We hebben het deze reis al heel wat keertjes gepakt om te laten zien hoe het er hier uit ziet als het heeft gesneeuwd en hoe plat Nederland is. We omschrijven dat meestal maar het beste als: “Flat as a pancake..”! Samen met de ranger werden alle foto’s bestudeerd en er kwamen heel wat vragen.. Dat is dan wel weer heel bijzonder om in zo’n oerbos, wat een regenwoud dus is, te staan met onze foto’s van Nederland.

Maar al wandelend zagen we toch heel wat bloeiende planten die ook in Nederland voorkomen. We zagen een geelrug duiker met grote haast langskomen, maar verder was het er erg stil met de dieren.  Waar we tijdens deze wandeling achterkwamen was dat in dit bos de mieren wel een beetje de dieren zijn waar je het meeste schrik voor moet hebben. Met name de Safari-ants, daar had Gorith het niet op. We moesten goed opletten niet op hun spoor te trappen en zeker niet stil te staan in de buurt van hun pad. Safari-ants zijn mieren die altijd op weg zijn en hun eieren ook met zich meenemen. Het zijn met name vleeseters. En ze kruipen graag in je sokken en zo je schoenen in… We wandelden tot het swamp en hadden een mooi uitzicht. De weg terug was één enorme lange klim en behoorlijk pittig. Al met al wandelden we vier en een half uur. Dus de koude cola smaakte weer prima na afloop.

Na een heerlijke warme lunch met frietjes vertrokken we eerst naar het dorp om schriften en pennen te gaan kopen voor het bezoek aan een schooltje. De winkeltjes zijn niet groter dan een flinke kleerkast. En ze verkopen er echt alles, huishoudelijk materiaal, wasmiddelen, cosmetica, brood, verse groentes, limonades, bier, fruit, wat kleren en dus ook schoolbenodigdheden.

We begonnen met dikke schriften en die werden geteld per dozijn. We wilden voor de hele school wat meenemen, dus dat moesten er dan 103 worden. Van boven op de stapels en ook van onder, overal werd wel een schrift vandaan getoverd… Maar hij redde het niet. Geen probleem dan gaan we twee winkeltjes verder de rest kopen. Deze winkel was identiek aan de eerste.. Helaas was daar geen verkoper, geen nood, onze begeleider, Ambroos van ons camp, liep naar het vorige winkeltje en kwam met de ons al bekende verkoper terug. Geen nood, die schoof in deze winkel ook achter de toonbank en begon ook hier weer naar schriften te zoeken. Ondertussen kwam de echte eigenaar van de winkel ook binnen en het was weer een uitgebreid, Hello, how, do you do en how is your day?? maar intussen betaalden we ook in deze winkel de schriften aan de verkoper van de vorige winkel. Snappen jullie het nu nog? Dat kan ik wel begrijpen, want wij keken ook heel verrast bij dit hele gebeuren. Verder bleek dat de verkopers ook niet echt kunnen rekenen… Het werd uiteindelijk door drie man en een rekenmachine nageteld… Zo werd alleen de aankoop al een hele belevenis…

We gingen naar een school met weeskinderen! Ongeveer de helft van de kinderen woonden daar intern. De anderen woonden toch wel bij één ouder of familie in de buurt. We maakten kennis met de directeur van de school, in zijn “kantoor”. Hij vertelde ons wat over het schooltje dat 120 leerlingen telde en er werkten zes leerkrachten plus een directeur. We zagen de lerarenkamer, zonder een enkele stoel, wie wilde zitten moest zijn eigen stoel meenemen.. Vervolgen keken we in de kamers waar de kinderen sliepen. De meisjeskamer waar krap  vier stapelbedden stonden, dus acht bedden voor 16 meisjes, twee per bed. De jongenskamer was wat kleiner, met minder bedden. Er was maar één bed met een matras, de andere matrassen stonden in de zon te drogen… Er gebeurden weleens ongelukjes!!!

Daarna liepen we naar het schoolgebouw, dat niet in eigendom was, maar werd gehuurd. Er waren zes kleine donkere lokalen waar een leerkracht met zijn leerlingen zat. Ik zag geen schoolbord en geen tafels.. Nadat ons zes keer in de zes klassen een welkom was toegezongen gingen we naar een open veldje voor de performance.

We kregen een dansvoorstelling waarbij een aantal kinderen zich voorstelden. Daarna een wervelende voorstelling met een Afrikaanse dans die overging in een Engelse en daar werden wij ook bij uitgenodigd om mee te dansen.. De donatiepot werd voor ons neergezet en we waren onder de indruk van deze school en de manier waarop nog een heleboel geregeld moest gaan worden, dus daar hebben we onze bijdrage in gedaan. De kinderen kregen ieder een schrift waar meteen hun naam op werd gezet en een pen! We vulden het gastenboek nog in en ze wilden graag ons E-mailadres om nog contact te kunnen houden, dat hebben we gegeven.

En zo werd het weer 17.00 uur, borreltijd op ons terras met het fantastische uitzicht!

Vrijdag 8 februari werd een lange reisdag. We vertrokken uit een prachtig berglandschap. De ochtendmist hing laag tussen de bergen over de theeplantages. Langzaamaan veranderde het landschap, de bergen verdwenen. Ismaël had weer niet veel zin om te stoppen tussendoor. Nu viel dat ook niet mee, want er werd enorm veel aan de weg gewerkt dus het was regelmatig een grote zandbak om ons heen. We lunchten in een redelijk restaurant waar we ook internet hadden zodat ik voor het eerst sinds lange tijd wat op de reissite kon plaatsen en m’n e-mails kon lezen. Het was die dag echt een monsterrit. We waren om 7.00 uur ’s morgens in Bwindi vertrokken en arriveerden om 19.45 uur bij het hotel in KAMPALA. Het was inmiddels donker geworden. Kampala was één grote mierenhoop van mensen, winkeltjes, auto’s en brommers.

Het hotel Cassia Lodge www.cassialodge.com/home.html ligt op een berg en heeft een geweldig uitzicht over de miljoenenstad Kampala. We dineerden op de eerste verdieping buiten op een groot balkon en hadden de stad met al z’n lichtjes aan onze voeten. We waren echt doodmoe van zo’n lange stoffige reis. Douchen en naar bed!

Kampala is de hoofdstad van Uganda met ongeveer 1,6 miljoen inwoners. De stad ligt verspreid over meer dan twintig heuvels. Hier vind je de regeringsgebouwen en de universiteiten. Zo’n drie kilometer buiten het centrum vind je het Nationale museum van Uganda, het is het oudste museum van Uganda.

Onze laatste vakantiedag lieten we rustig beginnen. Het ontbijt deden we pas om 8.00 uur en daarna hadden we nog tot 10.00 uur om al onze bagage weer in een paar tassen te proppen. Het eerste doel, toen Ismaël arriveerde, was op souvenirjacht gaan. We besloten daarvoor naar ENTEBBE te gaan nadat we de dag daarvoor de verkeerschaos in Kampala hadden gezien. Na een winkeltje of vijf hielden we het wel voor gezien en streken neer op een terras aan het Victoriameer. Er waaide een heerlijk koel briesje en we zaten lekker in de schaduw. De velvet monkeys slingerden door de bomen. Een plotselinge, plaatselijke waterval deed ons overhaast besluiten om een zitplaats te zoeken onder een afdakje. Want dat heb je wel als die apen boven je hoofd slingeren, dat ze dan af en toe wat laten vallen…

Na een sandwich trokken we aan de kuierlatten en gingen richting Botanische tuin en sanctuary. Dat was nog een behoorlijke tippel in een warm zonnetje, vreemd om te bedenken dat we een dag later in de sneeuw zouden gaan lopen, we hadden de eerste weerberichten al doorgekregen uit Nederland. De dierentuin stelt niet erg veel voor, maar we konden nu de neushoorns en de leopard, die we gemist hadden in het wild, hier toch nog even van dichtbij bekijken. We hebben vanaf de eerste dag de score bijgehouden van hoeveel mensen hier op een brommer kunnen zitten… We zijn blijven steken bij vijf! We twijfelden na het bezoek aan de dierentuin even of we een BodaBoda (taxibrommer) zouden nemen, want dan zou het mogelijk zijn om zo zelf het record te verbreken…

Aan het eind van de avond namen we afscheid van Ismaël en dan vlieg je ineens een deel van de wereld over, je rijdt door een witte wereld (waar niemand naar je staat te zwaaien…) weer naar je huis en plotseling is het voorbij. We sluiten deze ervaring met z'n vijven af. Wat voor altijd zal blijven zijn de mooie herinneringen die we samen hebben aan deze drie weken. We hebben heel intensief met elkaar opgetrokken en zo kwamen we ook momenten tegen die wat improvisatie vergden..

Onder andere: Accommodaties die tegenvielen wat comfort betreft... stinkende, kapotte tenten... ons busje wat niet echt geschikt bleek om met vijf personen een gamedrive in te maken… bush douches die plotseling geen water meer gaven... toilet met vleermuizen… spinnen en kevers in je tent... wekkers die veel te vroeg melden dat je de dag met een vrolijk dansje moet beginnen... weer eens je linker of rechtersok kwijt... wandelingen die véél zwaarder waren dan we hadden gedacht... stoelen in de bus die na een paar uur niet meer echt comfortabel waren.. een kamer zonder uitzicht.. een chauffeur die ineens geen gids meer was.. vreselijk droog brood bij het ontbijt... en ook bij de lunch…

Maar ook schitterende sterrenhemels… veel zwaaien naar enthousiaste kinderen onderweg... hand in hand met de kinderen uit het dorp een wandeling maken… koken op een houtvuur met de savanne en alle wilde dieren zo om je heen… ’s nachts vanuit je tentje de leeuwen horen brullen… samen ook de mindere accommodaties zo gaan ervaren dat ze toch nog bijzonder werden... na een game-drive die niets bijzonders opleverde, bij een Club of een Nile Special toch met elkaar kunnen  nagenieten van de mooie landschappen die we zagen... elke dag twee eieren wegwerken bij het ontbijt... bij het kampvuur luisteren naar de verhalen van mensen die in Afrika wonen… iedere dag smullen van die heerlijke banaantjes... als iemand niest "sorry" zeggen... pinda's heten voortaan G-nuts en... we hebben gelukkig de foto’s nog om nog vaak te kunnen nagenieten!   

YOU CAN LEAVE AFRICA BUT AFRICA NEVER LEAVES YOU!

terug in de sneeuw.....

MYANMAR (1) reisorganisatie DIM-SUM februari 2012

GROEPSREIS MYANMAR


Zondagavond 5 februari. We vertrokken tegen 19.00 u richting AALSMEER waar we via internet in Hotel de Herbergh een kamer hadden geboekt. Gelukkig geen sneeuwbui onderweg.. We dronken nog een bakkie koffie met Jaap en zwaaiden hem toen uit.

We hadden daar een lekker bedje. 

 

 Maandag 6 februari .  De volgende morgen gingen we in alle vroegte met de shuttle naar Schiphol. Precies half acht schoven we in de rij om de bagage in te leveren.

De reis verliep prima, we stegen op om half elf en verder ben je dan de tijd kwijt. Er worden wat uren bijgeteld en later nog wat. En als het dan voor je gevoel nog helemaal middag is begint het te schemeren en krijg je nog een laatste snack voor de nacht.

 

Dinsdag 7 februari. Maar als je dan wat geslapen hebt en het wordt buiten weer licht en je ontbijtje staat voor je neus dan is het op je thuisklokje late bedtijd. Het tijdverschil met SINGAPORE is namelijk 7 uur. We hadden net genoeg  tijd om het vliegveld van Singapore te bewonderen en toe vertrokken we al weer naar YANGON. Op de aardbol is dat eigenlijk weer een stuk terug. Het tijdverschil met Nederland werd nu ook weer wat minder!

Daar werden we opgewacht door Klaas, onze Nederlandse reisbegeleider en Tun, de Myanmarse reisbegeleider. Die laatste was heerlijk enthousiast.

Het hotel lag 20 min rijden van het vliegveld,  Yuzana Garden hotel”. We hadden daar een prima kamer. We kregen even rust en tegen 16.00 uur gingen we met de bus naar de liggende Boeddha de Chaukatgyi Boeddha . Een immens Boeddhabeeld met prachtig bewerkte voetzolen. Ik had natuurlijk de foto al in een boek gezien en daar was ik toen niet zo van onder de indruk. Maar hier in het echie met de uitleg van Tun erbij voelde het toch heel anders.

Daarna stond de Shwedagon Pagode op het programma. Dit was heel indrukwekkend. Er waren heel wat mensen en iedereen liep rondjes rond de Pagode. Met de klok mee omdat je dan je rechterkant naar de Boeddha hebt, dit is je “goede” kant, zo toon je respect naar Boeddha of in dit geval ook naar zijn relikwieën, 6 haren..

Overal stonden beelden en kleine of grote altaren waar mensen aan het bidden waren. Er liepen ook monniken tussendoor.

Omdat het die avond volle maan was werd tegen donker de hele kring rond de pagode verlicht met kaarsen. Het zag er erg mooi uit met al die gelovigen, die in diep gebed op hun knieën lagen. Er werd ook wel in groepjes gewoon gezellig gekletst.

Het was al helemaal donker toen we terug naar het hotel gingen. We besloten daar met z’n allen een hapje te eten. Dat was geen succes, het eten liet enorm lang op zich wachten, het smaakte wel maar we waren inmiddels allemaal erg moe door toch wel gebrek aan een goede nachtrust.

 

Woensdag 8 februari. We mochten uitslapen, het was al bekend dat het vliegtuig vertraging had. We namen deel aan het ontbijtbuffet, onder andere ook nasi met een spiegelei! Tegen tienen waren we op het vliegveld en deze dag werd zo’n beetje een hele dag vliegen. Twee tussenstops hadden we. We vlogen van YANGON naar HEHO vandaar naar TACHILEIK en als laatste stop KENGTUNG oftewel KYAING TONG. Dit ligt in de zogenaamde Gouden Driehoek, zoals de grensregio van Myanmar, Laos en Thailand ook wel wordt genoemd. Het is er van oudsher het centrum van de opiumhandel en door de strijd van het leger met de drugsbaronnen is de regio rondom Kyaing Tong heel lang niet bereikbaar geweest. Vandaar ook dat we er nu  met een binnenlandse vlucht naar toe gingen. Volgens onze gids is het eigenlijk meer een vierkant dan een driehoek want China speelt hier, net als elders in de wereld een behoorlijke rol mee. Ook hier zijn ze daar niet alleen maar positief over.. Onze gids regelde alles perfect, we kregen via hem de tickets en de bagage hadden we in Yangon in het hotel gezet en in Kyaing Tong vonden we hem in het nieuwe hotel, het Princess Hotel, weer terug.

We kregen weer een uurtje om even bij te komen en toen gingen we naar een enorme boom ik meen 17 meter hoog, die in 1700 geplant werd voor de koning.

Daarna wandelden we een stukje rond het meer met uitzicht op een staande Boeddha van meters hoog. We zouden vanaf een pagode de sunset bekijken maar dat haalden we niet. Het klooster bij de Pagode hebben we wel uitgebreid bekeken. Mooi om al die monniken bezig te zien. Er waren veel kinderen die eerst volop aan het studeren en spelen waren en later met z’n allen, geroepen door flinke belslagen in de tempel op de knieën hardop mantra’s gingen opzeggen. Het was een heel aparte sfeer. Ook hier vertrokken we weer in het donker.

We aten in een restaurant met gerechten uit de streek, daar was niets mis mee!


Donderdag 9 februari. We gingen om 7 uur aan het ontbijt, om 8 uur stapten we in de bus. In twee uur lang reden we door mooie landschappen, rijstvelden maar ook prachtige berglandschappen met mooie dalen. Toen begon de wandeling. Volgens onze gids Tun een paar ups en een paar downs… Maar het bleken flink wat ups te zijn. We liepen eerst naar het verste dorp in ongeveer 2 uur tijd. We gingen de LOI stam bezoeken. De zon bakte flink op onze schouders! We aten ons lunchpakket met chopsticks tegen de muur van een klooster. Heerlijk was het, een soort mie met groenten en een eitje.


Daarna bezochten we de families in de longhouses. Het is er een donkere bedoening binnen. Iedere familie heeft zijn eigen vuurplaats. Er kunnen in zo’n longhouse in dit dorp wel 100 mensen wonen. In het donker met een vuurtje, een open kast met de keukenspullen en de slaapkamer achter een wand met deur.

Er werden wat manden gevlochten en longy’s geweven. Verder was er weinig activiteit. We hoorden later dat dit een rijk dorp was. We zagen hier grote huizen met ook golfplaten daken. Een vrouwtje was nog buiten bezig rijst te ontvliezen met een grote stamper.

Het eerste dorpje vonden we na een uurtje lopen op de weg terug naar de bus. Hier waren de longhouses duidelijk kleiner maar ook nog authentieker met grasdaken. We werden er snel doorgeleid, ik had nog wel wat langer willen kijken en even zitten.. maar ik realiseerde me pas dat het wel erg snel ging toen ik er al weer uit was. Ik had nog graag wat meer informatie gehad over hun manier van leven. Hoe ze geld verdienen als dat dan niet met drugs is. Maar dat ga ik morgen allemaal een vragen want dan gaan we weer wandelen, naar vier dorpjes nog wel.

Nu waren we om 18 uur weer thuis. Lekker douchen en op zoek naar een restaurantje voor het avondeten. We zochten even naar het chinees restaurant wat ons was aangewezen door Tun maar toen we het niet konden vinden besloten we in dezelfde gelegenheid als de avond daarvoor te gaan eten. Heerlijk gegeten, met 6 personen schoven we de hapjes lekker door naar elkaar. Tegen 22 uur (16.23 uur in Nederland) het bedje opgezocht, en slapen moest wel lukken!

 

Vrijdag 10 februari. Om 8 uur vertrokken we naar de waterbuffelmarkt. Het was al aangekondigd.. heel weinig buffels. De reden is dat voornamelijk de Chinezen de buffels kopen. Eerder waren dat de Thai maar de Chinezen betalen meer dus gaan die met de meeste buffels naar huis. Nu waren er maar zo weinig op de markt omdat van de verkopen die op markt gebeuren er ook aan de staatskas moet worden betaald, dit wordt nu omzeild door de verkopen op het land bij de boer te laten gebeuren. Goed na die schamele 11 buffels te hebben bekeken en er door de gidsen de nodige informatie over gekregen te hebben( we zouden er nu zelf ook wel een kunnen gaan kopen we weten nml. waar we op moeten letten..) deden we een korte rit op weg naar het eerste dorp. We stapten uit in een straat waar ook whisky stokerijen waren. Dit wordt hier gemaakt van sticky rice. We hebben gekeken hoe hier het basisproduct voor whisky werd gemaakt. Zo gaat het in de ruwe vorm naar Thailand waar er verder de smaak aan wordt toegevoegd. Vandaar vertrok onze wandeling, eerst was er nog een hele discussie wie er in de tucktuck ging. Die was geregeld omdat er mensen waren die niet gingen wandelen en weer anderen die hun bagage niet konden dragen.. Maar toen er een optie leek voor meer mensen om mee te rijden waren er natuurlijk ook weer meer mensen die dat wel wilden. Het werd een eindeloos heen en weer gepraat zo erg dat de eerste mensen alvast maar begonnen met de wandeling. Uiteindelijk volgde de rest ook. Het bleek een prachtige wandeling over een goed pad met prachtige vergezichten en bijna het hele stuk dat we stegen liepen we in de schaduw. We bezochten 4 dorpjes. We werden enthousiast ontvangen met groene thee. In dit dorpje verkochten ze veel zelfgemaakte tasjes, mutsen, blouses en mutsen. Dit was de Akha stam. Dit is een van de meest kleurrijke stammen. Ze wonen ook in China, Laos en Thailand. De vrouwen zijn gemakkelijk herkenbaar aan hun uitbundige hoofddeksel vol zilveren bellen en muntstukken.

De Akha zijn weer onderverdeeld in 7 subclans, elk met een eigen type hoofddeksel. Ze wilden graag poseren voor de foto. Je kon met ze lachen onder het kopen van sierraden of tasjes. Ze zagen er ook prachtig uit. Mooie geborduurde blouses, zwarte rokken en beenbeschermers. En mutsen met veel slingers van witte kralen en glimmende metalen bollen. We liepen zo vier dorpen af, ze lagen dicht bij elkaar. De ene was Boeddhistisch, een was er Animistisch, een was er Christelijk en de laatste was een mix van alles. We kregen nu meer informatie over hun manier van leven, dat maakte het wat boeiender. Tegen drie uur gingen we na een heerlijke wandeldag terug naar het hotel…. We reden door weer een prachtig landschap met net aangeplante rijstvelden. Dat heeft een prachtige kleur groen zo in het middagzonnetje.

We namen nog een drankje aan het meer in het stadje en na een heerlijke douche ben ik nog even een kort berichtje op de site gaan zetten. Dat ging goed maar de email openen lukte niet, jammer. We hadden voor vertrek al gehoord dat email wel een probleem zou worden.. Ook onze telefoon was meteen na aankomst helemaal dood en bleef dat ook tot we op de terugweg weer onze tussenstop hadden op Singapore. We dineerden weer in hetzelfde restaurant als de dag daarvoor. Heerlijk. En nu is het weer tien uur… dus bedtijd!

Zaterdag 11 februari. We gingen al vroeg naar de markt. We kregen uitleg van Tun over het verschillende voedsel. Heel veel verschillende groentes, heel vers, veel kippen die gevild klaarlagen met de kop er nog aan.

 

Alle ingewanden lagen uitgespreid op tafel. Zelfs de eieren in aanmaak zonder schaal, drie op een rijtje. Verder zag ik nog vreemde leverkleurige plakken, dit bleek gestoomd bloed. Dit wordt dan weer in stukjes gesneden aan de soep toegevoegd. De vissen lagen nog te happen naar lucht er sprong er zelfs een achter in mijn schoenen, tot grote hilariteit van Tun. Hij vertelde dat alles vers naar de markt komt, de vissen net gevangen, de kippen net geslacht. Wat wordt gekocht gaat thuis meteen in de pan en de rest wordt op de markt klaargemaakt en dan meteen als maaltijd verkocht. Overal kun je eten kopen en ook op de markt stonden lange tafels waaraan mensen zaten te eten. Ook kun je levende vogeltjes kopen die je dan in een van grasstengels gevouwen kooitje meeneemt. De bedoeling is om ze dan later met een wens weer de vrijheid te geven, Geluksvogeltjes noemen ze die, ze hebben inderdaad geluk als ze worden gekocht! Na een uurtje intensief rondkijken, veel groeten en veel foto’s gingen we met ons busje terug naar het hotel waar de koffers weer werden ingepakt.

Onderweg passeerden we de universiteit net buiten de stad. Tun vertelde ons dat ze sinds de laatste studentenopstand  nu alle universiteiten buiten de steden bouwen. Ze kunnen dan als er weer een opstand is, de studenten buiten de stad houden. Het probleem is nu wel dat veel jongeren  eerder uit het gezin en familie weg zijn wat niet zo goed is voor de binding met hun cultuur. Jongens en meisjes gaan vrijer met elkaar om en huwelijken worden nu vaak jonger gesloten vaak ook vanwege zwangerschappen waardoor ook de studies niet worden afgemaakt.

Onderweg naar het hotel deden we nog het dorp van de Aku stam aan. Vrouwen droegen mooie mutsen en al pijprokend gingen ze op de foto. Ze verkochten ook sierraden. Ik maakte er maar een leuk spel van om te proberen wat van de prijs af te krijgen. Toen ze door hadden dat ik toch wel wilde betalen speelden ze het mooi mee en zo kreeg ik ze toch nog  lachend op de foto

Het mooie was ook toen ik had betaald kwam ze me nog achterop om thank you te zeggen. Dat liep uit op een gezellige knuffel. Zolang we daar nog in het dorp waren liep ze iedere keer weer even naar me toe om even tegen me te lachen of me aan te raken. Geweldig om zo contact te hebben met mensen waarvan je de taal niet spreekt en zo’n andere cultuur hebt.

 

We waren langs een erg steile helling omhoog geklommen om in het dorp te komen. Nu moesten we dat zelfde pad ook weer naar beneden.. Gelukkig kwam iedereen zonder te vallen, heelhuids weer aan. We deden eerst nog een lunch en toen  was het vliegveld aan de beurt. We vlogen terug naar HEHO. Helaas had de vlucht voor ons wel een uur vertraging, er was iemand verkeerd uitgestapt en daar was het vliegtuig voor teruggegaan… We hadden verder wel een goede vlucht, het was misschien maar een half uurtje vliegen maar de middag liep toch al op een eindje toen we in de bus stapten om op weg naar het hotel nog een monastry met tempel aan te doen, de Shwe Yan Pyu Monastry. Het was een erg oude houten tempel, ik geloof 17e eeuw. De tempel had ovale open ramen  met daarboven kleine vensters met gekleurd glas. De bijbehorende stenen tempel had enorm veel nisjes met in elk nisje een Boeddhabeeldje, soms was dit beeldje ook aangekleed.

 

 Tegen de  wand waren voorstellingen geplakt, brons met gekleurd glas. Tun kon daar meteen weer veel verhalen over vertellen. Één was wel grappig dat was een afbeelding van een boom waarin vrouwen hingen. Eronder stonden mannen afgebeeld. Er was er zelfs een met een stok vrouwen uit de boom aan het slaan..

In het donker arriveerden we in het hotel waar we werden ontvangen met life muziek en een glaasje limonade. ‘s Avonds in het stadje kwamen we Marianne tegen. Zij reist met Baobab en we kennen haar nog van de reis naar India. We hebben gezellig bijgekletst en daarna met onze eigen groep gegeten.

 

Zondag 12 februari. Deze dag werd helemaal doorgebracht op het Inlemeer. We vertrokken om half negen, met vijf personen zaten we in een lange houten boot in houten stoelen achter elkaar. Zo werden we verdeeld over drie boten. Wij hadden een aardige kapitein, een klein mannetje met anderhalve tand in zijn mond,, het was allemaal verrot door het betelnoot kauwen. We zagen al snel de vissers met hun korven roeiend met een been om de roeispaan geklemd. Een mooi gezicht en ze namen alle tijd om te poseren.

We vaarden in een prachtig landschap over het meer, hoge bergen aan weerszijden in de skyline. Op de toppen zag je de silhouetten van tempels en pagodes. We vaarden eerst naar de drijvende markt. We gingen van de boot af en moesten eerst de souvenirmarkt passeren om bij de eigenlijke markt te komen. Bij de souvenirs zag je veel houtsnijwerk. Bestek met parelmoeren heften en natuurlijk een overvloed aan Boeddhabeelden, veel lakwerk ook. En natuurlijk kleding, prachtig mooi maar meer in de maatjes van de Myanmarse vrouwen. Ook zijden spulletjes waren er te koop en dan natuurlijk nog al de prullaria die je op iedere toeristenmarkt ziet.

 

Daar waren ook twee langnekvrouwen aan het weven. Het is een bijzonder gezicht,  het ziet er erg onnatuurlijk uit. Ze bewegen zich ook erg stijf en lachen daar was al helemaal geen sprake van maar dat kon ik me dan ook wel weer voorstellen als ik de tanden zag! Mooie foto’s hebben we kunnen maken op de groentemarkt en daar had ik mandarijnen gekocht die ik dan weer uitdeelde aan kinderen en soms aan vrouwen die ik op de foto zette. Ik had er twee bewaard voor de kapitein die er verrast mee was. De volgende stop was bij een papierbedrijfje. Hier werd van pulp van boomschors papier gemaakt. Sommige vellen werden ook belegd met bloemen en die waren dan weer meer geschikt om lampenkappen van te maken. Ook hier was weer een winkel bij om wat van deze spullen die je net had zien maken te kopen. Buiten op het balkon zaten twee meisjes van een jaar of tien met ook de ringen van de langnekvrouwen om hun nek. Beginnelingen zogezegd, ze poseerden leuk en dan ook echt met plezier. Ze zaten lekker als twee jonge meiden te giechelen. Toen ik tussen hen in ging zitten met mijn bellenblaas vonden ze dat meteen leuk, een haalde haar eigen bellenblaasje en zo hadden we samen lol.

 Vandaar vaarden we door dorpjes met huizen op palen in het water naar een tempel, de Phaung Daw Oo Pagode. Daar waren vier Boeddha’s die stonden midden in de tempel, de bedoeling was dat je in de tempel goudplakjes kocht en die dan op de Boeddha”s plakte. Alleen mannen mogen dit doen.. De Boeddha’s hebben ook niet echt meer de vorm van een Boeddha, kleine ronde propjes van goudplakjes. Eenmaal per jaar is er een feest dan worden de Boeddhabeelden rondgevaren op het Inlemeer. De grote gouden koningsboot vaart dan voorop. Veel van die lange houten boten eromheen met daarop veel roeiers. We zagen de foto’s en het moet echt een prachtig feest zijn. Na dit allemaal bekeken te hebben  vaarden we naar het restaurant. We zaten in een lekker briesje met aan drie zijden uitzicht op het water en de huizen. Het is ook heel speciaal om door de dorpen te varen en zo het dagelijks leven te bekijken. Er wordt gewinkeld in wat grotere gebouwen op palen, maar met een interieur zoals iedere winkel hier. De was wordt gedaan onder aan de steiger gewoon in het water van het meer. Overal zie je grote gasflessen staan dus daar wordt waarschijnlijk op gekookt.  Er is elektriciteit want we zien stroompalen staan. Verder zal er de laatste honderd jaar weinig veranderd zijn daar. We hadden een voortreffelijke lunch en geheel verkwikt stapten we weer aan boord. Voor de kapitein had ik weer wat snoepjes meegenomen. Bij de tempel had ik ook een lolly voor hem gekocht en daar moest hij wel om lachen.

 

We bezochten die middag nog een spin en weverij, prachtig, alles handwerk. Schitterende kleuren werden er gemaakt. Vroeger werd alleen geverfd met natuurlijk materiaal maar nu worden er wel chemicaliën gebruikt. Een vrouwtje zat in haar eentje dit ongezonde werk te doen. We bekeken daar ook het schooltje met ouderwetse schoolbanken maar weer wel een whitebord. Ook hingen er veel platen aan de muur met vogels en vissen.

Een sigarenmakerij bekeken we ook nog, veel vrouwtjes zaten daar de sigaren te rollen, helaas voor de mannen niet op de blote dijbenen…

Ze maakten een melange en met behulp van een soort mal werden de sigaren gerold. Mooie vrouwtjes die met acht bij elkaar in kleermakerszit sigaren maakten dus de camera’s klikten weer volop! Ik kocht nog sigaren voor de kapitein en toen stapten we weer in de boot voor de laatste halte, de tempel met de springende katten….. NNgo Phe Chaung Monastry. We waren nog maar net binnen en daar kwam al een vrouw met een poes en een hoepel aangelopen. De bel klonk en de poes moest gaan springen… Echter een poes blijft een poes, ook in een tempel… Maar toen iedereen begon te twijfelen en de fotografen wat minder geconcentreerd waren sprong ze dan toch. Het kunstje werd toch nog een paar keer herhaald. Het was een mooie tempel met prachtige beelden. We kregen meteen weer uitleg van Tun over de verschillende uitvoeringen van de beelden  met één bedekte schouder of met twee, de stand van de handen geeft ook aan waar die Boeddha voor staat. En al rondlopend in deze tempel zagen we ineens Marianne weer. Ook zij had die dag op het meer rondgevaren en erg genoten. We dachten elkaar zo half en half ’s avonds nog wel tegen te komen maar dat is niet meer gebeurd misschien verderop in de reis nog wel. Wij aten die avond bij een stalletje langs de weg. Een gegrild visje maar voor het toetje, het was tenslotte zondag gingen we voor een chocolade pannenkoek met banaan..

 

Maandag 13 februari.

Al om half acht vertrokken we weer met de boten over het Inle meer. Er waren voor deze dag 4 boten geregeld zodat de bagage ook mee kon. In iedere boot lag bagage en zaten vier personen. Boot 3 was onze boot die dag met Marianne en Arnold. En dus ook weer een nieuwe kapitein. Ik had nog wel even gezwaaid naar die van gisteren. Het was koud bij vertrek en we hadden nu een jonge knul als stuurman, die ging wat sneller dan gisteren. Er werd nu ook niet gestopt bij de vissers. We moesten die dag ongeveer 4 uur varen. Het meer is verdeeld in 3 stukken en wij gingen van Noord naar Zuid en eindigden dus bijna bij de stuwdam waar Myanmar een groot deel van zijn energievoorziening vandaan haalt. Onderweg hadden we mooie uitzichten op de bergen met aan weerskanten  de silhouetten van Tempels en Pagodes. Tun heeft ons uitgelegd dat alles Pagode heet, die zijn dan weer onder te verdelen in Tempels, daar kun je naar binnen en Stupa’s, daar kun je niet in dat zijn dichte, vaak gebouwtjes met torens en die bevatten bijvoorbeeld beeldjes of relikwieën van Boeddha.

We kwamen weer veel vrachtverkeer  tegen en ook een soort busboten waar veel volwassenen met kinderen op zaten. Iedereen was vriendelijk en er werd veel gezwaaid. Na twee uurtjes varen stopten we bij een de Takhaung Mwetaw Pagode.

We zagen hem al uit de verte, enorm veel mooie Stupa´s met een soort paraplu van ijzer er boven op. Hier zitten dan belletjes aan wat een heel bijzonder effect geeft. Je loopt dan rustig te genieten langs de mooie stupa´s en dan ineens klinkt er zo´n helder geluidje om je heen. We keken nog even in de tempel, daar bewaarden ze heel oude beeldjes van brons en klei die werden gevonden in een ingestorte Stupa. De Stupa´s hadden mooie kleuren in alle tinten terra. Mooi gedecoreerd waren ze ook.

Na hier een half uur te hebben rondgekeken en Tun nog een legende had verteld over Hamin die plat over een stroom water ging liggen om de mensen de oversteek te laten maken. Als dank hiervoor kreeg hij vijf lotusbloemen. Hij wordt vaak afgebeeld in Boeddhistische tempels. Na dit bezoek liepen we weer, door wat bebouwing, terug naar de boten. Een vrouwtje was in haar tuin bezig een soort kroepoek te maken. Dit gebeurt hier zonder olie. Ze heeft wat hele fijne kleikorrels in een grote schaal op een vuur. Hierin wordt de ongebakken plak gelegd. Zij bedekt hem met de korrels en je ziet hem meteen gaan zwellen en hij is ook meteen eetbaar. Hele stapels maakte ze om weer op de markt te kunnen verkopen.

In de kleine riviertjes langs de weg werd de was gedaan en moeders en kinderen kwamen naar ons toe om ons een hand te geven. Heel vriendelijk waren ze allemaal. Het restaurant lag aan het water met uitzicht vrijwel rondom. Gert zag nog een speciale ralreiger, een Chinese.. geen grapje, hij was mooi getekend. En ook een roodborst tapuit. Onder weg scoorde hij nog een wouw met prooi en verschillende zilverreigers met rode poten. Ook nog iets wat leek op onze blauwe reiger maar dat moet nog gedetermineerd gaan worden. Na een heerlijk lunch, voor omgerekend 7 euro voor 2 personen gingen we weer verder voor het laatste stukje van anderhalf uur. De kapitein maakte flink snelheid en de paraplu´s moesten op om niet helemaal kletsnat te worden. Het was wel een mooi gezicht die lange boten met in ieder boot andere kleuren plu´s. Zo arriveerden we op het punt waar de bus stond te wachten. Dit lag al dichtbij de stuwdam. Toen de kapitein van de dag daarvoor me hielp uitstappen zei hij dat hij me zou missen en iedere dag aan me zou denken…. Er stond een onwijs grote touringcar voor ons klaar. Binnen hingen paarse guirlandes met kwastjes rondom. Een flatscreen aan boord en de stoelen nog helemaal in het plastic en het was ook niet de bedoeling dat dat verwijderd zou gaan worden… Tun probeerde meteen de microfoon en daar zat een ontzettende echo op.. Van de weeromstuit begon hij meteen te zingen… Het bleek ook een installatie voor karaoke.. Alles werd uitgetest zo ook de airco met als gevolg dat we na een kwartier allemaal zaten te bibberen van de kou. De weg bleek niet echt geschikt voor deze touringcar, smalle onverharde wegen en zelfs een smalle houten, brug. Maar de eigenaar reed hem zelf en hij was er duidelijk erg trots op.. We deden nog een dorpje aan onderweg.

Het was heel duidelijk dat we misschien wel niet de eerste toeristen hier waren maar er waren er ons duidelijk nog niet veel voor geweest. Iedereen kwam uit de huisjes en schudde onze handen en zo werden wij uitgebreid bekeken. Precies zo als wij dit naar hen deden. Aparte ervaring weer! Bijzonder vriendelijke mensen vonden wij. Toen nog het laatste stukje en daar waren we in ons nieuwe onderkomen. Duidelijk wat minder luxe dan het tot nu toe is geweest. Wij troffen het met de kamer. Alles zat erop en eraan, veel ruimte, grote koelkast, balkon, twee bedden ramen, twee airco’s. Beetje basic maar alles werkte en het bed voelde goed aan. We hadden weer een drie kwartier vrij en dan moesten we ons weer melden als we mee wilden voor het diner. We kwamen terecht in een klein eenvoudig restaurant. Ik had helemaal geen honger maar onder het mom, je moet toch wat eten, nam ik een soepje. Het bleek een zeer grote schaal vol soep met veel groenten en noedels. Lekker!

Het was weer 22 uur toen we terug kwamen op de kamer. Geen vrij uurtje gehad deze dag. Het programma zit wel erg vol maar ik zou toch ook weer liever niets hebben willen missen..

 

Dinsdag 14 februari, Valentijnsdag! Tegen half zes werd ik wakker en met een flinke spurt was ik net op tijd bij het toilet… Dat was lang geleden dat mijn ingewanden zo compleet van streek zijn geweest op vakantie. Ik geloof niet dat ik iets verkeerds heb gegeten, gewoon vermoeidheid denk ik… Een paar uur en wat pillen later durfde ik wel weer een toast met suiker en een kopje bouillon te nemen.. Gaandeweg de dag ging het wel wat beter en hield ik me verder aan gestoomde witte rijst met bouillonpoeder. Kopje groene thee met suiker daarbij. Verder veel water gedronken en zo hield ik dan toch mijn zouten op peil.. We stopten al snel na vertrek bij een markt. Mooie en vooral ook heel vriendelijke mensen. Ik ging een beetje in mijn eentje op pad. Leuk, mandarijntjes kopen, waar ik er dan meteen weer een paar uitdeelde aan een paar bedelmonnikjes, die ik natuurlijk eerst op de foto had gezet. Heel relaxed is het hoe graag iedereen op de foto wil, wel weer jammer dat ze zo echt poseren… vanaf de markt waar we een klein uurtje rondkeken zijn we naar de grens van het Cayar gebied gereden. Het eigenlijke plan was naar de dorpen van de Padaung langnekvrouwen te gaan. Maar we reden tot de slagboom, daarna was het oorlogsgebied. Sinds kort wordt er weer gevochten en mag je dit gebied niet meer in. De groep is inmiddels leuk op elkaar ingespeeld. We kennen nu zo’n beetje  elkaars bijzondere eigenschappen. Heel opmerkelijk is hoe snel dat altijd gaat in zo’n groepsreis. Ik had in het begin een beetje mijn twijfels maar nu blijkt toch dat iedereen leuk met elkaar door de bocht kan. Er is veel humor en toch ook respect naar elkaar. Maar goed waar was ik gebleven, de Padaung langnekvrouwen, we zagen er al een paar bij onze rondvaart op het Inlemeer. Daar poseerden ze echt, statig keken ze in de lens, geen lachje kon er af. Alleen de kinderen reageerden echt natuurlijk. Hier in de KAYAH dorpen gingen we langs verschillende woningen waar deze vrouwen met hun gezin wonen.

 

Wat wel opviel was dat ze allemaal ontzettend op elkaar lijken. Bij de eerste dacht ik, net zoals anderen in de groep, deze heb ik al gezien. Klein hoofdje, ondersteund door soms wel 14 bronzen ringen. Breed gezichtje en een ontzettend smal lijfie daaronder. Ze droegen een witte tuniek, vrij grof eigen geweven katoen. Ronde de benen hebben ze ook dezelfde geweven stof als een soort beenbeschermers om, de benen zijn dan beschemd als ze langs doornige struiken lopen. Rond de benen dragen ze ook weer bronzen of soms zilveren ringen. Het poseren ging nu wat natuurlijker in hun eigen omgeving. De ene was aan het weven de volgende was aan het houthakken etc. Wel probeerden al de families wat bij te verdienen  met de verkoop van geweven tassen en sjaals. Dan hebben ze aan mij wel een goeie, bij de eerste was ik al gevallen voor een sjaal en bij de volgende ging ik om voor een schoudertas. Ik heb eens gewogen hoeveel die nekringen wegen maar dat is echt heel veel, volgens Gert vijf kilo! Er zit aan de achterkant een bamboelat waardoor het hoofd recht op het lichaam blijft staan. Het duurt 3 uur om deze ringen weer om te doen en daar is altijd hulp bij nodig. Dus zo heel vaak gaat hij niet af.

 We wandelden op ons gemakje door het dorp. Ton demonstreerde nog hoe hij zijn LONGYI aandeed, en ook nog hoe de longyi opgebonden wordt als ze gaan sporten. En om te plassen vertelde hij lachend, ideaal! Je rolt hem van achter een beetje op, je gaat op je hurken en je kunt alles gewoon laten lopen zonder iemand het ziet… Hij is een hele aardige vent die graag en gemakkelijk lacht. Zijn Engels is soms wat moeilijk te volgen vanwege de klemtonen die net wat anders worden gelegd. Een rotonde heet bij hem ook geen roundabout maar een rotary..  En zo kwamen we iedere avond aan bij ons hótul..

Door al dat gezellige gewinkel in het dorp van de langnekvrouwen waren we helaas te laat voor de line-up van de monniken. Dat vond ik wel erg jammer. We krijgen waarschijnlijk nog wel de kans in  Mandalay maar het zal dan wel met veel meer toeristen gedeeld moeten worden. Het was nu al vaak storend om met de hele groep om zo’n vrouwtje te staan.

Na het dorp wandelden we weer naar onze bus die er nog steeds als een soort boudoir uitziet met z’n paarse gordijnen en kwastjes en zilveren bekleding. Er zat een toeter op als een misthoorn. De eigenaar reed nog steeds zelf en hij vond de toeter vast erg bijzonder want hij gebruikte hem vaak! De lunch namen we in hetzelfde restaurant als het diner de avond daarvoor. Ik hield het bij groene thee met suiker en steamed rice met bouillonpoeder.

Na  een gezellige lekkere en ontspannen lunch met uitzicht op de rivier zochten we weer een plekje in ons rijdend boudoir en was de volgende stop bij een weverij. Op het Inlemeer zagen we nog hoe er traditioneel geweven werd, alles met de hand. Hier stonden allemaal grote machines en was het een kabaal van jewelste. Een vrouwtje uit de groep begon meteen oordopjes uit te delen. Ondenkbaar om hier dag in dag uit te moeten werken!

Natuurlijk werd deze uitstap weer afgesloten met een bezoek aan de winkel die bij deze fabriek hoorde. Mooie stoffen voor een belachelijk lage prijs.. dus daar ging ik weer..! Ik denk dat dit onderdeel wel geschrapt zou kunnen worden in het programma.

Ik koop de lapjes eigenlijk net zo lief op de markt, maar ik ben niet alleen. Tijdens het shoppen zaten de mannen lekker aan de groene thee. Heel bijzonder dat je overal in dit land de groene thee gratis kunt krijgen en hij smaakt ook goed.  Bij al dat water dat we hier vanwege de warmte moeten drinken is een kopje thee dan een lekkere afwisseling.

En daar gingen we weer met ons hele boudoir op zoek naar een dorp waar we vrouwen in originele klederdracht konden treffen. Twee dorpjes deden we, in de eerste woonden vrouwen met zwarte kleding en prachtige meest oranje en soms purperkleurige doeken op het hoofd. Ook hier weer alleen vriendelijke mensen die hun huizen ui kwamen gelopen om ons de hand te schudden en als je dat vroeg wat verlegen te poseren voor de foto. Kinderen waren over het algemeen erg verlegen en zochten de bescherming van moeders rokken of armen. Midden tussen de twee dorpjes stonden de school, een sportveld en natuurlijk de monastry. Deze gebouwen werden door beide dorpen gebruikt.

In  het volgend LOIKAW PAO dorp liepen de vrouwen die qua kleding wat van vogels weg zouden hebben, zij waren van de Kauahstam. Ze droegen een witte sjerp met rode uiteinden, deze doek om hun schouders zou doen denken aan de vleugels van de Mythische vogel. Om hun dijbenen droegen ze zwarte rotan ringen dit was dan om het wegvliegen te voorkomen. We keken ook nog even in een distilleerderij, gewoon in een woonhuis, Hier werd alcohol gestookt van rijst. Met name de sticky rice is daar erg geschkt voor. Nu gingen we snel terug naar ons stadje LOIKAW. Daar hebben ze pagodes gebouwd boven op de rotsen en we wilden daar op tijd zijn voor de sunset (zonder whisky). Aansluitend liepen we nog even, toen we weer beneden waren naar de monastry waar wel 100 monniken hun mantra’s opzeiden. Loop maar naar voren zei de gids tegen mij, maar daar zaten al die monniken op hun hurken te bidden daar kon ik toch niet zomaar tussendoor gaan lopen… Maar na herhaald aandringen van hem heb ik de stoute schoenen deze keer maar uitgetrokken en ben tussen ze door naar voren gelopen. Heel  bijzonder gevoel om dat eens te ervaren.

Toen ik daarna weer buiten kwam was het helemaal donker geworden en was de dag om. Het was een volle dag maar toch wel weer ontspannen rondgekeken. Restte ons nog het diner, nu in het andere restaurant van het dorp. Hier hadden ze zelfs Afrikaanse wijn en ook Myanmar wijn.. Net nu mijn maag dat zeker niet kan verdragen!!

Verder hebben we nog nergens wijn gezien, wel bier, in fles, blik en tap. Iedereen is het er over eens dat ze hier lekker bier hebben!

 

Einde deel 1 ven het reisverslag! Lees verder in deel 2!

 

MYANMAR (2) reisorganisatie DIM-SUM februari 2012

DEEL 2 REISVERSLAG MYANMAR

Woensdag 15 februari. Lekker geslapen en het lijfje voelt wel weer goed. Het ontbijt heb ik beperkt tot toast met suiker en een kopje bouillon. Deze dag was een lange reisdag, 250 km moest er overbrugt worden. Na een half uurtje was onze eerste stop al, op de markt.

 Deze markt was een vijfdaagsemarkt, er werden veel betelnoten verkocht. Ze worden verkocht in een blad van de betelnotenstruik, daarop wordt een wit mengseltje gesmeerd uit een klein potje, wat zwarte pasta die in kleine torentjes uitgestald stond werd daar weer op gedaan. Tenslotte nog wat anijszaadjes erbij . Dan werd het blad dichtgevouwen en kauwen maar. Ik denk dat wel meer dan de helft van de inwoners van Myanmar rode, kapotte tanden hebben van dit spul. Hun tong en lippen zijn ook vuurrood. Het is dan ook echt geen gezicht als je deze mensen ziet lachen! Verder werd er nog van alles gebakken wat er heerlijk uitzag, brooddeeg in pinda/sesamolie. Verder waren er ook ronde koeken die in olie gebakken werden . Daar zat dan kokos en maanzaad in. In de bus werden dat verder vanwege het maanzaad speedkoeken genoemd. Ze bleken een beetje naar peperkoek te smaken. We zagen hier weer de stoffen die we al eerder geweven hadden zien worden. En ook de tasjes die we in een dorpje hadden gekocht. Ik kocht nog een LONGYI voor een van de jongens, een mooie paarse. We zagen ook nog een langnekvrouw zonder de ringen. Ze was meteen herkenbaar aan haar toch wel lange nek en kleine kopje. Ze werkte nu met haar man op de boerderij en bij dat zware werk zijn die ringen veel te zwaar en kan ze eigenlijk haar hoofd ook niet buigen. Tijdens het praten zo op de markt deed ze dat nu wel en ik was toch steeds maar bang dat er iets zou breken. Ze was heel aardig en ze poseerde nog net zo voor de foto als toen ze haar ringen nog om had. Als ze nu weer contact heeft met de andere leden van haar stam dan moeten de ringen weer om….

Na een kleine drie kwartier nestelden we ons weer in het boudoir op wielen voor de lange zit. We zaten nog steeds op het plastic, dat mag er van de directeur onder geen beding af! Gelukkig heeft hij de strijd met de airco wel opgegeven. Die staat nu uit. We hebben inmiddels de Cayar State verlaten en rijden nu in de Chan State..

De landschappen onderweg waren echt prachtig. In het begin van de rit zagen we nog veel sawa’s waar werd gewerkt met ossenkarren. Prachtig gezicht is dat altijd als ze in de rijstvelden aan het werk zijn. Later kwamen we meer in de hoge bergen en zagen we veel terrassen. Er groeide geen rijst meer , het zag er als droog stro uit maar die terrassen gaf wel een speciaal effect aan het landschap, zeker als dit zoals hier begrenst werd door stukken land met donkerrode aarde. Het was een lange zit maar Tun regelde nog een pie-stop bij een winkeltje, een Frans toilet met in een hoekje op hurkhoogte een spin van wel 10 centimeter. De lunch deden we in een restaurant en omdat we toen in het theegebied waren kon je in het winkeltje van het restaurant theespecialiteiten kopen. Allemaal eenvoudig in plastic verpakt. Nog niet echt berekend op veel toeristen. Dat was in de streek die we net hadden verlaten ook zo. Onze gids daar begon nu voor het eerst klanten te krijgen, tot voor kort was er voor hem qua toerisme niets te doen omdat dat stuk van Myanmar nog steeds niet open was voor toeristen omdat er nog steeds veel ongeregeldheden waren. Hij was dus blij met ons en vroeg ons toch vooral thuis te vertellen hoe mooi het in zijn streek was, dus bij deze!

We zaten de rit uit tot half vijf toen stopten we bij een tempel in een grot, de cave temple in KALAW: Myin Ma Hti Temple. Buiten stond een heel veld met gouden Stupa’s.

Binnen in de grot stonden overal Boeddhabeelden en beeldjes. Het was een echte kruip door sluip door grot. Tun had natuurlijk weer veel verhalen bij de afbeeldingen van deze Boeddha’s. Een ging over de tijd dat Boeddha zich terug trok in de natuur en zes of zeven jaar in afzondering

met zeer schrale maaltijden  leefde. Hij at eigenlijk steeds minder omdat hij de staat van Nirvana wilde bereiken. Uiteindelijk lukte dat zo niet en moest hij voordat hij er aan zou overlijden terug naar het gewone leven en daar kreeg hij toen wel die staat van verlichting en vanaf dat moment is hi, als een leermeester de mensen gaan vertellen hoe ze goed konden gaan leven. Vanaf toen heette hij Boeddha en zijn volgelingen zijn dus Boeddhisten. De Boeddhisten leven niet om het zelf goed te hebben maar delen alles met anderen. Ook al zijn ze arm zullen ze toch delen met anderen zo zal, volgens Tun, in Myanmar nooit iemand sterven aan de gevolgen van zijn armoede, hij wordt altijd door anderen of het klooster geholpen. Deze uitleg kwam bij het beeld van een zeer magere Boeddha, je kon zijn ribben tellen. Later was er nog een plek waar een aantal grote Boeddhabeelden bij elkaar stonden, een had een krans van lichtstralen om zijn hoofd. Een beetje zoiets als je bij ons wel ziet als er borden buiten staan voor de vuurwerkreclames. Dus Peter uit de groep vroeg wat het verhaal was bij die Las Vegas Boeddha… Dit beeldde dus de verlichte Boeddha uit.. Hier vertelde hij van de twee Boeddha’s, de ene wordt meestal afgebeeld als de mollige Boeddha met zijn dikke ronde buik de Maharana Boeddha, deze kwam later dan Taravada Boeddha, dit is de originele Boeddha en dit is ook de Boeddha van Myanmar. Maharana zie je meer in China en Japan. Maharana Boeddha verkondigd in zijn leer dat je bij wijze van spreke allemaal samen in de bus moet stappen om samen  te werken aan een beter leven.

De slanke Boeddha, die met die krullen op zijn hoofd, Taravada  is de Boeddha die zegt dat je zelf moet zorgen om goed te worden en goed te doen, hij is als het ware de chauffeur van zijn eigen auto. Deze laatste wordt hier dus gezien als de Boeddha die ze willen volgen.

Ik ben toch wel blij om nu wat meer te horen over dit geloof. Na deze ervaring op blote voeten door een koude grot met veel natte glibberige plekken. Plekken waar je stilstond om te luisteren naar de verhalen van Tun terwijl je dacht dat je van de kou je tenen niet meer kon bewegen… dus waren we blij toen we weer buiten in het late zonnetje stapten. Het was daarna niet ver meer naar het hotel, “Dream Villa Hotel” in Kalaw. We aten die avond bij de zeven zusters en wie zat daar jawel, Marianne uit de Rijen. We kletsen weer even bij en aten er heerlijk. Ik waagde me weer aan een gestoomd visje met gestoomde rijst. Het smaakte me goed.

 

Donderdag 16 februari.  Ik werd al vroeg wakker van het belletje van de bedelmonniken. Toen ik aangekleed beneden kwam was er geen monnik meer te zien. Wel heb ik nog even een foto gemaakt van een gouden tempel. Alles in deze straat straalt armoede uit en de tempel staat daar goudglanzend tussenin. De boeddhisten geven veel aan de monasty en de tempels want daarmee proberen ze een betere plaats in het hiernamaals te verkrijgen, het is dus belangrijker dat er aan Boeddha geofferd wordt dan dat ze het zelf goed hebben.. Myanmar staat op de wereldlijst als het vierde armste land. De Chinezen hebben de potentie van dit land ontdekt en zodoende worden er veel ruwe producten uitgevoerd. We zagen daarvan de whisky en de enorme hoeveelheden teakhout die vooral uit de Shan State komen. Deze bomen kunnen gekapt worden tussen de leeftijd van 15 tot 60 jaar. Meestal zijn het de oude bomen die gaan. De bomen die nu gekapt worden zijn nog geplant in de Engelse tijd! Het plan is om voor iedere gekapte boom er vijf terug te planten. Verder halen de Chinezen hier ook veel jade vandaan, voor hen is dit een gelukbrengende steensoort.

We stapten na het ontbijt in het rijdend boudoir voor weer een lange reisdag. Het begin van de reis lag nog in Shan State in een mooi berglandschap. We zagen veel bloemen langs de weg en weer prachtige uitzichten want het leken echt hoge bergen waar we tussendoor reden. Zo reden we van Shan State naar Mandelay State. We lunchten al even na elf uur omdat dat het laatste restaurant was op de weg naar Mandelay… we waren nog lang niet op de helft van de dagrit.. Toen we eenmaal op de helft waren werd het landschap vlak en dor en droog. Het was een lange zit. In het begin werd er nog wel lekker gekletst maar na de lunch dutten de meesten al snel in en daarna maakte een soort lethargie zich van de groep meester. Een kleine drie kwartier nog te gaan en toen hadden we panne, de bus lekte olie en het was niet veilig om verder mee te rijden… We zaten op dat moment net op een drukke snelweg maar wel met een café, restaurant in zicht dus al snel werd er besloten om daar dan maar wat te gaan drinken. We hebben hier Tamarinde sap ontdekt, heerlijk! De chauffeur had schijnbaar onderweg al om hulp gebeld want al vrij snel was het lek gevonden en gerepareerd.

We gingen weer van start en toen waren we snel in MANDELAY. We stopten bij een prachtig hotel, het Myanmar Swan Hotel. Ik kreeg meteen wat hoop op WIFI….. De kamers waren echt prachtig, op tafel stond als welkom een fruitschaal met meloen, druiven en banaan. Op onze verbaasde vraag aan Klaas, waarom zo luxe? Had hij als antwoord dat de hotels in de stad geen warm water hadden.. Je hoort mij niet klagen, maar het was misschien ook wel leuk geweest om dichter bij de stad te zitten? Het was goed zo, geen WIFI in het hotel, er was wel een mogelijkheid om op een gereed staande computer te internetten maar niet met een stickie. We aten die avond in een wat chiquer restaurant, wel heel lekker maar ook wel het duurste tot nu toe 17000 Kyats. Voor het gemak hebben we de omrekenformule 1000 is 1 euro. Het zal er niet ver naast zitten. Ik denk dat er onder tafel een soort zandvlooien zaten want ik ben met ontzettend jeukende benen en voeten weer thuis gekomen…

 

Vrijdag 17 februari. Ik was al vroeg wakker en ben toen een beetje foto’s gaan selecteren. We hebben zo’n grote kamer met bureau, dat Gert daar geen last van had.

Het ontbijt was een buffet, zelfs donker bruin brood lag er bij! Tegen 8 uur vertrokken we, deze keer in een Japans busje. Deze had een wat normalere afmeting en de deur zat nu weer aan de linkerkant, het stuur zat rechts. Het is duidelijk dat het toerisme hier begint te groeien, overal wordt materiaal vandaan gehaald, Thailand, Japan en China.

De eerste stop in deze drukke stad was bij een bedrijfje waar ze bladgoud maken.

 Mannen, hameren met een zware hamer op pakketjes met een  laagje goud. Dit wordt steeds weer in delen gesneden en weer bewerkt tot er een flinterdun laagje over blijft. We kregen allemaal een gouden stip tussen de ogen gedrukt en zo gingen we naar het volgend adres, de monnikenuniversiteit van Myanmar. We keken even rond hoe het leven zich hier afspeelde bij de openbare wasplaats en de keuken. Al snel klonk er een bel en  na dat sein stelden we ons op in de straat bij de eetzaal. Grote kookketels stonden klaar om zo’n 1200 monniken van eten te voorzien. Het was een mooi gezicht om ze in lange rijen langs te zien komen met hun eetketel in de hand.

  Ze vertrokken weer met hun potje vol en nog wat fruit daarbij. Iedere dag is er een andere sponsor die meer dan 10.000 dollar betaald om al deze monniken te eten te geven. De naam van de sponsor staat op een bord bij het uitdeelpunt. We hadden deze dag een heel vol programma dus hoppa de bus in. Op naar Amarapura dat is bekend om zijn teakhouten U Bein brug uit 1849. Deze brug is 1200 meter lang en loopt over het Taungthan meer. De pijlers van de brug zijn gehaald uit het oude paleis van de koning nadat de laatste koning verdwenen was. Wij liepen tot de helft en konden daarna voor 1000 Kyat weer teruggevaren worden naar de vaste wal. Het was erg heiig dus het uitzicht was niet spectaculair. We hebben toch nog wel een paar leuke foto’s kunnen maken. 

Tjop, tjop daar gingen we weer.. nu naar een zijdeweverij. Werkelijk prachtige producten maakten ze hier. Er werd volgens patronen gewerkt, soms door 3 meisjes tegelijk aan een weefgetouw. Het waren traditionele houten weefgetouwen en de patronen werden er met de hand in geweven. De meisjes waren echt nog heel erg jong. Je ziet hier in Myanmar wel heel veel kinderen ingeschakeld worden in het arbeidsproces want even later stopten we in een marmerstraat, daar werden heel wat Boeddha’s gemaakt van wit marmer. Ook hier zaten meisjes met de hand te polijsten. Verder was deze straat een grote witte  stofwolk en ik heb er acharm maar een met een mondkapje voor aan het werk gezien.. Ze maakten wel erg mooie beelden, sommige ook weer met goud gedecoreerd. Myanmar heeft echt veel eigen producten, volop bergen met prachtig wit marmer, een overvloed aan goud, jade, robijn en zilver. Alles schijnbaar voor het oprapen. Volgens Tun kunnen ze er straks met een ander regime ook meer winst uit gaan halen. Dan kan het land eindelijk ook wat welvarender gaan worden.

 De lunch werd weer gedaan in een restaurant met een overdekt terras zodat we lekker in de schaduw konden zitten want het was behoorlijk warm. Het verkeer raasde net buiten hoorafstand langs. Ook hier, net als in Afrika volgeladen busjes, tot op het dak..  Verder zie je in het verkeer riksja’s, fietstaxi’s en tuck-tucks.

  In het verkeer zijn ook ontzettend veel brommers waar je gerust een vader met een peuter voor zich op het zadel ziet langsscheuren...

Na de lunch reden we naar de Mahamuni tempel, een van de heiligste tempels van Myanmar. Ze hebben hier een Boeddhabeeld wat in aanwezigheid van Boeddha zelf gemaakt zou zijn in brons. Dat het beeld van brons is kun je echt niet meer zien want in de loop van eeuwen is het helemaal bedekt met goud omdat dagelijks gelovigen stukjes bladgoud op het beeld drukken. Ik kocht hier een olifant als souvenir, het leek wel Lourdes met al z’n stalletjes in de buurt van de heilige plaats…, een teakhouten olifant. Mandelay wordt ook wel de olifantenstad genoemd. In en ver verleden kwamen de koningen hier met witte olifanten naar de stad. In Mandelay gingen de olifanten liggen en stonden niet meer op! Ieder jaar op 16 oktober zijn hier nu de olifantsfeesten. Prachtige grote olifanten doen dan mee in een wedstrijd, in iedere olifant zitten twee mannen.

De voeten konden weer gepoetst, we krijgen van de buschauffeur steeds natte doekjes om onze voeten schoon te maken, we deden de schoenen aan maar niet lang want de volgende stop was het Shwenandaw klooster. Tot verdriet van Gert konden daar de schoenen meteen weer uit. Hij heeft er een bloedhekel aan om steeds op blote voeten te moeten rondlopen… Nu waren we bij een teakhouten klooster. Prachtig te zien hoe dit helemaal bewerkt was met ontelbare beelden in houtsnijwerk. Binnen zat het goudlaagje er nog op, buiten was het hout al ver verweerd maar de eerste pogingen tot restauratie waren zichtbaar. Dit was tevens het huis van de laatste koning----. De voeten konden weer gepoetst en de schoenen weer aan. De volgende stop was de Kuthodaw Pagode. Deze wordt ook wel beschreven als ’s werelds grootste boek. Op het terrein bevinden zich 729 witte miniatuurpagoden met erin een marmeren steen. Op de stenen staat de complete tekst van de Tripitaka, de boedistsche heilige schrift. Men is in 1871 begonnen met het overzetten van de tekst van palmblad op marmer. Hier werkten 5000 steenhouwers zo’n 8 jaar aan. Echt monnikenwerk moet dat geweest zijn was onze conclusie! Maar het zag er erg indrukwekkend uit. De schoenen konden weer aan tot de volgende stop.. want we gingen toen Mandalay Hill op. Dit kun je doen via de trap, zo’n 1700 treden, dan wordt het een soort van bedevaart..

 

Tun had voor ons geregeld dat we in een soort vergrote tuck-tuck de berg op konden. Boven op de berg hadden we een uitzicht over Mandelay en omgeving. Helaas was het nog steeds heiig en konden we niet zo veel zien. Wel zagen we zo van boven nog het grote complex van de Kuthodaw Pagode. Ook nog twee golfbanen was de stad rijk en een terrein voor paardenrensport en een hele grote gevangenis. De zon ging vanwege de mist niet onder dus enigszins teleurgesteld begonnen we de terugtocht in hetzelfde mobiel wat ons ook naar boven had gebracht. We scheurden met een flink vaartje naar beneden tot hij plotseling stopte… brandstof op! Het hulpje vond een lift naar beneden achterop een brommer en na even wachten kwam hij weer terug met een ander vervoermiddel. In het donker vonden we onze bus weer en kon Gert en wij ook, eindelijk onze schoenen aantrekken en voorlopig aanhouden..

’S avonds gingen we met de laptop internetten in het Sheraton hotel, onze directe buuf. We namen er een lekker kopje koffie bij met een gebakje. Het gebakje kostte omgerekend maar 30 cent maar een pilsje bleek hier 5 keer zo duur als in ons eigen hotel. Maar het verhaal kon op de site geplaatst en zelfs ook nog 10 foto’s…

We aten in een Myanmar restaurant ergens in een tuin. Wij waren de enige toeristen maar het eten was goed. De menukaart bestond uit plaatjes dus het bestellen was geen probleem.

 

Zaterdag 18 februari.

Het vertrek stond gepland op 8 uur dus na een heerlijk ontbijtje werd de bagage en wij weer ingeladen in het busje. De eerste bestemming was naar de grote rivier. Daar zagen we hoe enorme ladingen teakhout werden opgeladen om te worden verscheept. Aan de overzijde van de rivier zouden we een prachtig zicht gehad kunnen hebben op alle Pagode’s die tegen de hellingen lagen. Enorm veel en als het helder weer is moet dit ook wel een prachtig gezicht zijn geweest maar ook nu troffen we het niet. Het was een beetje Pagode’s in de mist…

We gingen ook nog de Sagaing heuvel op. Weer allemaal in een tuck busje. Halfweg stopten we bij een school. Omdat ik wat schoolspulletjes bij me had had ik Tun gevraagd om te waarschuwen als we bij in de buurt van een school zouden komen. Hij had me netjes een dag van te voren gewaarschuwd! Omdat hij aangaf dat het een grote school was met wel 1000 leerlingen  zag ik het niet zitten om daar alleen  met mijn kleurpotloodjes aan te komen… Ik heb toen voorgesteld om met z’n allen geld te geven en wat schriften en pennen te kopen en op zo’n manier ook met behoorlijke gift te komen. Zo gezegd zo gedaan dus meteen na vertrek was er al inkopen gedaan. Maar nu we bij de school stopten lagen mijn spulletjes nog in de bus, beneden aan de berg.. even niet opgelet.. Het was een prachtig gezicht al die kinderen in de leeftijd van ongeveer 5 tot 17 in de klassen bezig te zien.

 Het was duidelijk niet de bedoeling dat we ook de klassen ingingen maar omdat er geen glas in de ramen zat konden we toch wel een beetje meedoen. De leerlingen hadden allemaal hun eigen schrift(en). De tekst die geleerd moest worden was op het bord geschreven en verder was het klassikaal luid repeteren. We kregen ruim tijd om rond te kijken en het lesmateriaal werd in dank aanvaard.

 

Verder ging het toen de berg op. Bovenop stond een Pagode Umin Thonze met wel 30 ingangen. In de achterwand stond tegenover elke ingang een flink Boeddhabeeld. Dit hele gebouw was gebouw in een kwart cirkel, het zag er mooi uit en dateert uit de 14e eeuw. Het uitzicht vanaf de heuvel was, zoals we al hadden verwacht, slecht.

Op de terugweg naar beneden stopten we bij een nonnenklooster. Helaas waren er maar 8 nonnen thuis want 6 nonnen waren geslaagd en hadden hun master gehaald en waren nu in Myanmar om gefêteerd te worden. We werden nog wel uitgenodigd voor het feest ’s avonds maar dat was voor ons helaas niet mogelijk.

De volgende tempel die we deden was de Kaunghmudow Pagode. Een enorme ronde, gouden koepel had deze tempel, 46 meter hoog. Hij is gebouwd in 1636 door koning

 

Thalun. Bij de poort stonden grote beelden van witte olifanten. We bekeken alleen de buitenzijde, dus deze keer konden tot opluchting van enkelen de schoenen aanblijven. Deze Pagode is gebouwd in Sr i Lanka stijl. Als laatste tempel van die dag hadden we de Than Buday tempel, dit kon met recht een Efteling tempel worden genoemd. Alle figuren van de efteling leken hier wel terug te komen. Het geheel was enorm kleurrijk met veel pilaren en alles versierd met bloemen en elfachtige figuren, heel bijzonder en totaal verschillend van alle andere tempels die we bezochten. Hij werd gebouwd in 1958.

 

We waren ook nog in een tempel met wel duizend Boeddha beeldjes maar ik weet niet meer hoe hij heet en welke het was, misschien deze wel, ik ga het nog nazoeken..

Allemaal de bus weer in gestapt en een goede houding gezocht want we moesten nu wat langer gaan zitten..  Al snel waren de meesten onder zeil, we zaten niet echt ruim in de bus dus het hing allemaal wat voor en achterover en wat op en tegen elkaar. Aan het eind van de middag werd zo langzaamaan iedereen weer wakker en toen waren we er ook bijna.

. We stopten nog voor een enorme staande Boeddha die goud schitterde in het landschap. We konden hem al kilometers lang zien.

Toen we dichtbij kwamen bleek er nog een enorme Boeddha naast te liggen en op de voorgrond nog een flinke Pagode ook nog met een gouden dak... De gids vertelde me nog eens dat het voor de inwoners van Myanmar heel belangrijk is om te geven aan tempels en Pagodes omdat ze zo werken aan een beter leven na de dood. Ik vertelde hem dat dat voor ons maar vreemd is om te zien een land dat overal schittert van de puur gouden gebouwen en dat de mensen zo arm zijn dat ze de kinderen niet behoorlijk kunnen kleden en honger hebben. Het land blijft zo stilstaan, de mensen hebben honger maar er komen steeds wel steeds meer Tempels en Pagodes. Je komt niet verder ermee want hij blijft mij verzekeren dat dat niet belangrijk is voor een Myanmarrenaar...

We aten in ons hotel Monywa Hotel in MONYWA en omdat er kermis was voor de deur zijn we daar ook nog even gaan kijken. Er stond een groot reuzenrad en we stonden al even te kijken toen we er achter kwamen dat het niet door een motor werd aangedreven maar dat er net voor de rit begon zo'n acht knullen op de teenslippers erin klommen en door allerlei acrobatische toeren het rad aan het draaien kregen. Ze klauterden erdoor als apen. Het zag er een beetje tricky uit. Twee mensen van de groep gingen erin maar zij hadden het toch heel eng gevonden... Soms zat er een knul boven op je bankje en soms hingen er weer twee onderaan.. Er was nog een draaimolen voor de kleintjes en een grote schuitschommel, ook deze werden allebei met de hand aangedreven. Verder bleken wij een enorme bezienswaardigheid. Er vormde zich een grote kring om ons heen en na zo'n half uur durfde de eerste ons een hand te geven... Er was nog en soort markt bij die we ook maar even deden. We besloten ons uitje op een terras, het was tenslotte zaterdagavond. Daar zat toevallig onze gids Tun ook nog. We dronken nog gezellig wat en zodoende lag ik laat in mijn bedje!

Zondag 19 februari. Na het ontbijt stapten we in de bus om naar de grottempels te gaan. We reden naar de rivier in onze bus. Nog maar net ingestapt ontdekte ik dat ik mijn camera niet bij me had. Meteen de kamer nog nagekeken en de rugzak nog eens leeggehaald maar niets... De grote bagages lagen opgestapeld in de bus dus daar konden we niet meer bij... Goed dan dus zonder camera oppad...

Bij de rivier stapten we over in ruwhouten boten en gingen zo naar de overkant waar grote tuck-tucks op ons stonden te wachten. Met deze autootjes reden we naar Hpo Win Daung Pagode in Monywa. Dit vond ik tot nu toe de mooiste. In de rotsen waren holtes gemaakt en in deze soms flinke soms kleine holtes waren mooie muurschilderingen. En natuurlijk stonden er ook Boeddhabeelden.

Dit complex stamt uit de 11e eeuw. Dat is ook te zien want het ziet er oud uit en is redelijk vervallen. De Engelsen hebben ook nog geprobeerd er hun stempel op te drukken door buiten in het beeldhouwwerk hun wapen achter te laten, twee leeuwen en een vlag. Overal liepen apen rond, makaken, en er waren ook vrouwtjes die weer voer verkochten wat je dan aan de apen kon geven. We hebben alles op ons gemakje kunnen bekijken en genieten van al het moois. De lunch deden we weer in het hotel waar we ook hadden geslapen. Eric at niet mee, hij was ziek, de rest liet zich de lunch goed smaken. In de middag hadden we een lange rit te gaan naar PAKOKKU. We bezochten daar nog een dekenweverij. Dit was weer een weverij zoals we er al meer hadden gezien. Voor ons had dit niet in het programma gehoeven maar we konden nu wel even naar het toilet. Natuurlijk werd ook weer geprobeerd ons iets te verkopen. Dit vind ik eigenlijk wel vervelend maar je kunt toch niet overal wat kopen... We vaarden met een boot over de Irrawaddy rivier. In de reisbeschrijving stond dat je dan kon genieten van het leven langs de rivier.. En dat het een indrukwekkend gezicht zou zijn al die Pagodes langs de kant. Nou, dat was wel een erg mooie afspiegeling van de werkelijkheid. In het donker kwamen we aan. Inmiddels was het ook behoorlijk afgekoeld dus een trui was geen overbodige luxe. Er stond weer een bus voor ons klaar en die bracht ons naar een prima hotel, het Yar Kinn Tha Hotel.

Inmiddels hadden we er al drie nieuwe zieken bij, allemaal misselijk.. Met de overgebleven sterken zijn we gaan dineren. Een klein clubje maar wel gezellig! Ik deel de maaltijd meestal met Don, zij is ook vegetarisch. Zo kunnen we soms wat kleinere portie nemen of juist van twee gerechten proeven, het bevalt ons allebei erg goed

Maandag 20 februari. Deze dag stond BAGAN op het programma. Eigenlijk zouden we hier een vrije dag hebben maar Tun heeft een bus geregeld en zo heeft hij toch nog een programma in elkaar gezet. Gert is nog niet lekker dus ik ga alleen mee in het ochtendprogramma.

We blijken met een klein groepje overgebleven te zijn. We gingen met 6 mensen op pad, na eerst de markt te hebben gedaan gingen we de belangrijkste tempel van Bagan bezoeken. We zagen twee vrouwtjes bij alle bezoekers van de Lishaw Tribe. Ze waren kleurig gekleed en zagen er wat Mongools uit. Alle tempels zijn hier rond de elfde eeuw gebouwd en gedurende 500 jaar hebben ze hier zo'n 700 pagodes neergezet. Nu staan deze op hellingen ronde de stad, in een groen landschap. Vroeger stonden de huizen van de bevolking tussen al deze Pagodes, Volgens onze gids woonden hier toen wel een miljoen mensen. Al deze mensen met hun gebouwen zijn verplaatst naar de stad. We kregen weer uitleg over de verschillende houdingen van de Boeddha. Hij heeft steeds een andere stand van zijn handen en vingers. Ook kun je aan zijn kleding zien in welke tijd het beeld is gemaakt. Ook kregen we uitleg over de bouw van de Pagodes. Er zijn altijd eerst drie lagen, de piëdestal, Een voor de mensen, een voor de monniken en een voor de allerhoogste. De monniken mogen eventueel op de tweede laag komen maar daarboven mag niemand komen. Verder werd er nog uitgelegd wat Nots zijn. Zij staan ergens wel in verbinding met de weg naar het Nirvana. Ze hebben vroeger fouten gemaakt waardoor ze zelf nooit die gezegende staat hebben kunnen bereiken maar je kunt via hen wel gebeden naar boven sturen dus daarom wordt er bij deze beelden flink geofferd. Soms hebben ze hele kronen op hun hoofd van papiergeld.

Al rondrijdend zien we heel veel Pagodes waarvan de buitenkant gemetselde steen is. Deze zijn ook erg oud, elfde tot dertiende eeuw. Ze hebben vaak kunstig gemetselde ingangen. We hebben er enkele bezocht en gezien wat een mooie muurschilderingen er nog bewaard gebleven zijn. Tun vertelde nog een verhaal van een hele groep Duitse antiekverzamelaars die deze tekeningen er gewoon in blokken uitzaagden. Je kon de snijsporen van de zaag nog zien in vierkante zaagsporen. Ze werden betrapt en zijn verder zonder tekeningen het land uitgezet. Maar ze hadden toen al veel schade aangebracht. Dit waren tekeningen zwart/wit, direct op de muur maar je zag ook tekeningen die direct op de muur leken te zitten maar bij nadere inspectie waren geschilderd op doek dat eerst op de muur werd geplakt.

Overal gingen we op blote voeten naar binnen. Meestal kon de bus vrijwel stoppen voor de ingang van en Pagode waardoor we de schoenen maar in de bus lieten. Waar er eerst een aantal aarzelden of ze dat wel wilden op blote voeten over vuile stenen, trappen en zand leek het nu wel of iedereen alle bedenkingen daartegen had opgegeven Dus toen we stopten op de markt vroeg er een of we hier wel onze schoenen aan mochten.. Tun moet er erg om lachen dat gedoe van die Nederlanders met hun schoenen...

De lunch deden we in Bagan Beach restaurant en jawel, het lag aan het strand. De oever van de Irrawaddy bestond hier uit een brede laag wit zand. Het was een redelijk chique restaurant met een prachtige tuin. Er stond een podium in het eetgedeelte waar de gamalan en een harp werden bespeeld. Een mooi aangeklede dame zong en danste daarbij. Het eten was bijzonder, ik had stukjes visfilet in een saus met verse groenten. Heerlijk maar ook de prijzen waren hier wat anders, ik moest voor mijn maaltijd 7800 Kyat afrekenen. In de restaurants waar we normaal komen kunnen we daar met twee personen lekker van eten. Maar ja, €7.80, waar praten we over...

En daar na gebeurde er iets opmerkelijks, voor het eerst deze reis hadden we tussendoor anderhalf uur vrij! Niets te doen, een leegte die opgevuld moest gaan worden...

Dit lukte aardig omdat we de volgende dag met jeeps zouden verder trekken moesten we een deel van onze  bagage hier achterlaten, Dus we konden nu alvast wat van alle spullen gaan verdelen. We gaan na onze tocht naar de Chin State weer terugkomen in dit hotel. Het namiddagprogramma begon in een lakwerkfabriek. Wat een werk gaat daar in zitten en wat moeten al deze mensen goede ogen hebben... Tun legde ons het proces uit, alles wordt gemaakt van bamboereepjes die zonder lijm in elkaar worden gevouwen. Daarna volgt een proces van lakken en schuren tot alle ribbels zijn verdwenen. Daarna komen er meerder laklagen op. Vervolgens gaan de tekenaars hier hele fijne tekeningen op maken. Ze doen dit door met een scherp mesje in de laklagen te krassen. Vervolgens zit er weer een hele ploeg meisjes in kleermakerszit in deze afbeeldingen de details aan te brengen..

Het kleuren is ook een proces van meerdere verfbaden en laklagen. En hier natuurlijk ook weer producten met afbeeldingen die ingevuld zijn met een goudlaagje.. als je dat toch in zo'n grote overvloed aan voorraad hebt. We kregen allemaal thee aangeboden in deze lakwerk bamboekopjes en toen natuurlijk weer de winkel. Ik had niet zoveel geld bij me dus ik kocht later bij een vrouwtje die haar stalletje bij de ingang van tempel had twee kopjes. Dit was een stuk voordeliger en met dit vrouwtje had ik een leuk contact dus die gunde ik het geld ook meer. De kwaliteit of de afbeeldingen zullen wel minder zijn maar de herinnering aan het koopmoment is dan wel weer leuker! Nog een Pagode en nog een, de laatste bijna rennend want we moesten op tijd bij de Shwe Sansundaw Pagode zijn..
Daar moesten we een aantal zéér steile trappen opklimmen om van bovenaf de zon te zien ondergaan op deze omgeving vol met Pagodes. We waren duidelijk niet de eersten, het leek wel een apenrots, overal stonden en zaten mensen. Maar het was toch een mooi schouwspel en we gaan de foto's mee naar huis nemen!

We aten ons diner met viertjes in een Indian restaurant. Heerlijk Paneer en Chapatti. Kopje tea Masala erbij, alweer genieten. En dat terwijl er nog steeds drie van de groep ziek op bed liggen. Gert hoort ook bij de zieken.

Dinsdag 21 februari. Het carnaval is nu bijna voorbij thuis, ik heb er toch af en toe wel even aan moeten denken.. Even toch maar want we hebben hier een echt druk programma! Gert lijkt wel weer opgeknapt!

Van deze dag kan ik niet zo heel veel vertellen, we reden in 4wheel drives naar KAMPETLET. Het waren kleine jeeps, volgens de gids nog uit de tweede wereldoorlog. In een jeep kon je onderdelen uit verschillende merken terugvinden. Ze reden prima, de zit was wel een beetje aanpassen. De voeten stonden erg hoog dus je zat een beetje in elkaar. Er zat alleen een voorruit in dus dat werd stofhappen en niet zo'n beetje. Tun had ons allemaal een mondmasker uitgereikt. Dus toen we de eerste zandwegen opreden werd hier dankbaar gebruik van gemaakt.

We hebben echt een hele dag gereden, het vertrek was om 8 uur en we kwamen in de schemer aan. Ons geusthouse, Pine Wood Villa lag op 1600 meter hoogte. We sliepen in een soort berghut, alles was van hout. De muur, de vloeren, ook de hele badkamer. We zijn hier meteen in de kost, niets meer menu's bekijken, een hoek van de tafel is voor de vegetariërs, die kregen veel groentes en de rest kreeg van alles wat, kip, varken, het zag er allemaal goed uit en na afloop meteen afrekenen, 6000 Kyat voor een diner.

Deze avond lag ik heel vroeg in bed, 21 uur. Het was koud, we hadden wel genoeg dek op bed maar alles rook vreselijk naar de mottenballen.....

Woensdag 22 februari. We waren al vroeg weer wakker, dat kan natuurlijk ook als ze zo vroeg plat gaat. Wel had ik een enorme hoofdpijn, van al die mottenballenlucht??? Paracetamol deed ook nu weer goed zijn werk, het was snel weer over. We vertrokken met de jeeps richting dorp. Al onderweg zagen we getatoeëerde vrouwen lopen. Vanuit het dorpje Kamplett, een redelijk groot dorp vertrok onze wandeling. Al meteen passeerden we twee vrouwen van de Daai stam.

Hun gezicht is getatoeëerd

met allemaal stippen. Ze zagen er mooi uit en ze lieten zich ook zonder tegenzin fotograferen. Ze hadden er zelfs wel lol om met z'n tweeën. 14 mensen met camera's voor hun neus. Ze stonden zich echt te verdringen... We hadden een mooie wandeling, prachtige uitzichten. We liepen hoog door de bergen en de wandeling was redelijk pittig. Beneden kwamen we in een dorpje met nog meer getatoeëerde vrouwen. Voor de kinderen hadden de gidsen plastic autootjes bij zich en voor de volwassenen grote zaklampen. Ik vond het een beter idee dan al het snoepgoed dat eerder werd uitgedeeld. Het resultaat daarvan was dat het snoep werd uitgepakt en ze de plastic verpakking op de grond lieten vallen waar het dan verder bleef liggen... Later realiseerde ik me dat die zaklampen natuurlijk maar tijdelijk werken. Op het moment dat de batterijen op zijn is voor hun de lol weer over.. In dat dorp hadden ze ook een hunebedachtige begraafplaats. In een ervan stonden inderdaad potten met as en gebruiksvoorwerpen van de overledenen. De andere graven stonden nog te wachten op toekomstige bewoners. Kinderen zaten te spelen op de grote stenen. Vroeger. vertelde Tun, werd dit beschouwd als een heilige plaats en werd het met de nodige ceremonie omgeven. Nu speelden de kinderen er..  Er was een heel klein schooltje, geen kinderen in de klas... Later hoorde ik van Gert dat er wel een onderwijzer rondliep. Daar heb ik de hele dag verder spijt van gehad dat ik die niet zelf gezien had want ik liep met een rugzak vol schoolspulletjes op m'n rug en uiteindelijk heb ik die drie bergen op en af gedragen zonder dat ik hem ergens kon inleveren. Tun zei iedere keer wel, ja, het volgend dorp, dan gaat het lukken en als we het dorp dan weer uitgingen bleek het toch van niet...

Ik heb wel een fijne dag gehad. Tijden het wandelen langs de huizen wat met de kinderen gespeeld, met de bellenblaas en de knoop ,aan het touwtje, die deed het hier ook weer goed. Eigenlijk geniet ik daar meer van dan met de ontmoetingen met die getatoeëerde vrouwen. Ik vind het ook erg vervelend hoe onze groep zich aan deze vrouwen opdringt en recht voor hun toet foto's gaan maken. Een man is heel erg, hij ontdekte een gaatje in haar oor en roept, ze heeft ook een gat in haar oor en maakt vervolgens een serie macroopnames van haar oor. Ik schaam me dan voor dit gedrag en loop maar weg. Ook is er eigenlijk niemand die die vrouwtjes netjes bedankt voor het poseren, maar ze maken wel 20 opnames, kijken dan eens tevreden op het schermpje van hun camera en lopen gewoon weg zonder de vrouw nog een blik waardig te keuren of een woordje te zeggen.. Ze behandelen deze vrouwen gewoon als objecten.. Ik erger me daar erg aan maar ik probeer een soort van voorbeeld te geven door bij aankomst deze mensen vriendelijk goedendag te zeggen ,Mingela Bah,  en na afloop een hand te geven en ze vriendelijk te bedanken, Djezu Béh. De vrouwen in de groep namen dit snel over, de mannen niet.. Al met al heb ik het een mooie dag gevonden, het wandelen in de bergen, prachtige uitzichten, de ontmoetingen met de vrouwen en de kinderen.

 De landschappen met de houten huizen op palen, wanden van gevlochten gras of riet, veranda's op de eerste etage waarop vaak kinderen zitten te spelen of vrouwtjes manden aan het vlechten zijn. Ik herken het van films van Vietnam en vind het heerlijk en bijzonder er nu zo tussendoor te kunnen lopen..

Wat betreft de maaltijden zijn we volledig in de kost bij ons guesthouse. De lunch en het diner zijn echt heel uitgebreid. Vooral ook heel veel verschillende groentes. Alles lijkt heel kort te zijn gewokt. Alle groenten hebben goed hun eigen smaak behouden. We eten hier ook waterkers, hier zijn dat vrij grote bladeren maar het smaakt heerlijk. Ook verschillende soorten mosterdplant met bloemen en al. Gisteren hadden we iets wat nog het meest op asperges leek maar volgens Tun komt deze groente alleen in Azië voor. We aten ook veel tomaten, rode en groene gegeten als salade. Bij het ontbijt kunnen we altijd kiezen uit Fried Rice maar hier ook uit pannenkoeken. 's Avonds is het erg koud en zijn we blij met het zware dek op ons bedje, we nemen dan maar voor lief dat het vreselijk naar mottenballen ruikt...

Het waren hier korte avonden, beide keren lagen we al om negen uur in bed!

Donderdag 23 februari. Vroeg naar bed betekent meestal ook weer vroeg wakker. Ik was mooi op tijd aangekleed om de zonsopkomst te fotograferen. Prachtige foto's kon ik maken, gewoon vanaf mijn balkon.. We ontbeten weer lekker met pannenkoeken. Er was even een discussie over welke dag en welke datum het was. Toen iemand riep dat het 23 februari was vertelde Klaas dat hij dan jarig was! Spontaan barstte de hele groep los in een luid lang zal hij leven... met drie hoera's gevolgd door de kussen. Van het geusthouse kreeg hij een LONGYI een speciale uit de CHIN STATE. Die moest natuurlijk meteen aangetrokken en het was mooi dat hij hem de hele dag aanhield. Van de chauffeurs en Tun zijn we ook gewend dat die zo'n ding dragen. Maar bij Klaas was het effect toch anders. Iedere keer schoot hij weer los en moest hij met vereende krachten weer aangetrokken worden.. Het mooiste moment was toen we na een moeilijke rivierpassage in een rij op elkaar stonden te wachten. Iedereen zat al klaar in de jeeps en Klaas voelde ineens dat hij nog moest plassen. In plaats van discreet achter de auto's een boom te zoeken deed hij het voor de rij. Een luid lachsalvo steeg op toen hij z'n rok optilde om zo staande tegen een boom te plassen... De chauffeurs dragen geen ondergoed onder de LONGYI. Als ze iets moeten lozen tillen ze gewoon de achterkant iets op en gaan op hun hurken zitten. Volgens Tun kunnen ze zo gemakkelijk in gezelschap ongemerkt een plas doen.. En inderdaad bij een toiletstop schieten de chauffeurs de berm in en zitten meteen op de hurken. We hadden deze dag weer een mooie rit door de bergen. We reden hoog de Mount Victoria op. Deze berg heette zo in de Britse tijd nu hebben ze de naam veranderd in GodMother. We  reden tot 2600 meter en stopten bij A camp. De uitzichten waren werkelijk prachtig. We zagen bloeiende roze orchideeën. In alle bomen zaten dotten mos waar dan weer orchideeën op groeiden. Helaas waren deze nu niet in bloei.

Zo'n 200 meter lager stopten we bij een huisje waarvan de veranda tegen een enorme steile berghelling lag. Het uitzicht heel ruim op de tegenoverliggende berg waar we onze toekomstige overnachtings plaats, MINDAT konden zien liggen. Ook het wandelpad wat we gingen doen was mooi te zien. Veel afdalen, beetje stijgen en ongeveer vier en een half uur lopen. Maar eerst werd de meegenomen lunch verorbert. En toen gingen we van start. Iedereen liep mee. Ik heb tijdens die wandeling wel wat drempeltjes genomen...

Onder andere over een smalle ronde balk een rivier over steken... En de meest steile afdaling ooit over los zand... Maar het was een prachtige tocht met onderweg nog en dorp met getatoeëerde Duum vrouwen. De jongste was net 30 jaar. Eigenlijk is het tatoeëren van de vrouwen bij de wet verboden maar deze mensen leven zo afgelegen dat er geen controle mogelijk is. Men is begonnen met tatoeëren toen bleek dat de koning veel belangstelling had voor de vrouwen van deze stam. Om hen voor hem onaantrekkelijk te maken is het begonnen. Ze maken de tatoes door met doorns van een citroenboom in de huid te prikken. In deze gaatjes wordt een zwarte kleurstof gewreven die gemaakt is van natuurlijk materiaal. De huid gaat dan licht   ontsteken en opzwellen na twee dagen. Na ongeveer een week is het hele proces voorbij en is de pijn ook over... Nu is de reden dat deze vrouwen nog steeds worden getatoeëerd dat ze het dubbele bedrag waard zijn bij het huwelijk! Vandaar dat het ook nog steeds met jonge vrouwen gebeurd.

We wandelden door het dorp en speelden wat met de kinderen. De bellenblaas deed weer prima werk als ijsbreker.. We waren rond twee uur in het dorp en dat was eigenlijk jammer want dan zijn er eigenlijk alleen oude vrouwen en kinderen aanwezig. De volwassenen die nog een beetje fit zijn zijn aan het werk op het land of naar de markt met hun waren. De kinderen bijen dan alleen achter met een ouder zusje of broertje.  Het is hier niet zo dat je alleen een getatoeëerde vrouw in de kleine dorpjes kunt tegenkomen. Je ziet ze werkelijk overal, het is dus echt een heel algemeen gebruik! Hier zagen we vrouwen van de Nganah stam, zij hebben wat brede kringen op hun wangen getatoeëerd en een soort van uitroepteken op de neus. Bij deze stam kwamen we ook nog erg jonge vrouwen tegen die getatoeëerd waren.

 We deden de wandeling binnen de tijd en zelfs Arjen, de oudste in onze groep, 80 jaar, liep hem met een beetje hulp helemaal uit!

Bij de rivier stonden de jeeps weer op ons te wachten, de onze wil steeds niet starten maar als hij even aangeduwd wordt gaat het verder goed. In het dorp MINDAT werd de groep verdeeld. Enkelen gingen in een soort van kosthuis zonder kost en de overige 5 stellen kregen een kamer in een soort verenigingsgebouw. Twee kamers hadden ook een badkamer, de rest deelde iets wat een badkamer moest voorstellen. Er was wel een erg vieze wastafel, een enorme betonnen bak met koud water en een stinkend hurktoilet. De bedden hadden alleen een dun opdekmatrasje op de houten planken en het laken was niet gelucht na de vorige gebruiker... Maar eensgezind zetten we de schouders eronder en probeerden toch ook wat meevallertjes te zoeken. We werden voor het diner naar het stadje gebracht, we kregen een echt Myamar diner. Veel groenten, kip en varkensvlees en natuurlijk plain white rice. Bij ons onderkomen wat wat buiten het stadje lag hadden ze een kampvuur gemaakt en er was een ploegje jongelui met gitaren. Onder een prachtige sterrenhemel werd er gezongen en ging de fles whisky van Klaas rond. Hij was tenslotte nog steeds jarig... Tegen elven doken we op de planken en probeerden zo toch een houding te vinden dat we konden slapen...

voor het vervolg zie reisverslag MYAMAR 3

MYANMAR (3) reisorganisatie DIM-SUM februari 2012

DEEL 3 REISVERSLAG MYANMAR

Vrijdag 24 februari. We werden om 7 uur in het stadje MINDAT verwacht voor een Myanmar ontbijt. Er stonden Samosa's op tafel, die smaakten goed en nog een schaal met balletjes die qua smaak niet echt te plaatsen waren. Groene thee is er altijd volop en verder konden we kiezen uit noedelsoep of ricesoep. Ik heb de ricesoep geprobeerd en daar was niets mis mee.

    Hij leek nog het meest op de rijstewaterpap die we vroeger de kinderen met braken/diarree in het ziekenhuis gaven. Dit gebeurde meestal onder enige dwang omdat geen enkel kind dat lustte. Hier zat er toch nog wel een pittig smaakje aan. Na dit voedzame ontbijt liepen we nog even over de markt. Ik had pech want ik wilde graag een LONGYI kopen omdat ik de vorige dag uit m'n broek was gescheurd.. Helaas was er voor de vrouwen geen kant en klare te koop. Wel een mannenlongyi maar die was me te groot. Ik heb wel een paar mooie lappen gekocht om er thuis nog een te maken.

De hele dag zaten we verder in de jeeps. De weg was in het begin vooral prachtig door het mooie landschap waar we doorheen gingen. Veel rijstvelden maar ook gewone landbouw, groenten, suikerriet, mais en zonnebloemen. De weg was geasfalteerd dus de hoeveelheid stof viel mee. Na ongeveer anderhalf uur rijden vielen we stil omdat de twee auto's achter ons maar niet in zicht kwamen. Een passerende motorrijder had iets gezegd over een lekke band. Dus we stopten met 3 jeeps in een piepklein dorpje. Gelukkig hadden ze daar een winkel dus we konden in de schaduw een kopje thee of koffie drinken. Het wachten duurde maar dus ook een tweede kopje werd genomen. Toen we er al ruim een uur zaten werd er toch maar besloten om met een jeep terug te rijden en eens te kijken wat er aan de hand was. Kort na vertrek bleek een jeep twee lekke banden gereden te hebben. Helaas had hij maar een reserveband bij zich en de reserveband van de andere jeep, die met ze gestopt was paste niet. De enige oplossing was met de goede jeep terug te rijden naar MINDAT om een nieuwe band erbij te halen. De passagiers van de betreffende auto vonden gelukkig nog een stok kaarten in hun bagage dus hebben ze de wachttijd al klaverjassend overbrugd. Pas tegen twee uur zaten we uiteindelijk met z'n allen aan de lunch. Daarna moesten we nog zeker vier uur rijden. Na een korte stop in een klein plaatsje waar we even konden plassen en wat te drinken halen reden we in een keer door naar de rivier. We moesten onderweg veel droge rivieren oversteken. Ook kwamen we door een gebied waar niet zo lang geleden een typhoon had huisgehouden. Die had 150 slachtoffers geëist. Veel huizen waren weggespoeld maar ook de bruggen werden vernield doordat veel grote bomen door het water werden meegesleurd. We moesten af en toe over noodbruggen naar de overkant. Deze waren gemaakt van bamboevlotten. Het zag er allemaal niet echt stabiel uit maar het water was gelukkig niet diep. Bij één brug vertrouwde men het zelf ook niet en moesten we uitstappen en lopend de brug over.

Tegen het schemer kwamen we bij de Irrywaddyrivier. We stapten weer over op twee boten en kwamen zo in het donker in BAGAN aan.

We sliepen in hetzelfde hotel als een paar dagen daarvoor, het Yar Kinn Hotel. Dit was een prima hotel, onze kamers lagen als een soort geschakelde bungalows in een mooie tuin. Iedereen vloog onder de douche.. en voelde alvast even aan het zachte bed..

Die avond hadden we het afscheidsdiner van de groep omdat twee mensen achterbleven in Bagan. Zij reisden zelf verder. We aten in een Indiaas restaurant en er werd gespeecht over en weer. Tun werd natuurlijk nog even geplaagd met The beautiful Lady. Zo spiegelde hij ons altijd Myanmar voor als hij ons wilde laten zien waar we ons op dat moment in het land bevonden. Hij liet ons dan raden in welk part of the beautiful lady we ons bevonden... Het eten was weer heerlijk! We moesten daarna onze tassen weer inpakken want de volgende dag gingen we weer vliegen.

Zaterdag 25 februari. De wekker liep af om 5 uur. Veel te vroeg nu we zo'n lekker bedje hadden... Onze vlucht naar Yangon vertrok om 7.15 u. Dus om 6 uur vertrok de bus naar het vliegveld. Alles verliep goed dus we waren na een tussenstop in Mandelay al om 10 uur in Yangon. We konden als we dat wilden met de trein naar het hotel. Het hotel ligt nml. dicht bij het centraal station.

Met de bus reden we naar een station dat aan een groentemarkt lag. Het was er een drukte van belang. Zelfs tussen de rails lag de koopwaar uitgestald. Maar ook zat men in kleine groepjes gezellig een potje te koken en te eten tussen de rails. Als er dan een trein binnenliep pakte iedereen z'n spullen en wachtte dan om als de trein weer vertrokken was weer z'n spullen weg te zetten. We moesten een uurtje wachten dus hadden volop tijd om alles eens uitgebreid te bekijken en natuurlijk foto's te maken.

Ik vond het wel heel bijzonder dat ik daar zo maar rond liep, zo'n drukke markt, alles liep en krioelde door elkaar. We werden ook ontzettend door iedereen bekeken maar wel op een leuke manier. Je zag ze met elkaar praten over ons en als je ze dan aankeek en Mingela Bah zei, gierden ze soms van het lachen, zo verrast dat hun groet zomaar uit onze monden kwam rollen..

Toen de vertrektijd naderde zocht iedereen elkaar weer op en het was even behoorlijk dringen bij het instappen maar we hadden meteen een zitplaats en die veranderde qua ruimte bij iedere stopplaats. Soms had ik de ruimte en soms had ik er op iedere been bijna iemand bijzitten. Naast me zat een vrouwtje met op een schaal koopwaar wat nog het meest op gebakken deegrolletjes leek. Ik liet een briefje van 100 Kyat zien en ja, daar kreeg ik er een voor. Ik pakte hem en hapte er een stuk uit. Maar dat was niet de bedoeling, ze pakte hem weer terug. Met een schaar knipte ze hem in stukjes en deed dit in een plastic zakje. Er ging nog wat stroop over en een houten prikker erin en toen pas mocht ik gaan eten. Heerlijk was het! De anderen van de groep hadden het eens aangezien en mijn commentaar gehoord dus de een na de andere bestelde er ook een. Zo had dit vrouwtje al onderweg een leuke handel.

We moesten tellen, twintig stops en dan kwam ons station. Iedereen was natuurlijk al snel de tel kwijt want er was zoveel te zien. Gelukkig was Tun er nog en die gaf op tijd een seintje van uitstappen!

Het Panorama Hotel was prima, zelfs gratis internet in de hal. Het was erg warm in de stad. We lunchten in The Little Duck, dit was een restaurant bij de haven. We hadden leuk uitzicht en een heerlijke airco. Verder bezochten we nog de Sule Pagode. We waren er snel klaar want de zon had de tegels zo opgewarmd dat het geen lopen was. Met een omweggetje kwamen we weer bij het hotel. We vonden Yangon een lelijke, vuile, verlopen drukke stad. Maar wij zijn nu eenmaal geen stadmensen... We besloten de dag door nog met een paar mensen van de groep te gaan eten. Dat was erg gezellig, vooral ook omdat we in een zaaltje werden gezet waar een hele familie heel luidruchtig een verjaarsfeest aan het vieren waren.

Ze vonden het prachtig dat wij ook meezongen met Happy Birthday. Wij mochten toen ook meteen meedelen in de taart en het ijs. De hele familie werd voorgesteld. Na het diner hebben we in het Strand Hotel nog een cappucino gedronken, heerlijk was die, ik weet niet of ik die ooit wel eens zo lekker op heb. Dit Hotel is oud, ergens uit de Engelse tijd, maar in een perfecte staat, het schijnt ook erg bekend te zijn. Dit was een leuke afsluiting van de rondreis!

Zondag 26 februari. Deze dag begon ons privéreisje. Tun kwam ons om 8.30u ophalen!

Gert had weer problemen met de buik dus die nam een paar imodium pillen in.. We kregen een luxe wagen, een Toyota met chauffeur, Tan. Dat is wel makkelijk te onthouden Tun en Tan. We waren wel even onderweg om Yangon achter ons te laten. De eerste stop was bij een plaats waar auto's worden gezegend. Er worden offergaven op de motorkap gelegd en bloemen aan de grill gebonden. Een man heeft een koperen staaf in de hand, daar zwaait hij mee boven de auto en zegt wat gebedjes. De auto moet dan drie keer voor en achteruit rijden en dan ben je verder verzekerd van een goede reis.. Hierna stopten we bij een liggende Boeddha. Hij lag prachtig met zijn hoofd op blokken die helemaal versierd waren met stukjes spiegel en gekleurd glas. Het was de liggende Boeddha van Shethalyaung. Het was een enorm beeld, 55 meter lang. Zijn oor was 4 meter 57. Aan de achterkant werd een legende uitgebeeld wat een beetje de ontstaansgeschiedenis van het beeld aangaf. Het werd tijd om naar het Kya Khet Waii klooster te gaan waar waren we net op tijd om te zien hoe de monniken zich opstelden in een rij om de etenspotten te laten vullen. Ik kreeg een zak met maiskolven in mijn hand geduwd, die kon ik kopen en dan mee uitdelen aan de monniken. Dat vond ik wel een leuke geste dus ik heb drie zakken gekocht. Heel bijzonder weer om zo even deel uit te maken van een ceremonie die hier al eeuwen zo gaat.

We mochten ook in de eetzaal terwijl er zeker honderd monniken zaten te eten. Het klooster zelf was een mooi gebouw, het was meteen ook een universiteit voor monniken. Voor de lunch bezochten we nog de Shwemawdaw-pagode. Deze ligt in BAGO, net buiten de stad. Deze stoepa is 114 meter hoog Verder lijkt hij erg op de Shwedagon-pagode in Yangon. Wat wel een groot verschil is dat het hier heerlijk rustig was. Op het wandelgebied om de Stoepa staan veel grote oude bomen die heerlijk schaduw geven. Er gaat echt een rust vanuit. De tegels waren door het zonnetje flink heet geworden dus het werd een soort hinkstap springen. Op een paal stonden twee vogels die op elkaar zaten. De legende verteld dat dit gebied vroeger onder water stond en dat de heuvel als een eiland boven het water uitstak. Deze vogel, een mannetje landde op het topje van de berg en even later landde ook het vrouwtje boven op de rug van het mannetje. Meer plaats was er niet... Op deze plaats is de Pagode gebouwd.

Na de lunch die we hadden met zicht op de prachtige top van de Stoepa gingen we naar de Gouden rots pagode ofwel, Kyaiktyo Pagode. We reden er in ongeveer 2 uur naar toe. We maakten onderweg verschillende fotostops. Dat kon nu gemakkelijk omdat we maar met tweeën waren. We kwamen aan bij het Kin Pun basecamp. We lieten daar onze chauffeur en de grote bagage achter en moesten overstappen in een kleine truck waar wel 48 mensen inzaten, helemaal tegen elkaar geperst. We reden steil omhoog tot camp 2. Daar moesten we eruit en verder lopen. Het was nog zo'n 4 km met een stijging van 320 meter. We liepen dat in drie kwartier. Onderweg waren er veel stalletjes met eten en drinken. De toeristen mogen zich niet helemaal naar boven laten rijden.. Zij moeten het busje uit en gaan lopen of zich tegen betaling laten dragen in een draagstoel door 4 mannen. Wij gingen natuurlijk wel lopen maar een drager voor de bagage hadden we wel genomen. Boven aangekomen konden we eerst een snelle douche nemen op de kamer in het hotel. Tegen 17.00 uur liepen we in 10 minuten naar de rots. Heel indrukwekkend is het en niet te verklaren dat dat blok met de Stoepa er niet af kukelt. Hij ligt maakt maar over en klein vlakje contact met het onderliggende rotsblok. Er waren daar heel veel mensen, niet zo veel toeristen juist veel pelgrims. Er wordt dan ook op vele plaatsen heel devoot gebeden. Je ziet er veel monniken en nonnetjes rondlopen en bidden. En Tun zou Tun niet zijn als hij niet ook hier weer een legende paraat had..

We dineerden in het hotel, dat prachtig lag en ook nog eens dicht bij de Pagode, het Mountain Top Hotel.

Maandag 27 februari. We waren op tijd paraat voor de sunrise. De hele nacht had er een flinke brand gewoed net naast het hotel. We hoorden van de gids dat het personeel van het hotel de hele nacht druk in de weer was geweest met water. De brandweer werkt hier namelijk  's nachts niet... Het was nog steeds druk rondom de Golden Rock, veel mensen hadden daar overnacht, in een soort van guesthouse maar ook gewoon buiten op de tegels.. Het zonnetje kwam mooi boven de bergen uitpiepen en een nieuwe dag was weer geboren! Na het ontbijt trokken we de wandelschoenen aan en deden dezelfde route als de dag daarvoor maar dan weer naar beneden. Het werd een ontspannen wandeling. Eerst langs de kraampjes waar allerlei vreemde attributen werden verkocht, berenklauwen, olifantenstaart, tanden van allerlei exotische dieren. Ook huiden van beren lagen daarbij. Van al deze zaken worden middeltjes gemaakt voor de gezondheid of extra kracht. Je mag ze niet fotograferen want de wet verbied de verkoop van deze zaken. We hadden weer een drager om onze bagage naar beneden te brengen voor 4500 Kyat waren wij van het gesjouw af. Ook weer heel veel mensen lieten zich naar beneden dragen. Op het eerste plafond aangekomen zochten we weer een truck en nadat we daar weer tussen geperst waren, ruim 50 mensen in zo'n klein wagentje.. gingen we het laatste stuk steil naar beneden, daar stond onze chauffeur Tan weer op ons te wachten. Op naar  Moe Yaungyi. We stopten nog bij een rubberplantage waar we het proces van het kerven in de boom tot de plakken drogende rubber aan de rekken uitgelegd kregen. Ik begreep dat de mensen in dit dorp in loondienst waren bij de man die dit stuk grond beheerde. Ze schreven wel hun eigen nummer op het vel rubber dus er zal ook wel stukloon gegeven worden. Dicht bij ons nieuwe Eco Family Bungalow kochten we nog wat snakehead fish. Tun wilde in het restaurant vragen of ze dit wilden klaarmaken. De auto werd op een parkeerterrein gezet. Meteen kwamen er al dragers want normaal staat dit gebied onder water en moet er over lange steigers naar de kamers gelopen worden. Het water stond nu erg ver weg, het restaurant is omgeven door drooggevallen slik. De kamers liggen wat verderop aan de steiger en zijn gemaakt in de vorm van houten woonboten die los van elkaar op een rijtje liggen. Dit moet toen het net klaar was wel een heel mooi verblijf geweest zijn. Het is nu allemaal erg verouderd en wat krakkemikkig. Maar het ziet er nog steeds heel apart uit, alles is wel schoon maar supereenvoudig! Er liggen twee boten aan de steiger, de vogels zijn ver weg, ook met een kijker zijn ze bijna niet te zien.

De Moeyun Gyi wetlands liggen ongeveer 70 mijl ten noorden van Yangon. Het ligt op de snelweg Yangon-Mandalay. In 1878 is er een stuwmeer gebouwd in het Moeyungyi gebied. Vele jaren later is dit reservoir veranderd in een natuurlijk  wetland. Dit gebied is vergroot met 40 vierkante mijl en is nu waardevol als hoog wetland. Sinds 1988 zijn deze wetlands aangemerkt als natuurreservaat. Elk jaar vliegen miljoenen vogels van het noordelijk halfrond .naar het zuiden langs de Oost Aziatische Austalische vliegroute om te ontsnappen aan de winter. Ze stoppen in Azië om te eten en te rusten. De vliegroute bevat een netwerk aan wetlands en Moeyungyi is er een van. Moeyungyi is een belangrijke schuilplaats voor veel watervogels op trek. Bij een telling bleek dat er 125 soorten watervogels werden waargenomen. Tot zover de informatie die we van de reisorganisatie hadden gekregen.

Na de lunch die we niet konden bestellen, er was alleen kip en fried vegetables, overigens werd dit allemaal wel heel keurig opgediend op een mooi schoon tafelkleed. Tun regelde nog dat onze gekochte snakeheadfish erbij werd geserveerd. Deze vis wordt gedroogd in de zon en waarschijnlijk ook gepekeld want hij smaakte zout maar toch wel heel lekker, zeker bij droge witte rijst met groente. Tegen 16 uur konden we ons melden voor een boottocht door de wetlands. We gingen in een lange smalle houten boot, aan de motor zat een lange staaf met een soort propellertje, die werd in het water gestoken. Onze kapitein vaarde mooi langzaam en zetten steeds de motor af. Hij manoeuvreerde dan zijn boot met een lange stok naar de juiste plaats. We zagen een Greyheaded Swamphen prachtig in het zonnetje zitten. Jacana's, voor ons een niet bekende soort, een Asian Openbilled Stork, ijsvogels, de common en de blackheaded. De Bluetaled Beeeater, duizenden pijlstaarteenden. Purperreigers prachtig in een laat namiddag zonnetje. De Glossy Ibis, de Blackheaded Ibis, en de Chinese Pondherron. Langs de weg hadden we al veel Blackdrongo's gezien en nu zagen we ze hier ook weer in grote getale. De Common Snipe, Common Ringplover en vast nog veel meer! Het was genieten zo in het zonnetje op het water. We zagen nog heel wat vissersbootjes druk in de weer. En zo zagen we het zonnetje weer ondergaan nadat we het eerst vanmorgen hielpen opkomen...

Na afloop namen we een pilsje ook om Tun zijn verjaardag te vieren, hij werd die dag 41 jaar. Het diner was smakelijk en gezellig. Tegen negen uur gingen we onze kamer opzoeken zodat we nog wat zaken konden regelen voor de generator weer werd afgezet. De airco blies lekker in ons kamertje!

Dinsdag 28 februari. We hadden met Tun afgesproken om om 6.30 u. te ontbijten en om 7 uur weer te vertrekken met de boot. We gingen nu voor de kleine vogels .We zagen de koekoek en de meest bijzondere vogel deze morgen was de Asian Paradise Flicatcher, en  de Jacana weer. Ook een heel bijzondere waarneming was The Yellow Bittern (wouwaapje). Rond half elf waren we weer terug in onze Eco Bungalow en vonden we zelf wel dat we een cola hadden verdiend! Ik ging aan een tafel in het restaurant zitten om mijn dagboek bij te werken, ramen kennen ze hier niet, het uitzicht was helemaal rondom, wat een prachtige natuur. Af en toe moest ik even onderbreken als er een knulletje langskwam die zijn buffels hoedde in het water, dat was een mooi plaatje voor de camera.

Achter het restaurant was een andere knul bezig wel tweehonderd eenden te hoeden. Deze worden vetgemest om op het bord te eindigen.. Na de lunch hebben we het dorp PYINBONGYI bezocht. Eerst gingen we op bezoek bij een familie die druk sigaren zaten te rollen. Natuurlijk moesten ook de schoenen ook nog even uit om de tempel van dichtbij te bekijken. Daar zaten drie knullen van cement de versiering van de portalen te maken. Ze deden dat op een manier die wel wat van boetseren weg had. We liepen wat achteraf langs alle huizen en het was weer eens overduidelijk dat ook hier nooit toeristen kwamen. We werden weer bekeken vanuit een veilige positie binnen vanachter de luiken. Maar een enkeling waagde zich dichterbij, ook de kinderen bleven hier op afstand. We dronken nog ergens een cola, het hele theehuis was van slag... Uiteindelijk waren we precies op tijd weer terug op het kamp om op onze eigen kosten nog een vaartocht te maken. Tun en onze chauffeur sloten meteen mee aan. We zagen niet veel vogels maar het was heerlijk op het water want de temperatuur haalde de 40 graden waarschijnlijk net.. We aten weer heerlijk, vis deze keer, op eigen verzoek... We lagen op tijd weer op bed, de koude douche was een heerlijke afkoeling. We vielen in slaap met de airco aan.

Woensdag 29 februari. Al op tijd waren we weer op maar dat kan ook wel als je even na negen uur al plat gaat. We rustten hier echt lekker uit! Het zonnetje kwam om 6.30u weer boven de horizon uit. Om acht uur waren we klaar met het ontbijt, de rekening lag al klaar voor ons. Bij de verlenging bleken twee boottochten, de lunches en de ontbijten inbegrepen te zijn. Dit werd de laatste dag met een programma! We reden weer terug naar Yangon via Bago. BAGO is een grote, drukke stad. De stad met het standbeeld van de twee mandarijneenden. We bezochten een pottenbakkerij. Van rivierklei worden hier veel potten gemaakt. Men doet dat op een draaischijf die met de hand wordt bewogen. De eerste vrouw maakt de ruwe vorm. Later wordt de pot helemaal rondgeklopt. Hij krijgt dan zijn mooie ronde vorm en het doel van dit kloppen is ook om de luchtbellen eruit te slaan. De derde behandeling is de versiering die er met houten mallen op wordt geslagen. Na een week drogen gaan ze in een grote oven die o.a. met bamboe wordt gestookt. Maar we zagen ook buiten kuilen afgedekt met stro waar potten 'Raku' worden gebakken. Deze potten worden veel als waterpotten gebruikt, ook worden er potten met veel gaten onderin gebakken, die worden dan gebruikt om voedsel in gaar te stomen. Ik vond het een erg leuk bezoek en mocht ook nog zelf proberen een pot te maken maar dat viel niet mee, de klei was erg nat en de twee handelingen tegelijk uit te voeren, het draaien van de schijf en de pot vormen bleek echt te moeilijk!

Verder bezochten we die dag een soort van dierentuin. Hlawgar is de naam van het park en het ligt in TAUKKYAN. Het bleek een oude en verwaarloosde dierentuin te zijn. Ze hadden er nog wat kraagberen en vogels in kooien zitten. De meeste kooien waren leeg... Ook zagen we weinig vogels in het wild rondvliegen dat is anders vaak nog wel het geval in een aangelegde tuin. Tun praatte wat met de mensen van het park en nu bleek het wel mogelijk om in de tuin rondom dit dierentuintje een vogelwandeling te doen. Daar zouden ook wel veel vogels te zien zijn. Een van de werknemers was vogelaar en die verzorgde deze wandelingen. Alleen hadden we ons daar vroeg voor moeten aanmelden, nu kon dat niet meer... We reden nog met de auto door een soort safaripark waar ontzettend veel herten rondliepen en ook nog wat groepjes rhesusaapjes. Ook dit was niet echt de moeite waard om te bekijken maar allee, we waren er nu toch.. Er lagen ook nog wat watertjes in dit park en daar ontdekte Gert toch nog een bijzondere ijsvogel: de White throated kingfisher.

De volgende stop was op een enorme begraafplaats waar mensen van heel veel nationaliteiten begraven lagen, zij waren in de tweede wereldoorlog gesneuveld in dit deel van de wereld. Engeland betaalt en onderhoud deze begraafplaats. Inmiddels was de klok al de twee uur gepasseerd en reden we Yangon weer binnen. We stopten dichtbij het vliegveld om te lunchen in een restaurant waar je keus had uit zowel de Europese als Chinese als Myanmar keuken.

Na nog even gezocht te hebben naar een wiebelend bloempotje in een grote supermarkt en ook nog naar wat muziekcd's in een souvenirshop werden we afgezet bij het Panorama hotel en was onze verlenging voorbij.

De tassen werden weer omgepakt, we namen een heerlijk bad en aten nog een keer in The Golden Duck. De koffie namen we weer in het Strand Hotel want daar had ik goede herinneringen aan. We konden hier in het hotel nog even wat foto's en het laatste verhaal op onze reissite kwijt.

Donderdag 1 maart. We mochten uitslapen maar waren toch op tijd weer present. Na het ontbijt hebben we de overdekte markt nog bezocht. Dit was zeer de moeite waard. Heel veel stoffen en sierraden werden daar verkocht. We probeerden nog het restaurantje te vinden waar we Mohinga, de Myanmarse vissoep, zouden kunnen eten. Maar helaas, we hoorden later van Tun dat we daar pas in de middag terecht konden. Tot die tijd heeft iemand anders daar op de stoep zijn restaurantje.. Je ziet inderdaad steeds mannen lopen met aan een lange stok over zijn schouder aan de ene kant de krukjes en de tafeltjes en aan de andere kant van de stok hangt dan zijn kookgerei. Deze mensen hebben een mobiel restaurantje dat steeds ergens anders wordt opgebouwd. De plaatselijke bevolking eet heel veel op straat.

Tegen half twee kwamen Tan en Tun ons weer ophalen voor de rit naar het vliegveld. Tun vroeg ons nog heel bezorgd of we onze jassen toch wel snel konden pakken als we geland waren in Holland... Hij begeleidde ons het vliegveld in en bleef ons goed in het oog houden tot we door de douane gingen. Hij was een prima gids met veel gevoel voor humor!

En van daar af begon onze lange reis over de wereld en door de tijd. We deden er 2.45 uur over om in Singapore te komen en na twee uur wachten telden we daar nog eens bijna 13.25 uur bij om in Schiphol te geraken, het was daar toen vrijdag 2 maart half zeven 's morgens. Daar namen we de Fyra en staken tegen 10 uur 's morgens de sleutel weer in ons eigen slot.